Opinie

Tijd voor ontspanning in de relatie tussen kabinet en Kamer

Raad van State

Commentaar

Het gaat te ver om te zeggen dat de Nederlandse democratie in crisis verkeert. Nederland wordt vakkundig bestuurd, politieke keuzes worden democratisch gecontroleerd, en de kiezer, zo blijkt uit CBS-cijfers, is dik tevreden. Toch gaat er veel mis tussen volksvertegenwoordiging en kabinet, bleek maandag uit een zeer kritisch (en ongevraagd) rapport van de Raad van State, het hoogste adviesorgaan van de regering. Er lijkt sprake van een neergaande trend, die Den Haag zorgen zou moeten baren. Ministers informeren de Tweede Kamer steeds slechter over dossiers, en trekken zich terug achter ondoorzichtige commissies en zelfstandige bestuursorganen. Volgens de Raad van State telt op ministeries vooral „het belang van het politiek overleven van de minister”, waardoor onhandige feiten worden verdoezeld en verzwegen. Ambtenaren voelen zich geroepen zaken ‘klein’ te houden.

Maar de Raad van State kijkt ook kritisch naar de Tweede Kamer, die kabinet en ambtenaren tot het uiterste tergt met scoringsdrift en incidentenpolitiek. Bewindslieden treden sneller af dan voorheen, mede omdat Kamerleden zich concentreren op fouten en, al snel, op de vraag wie zou moeten aftreden. Welke capabele bestuurder wil nog gaan over de Belastingdienst of de IND als het afbreukrisico zo groot is? Zo hollen politiek en bestuur elkaar steeds verder uit. Dat is een zorgelijke ontwikkeling, waar de Raad van State al jaren voor waarschuwt. Desondanks wordt deze trend niet gekeerd.

In de Tweede Kamer wordt enigszins aan introspectie gedaan, en dat is toe te juichen. GroenLinks-leider Jesse Klaver sprak zich vorig jaar uit tegen ‘scorebordpolitiek’. Kamerleden die elkaar vliegen afvangen, bewindslieden in het nauw brengen of tegenstemmen uit politiek gewin – hij was het allemaal beu. Zijn pleidooi werd door veel fracties positief ontvangen. Maar het wringt ook. Politiek is een hard vak, omdat de belangen zo groot zijn. Alleen een volksvertegenwoordiger kan een bewindspersoon ter verantwoording roepen. Het is in het belang van de kiezer dat dat grondig en stevig gebeurt. En ja, fouten moeten soms personele consequenties hebben. De zwakte van Klavers aanpak uitte zich in de maanden na zijn uitspraak. GroenLinks kondigde aan met alle begrotingen in te stemmen, en ontnam daarmee scherpte aan het debat.

De Raad van State hangt in het rapport van maandag een ‘both sides’-theorie aan: Kamer én bestuur dragen schuld. Dat klinkt sympathiek. Maar als er inderdaad „een structureel patroon van achterhouden en verdraaiingen van de feiten” is ontstaan in Den Haag, zoals de raad schrijft, dan heeft de Kamer het volste recht bestuurders af te rekenen. Het is interessant dat de raad de toenemende openheid rondom „elektronisch berichtenverkeer” als complicerende factor noemt. Het appverkeer tussen burgemeester Femke Halsema van Amsterdam en minister Ferd Grapperhaus (CDA, Justitie), dat openbaar gemaakt werd op verzoek van Kamerlid Geert Wilders (PVV), maakte inzichtelijk wat er bestuurlijk gebeurde op de avond van de Dam-demonstratie. Het was pijnlijk voor de betrokkenen, maar vanuit democratisch oogpunt nuttig. Het openbaar bestuur kan openbaarder. Wat niet helpt, is dat het vuile bestuurlijke werk grotendeels door externe commissies en adviescolleges wordt gedaan. Dat maakt het openbaar bestuur ondoorzichtiger, en voedt het wantrouwen in de Kamer. Enige ontspanning kan zich uitbetalen in een meer welwillende opstelling van de Tweede Kamer.