Planbureaus voorzien sterke groei van de armoede in Nederland

Armoede De coronacrisis vergroot de armoede, maar daar kan het kabinet wat aan doen: door de verlaging van de bijstand te schrappen of het kindgebonden budget te verhogen.

De Flat - Zeist, L flat - de buurt is rustig in corona tijden. Verschillende handschoenen liggen op de grond en de speeltoestellen zijn leeg.
De Flat - Zeist, L flat - de buurt is rustig in corona tijden. Verschillende handschoenen liggen op de grond en de speeltoestellen zijn leeg. Foto Daniel Niessen

Ook zonder de coronacrisis neemt de armoede de komende vijftien jaar sterk toe. Het aantal mensen dat in armoede leeft, groeit tot 2035 met ruim een kwart. Dat komt door het kabinetsbeleid om na 2021 de bijstandsuitkering stapsgewijs te verlagen. De coronacrisis komt daar bovenop. Door de economische krimp neemt de armoede waarschijnlijk extra toe.

Daarvoor waarschuwen het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Planbureau (CPB) in een grote studie naar manieren om de armoede te verminderen.

De oorzaak van de forse stijging van het aantal armen is een besluit uit 2011 van het minderheidskabinet-Rutte I van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV om de bijstandsuitkering langzaam, gedurende decennia, te verlagen. Dat moest werken lonender maken. De kabinetten erna hebben het beleid gedurende hun eigen kabinetsperiode wel verzacht, maar niet geschrapt.

Na 2021 daalt de bijstandsuitkering voor een alleenstaande tot 2035 nog met in totaal 1.250 euro op jaarbasis, aldus Patrick Koot, een van de auteurs van het rapport. Het terugdraaien van deze verlaging kost de overheid 1,9 miljard euro, blijkt uit de studie.

Door de coronacrisis neemt de armoede extra toe, denken de planbureaus. Na de financiële crisis van 2008 bereikte de armoede een piek in 2013: toen waren er ruim 1,2 miljoen armen. De planbureaus waarschuwen dat de klap nu groter kan zijn, vanwege het toegenomen aantal flexwerkers en zzp’ers.

Vooral kinderen zijn arm

Nu al leven bijna 1 miljoen mensen in Nederland in armoede. Een alleenwonende is volgens het SCP arm als hij minder dan 1.135 euro per maand te besteden heeft. Onder kinderen is de armoede het grootst; in 2017 leefde ongeveer 8 procent van de kinderen in een arm huishouden. Onder ouderen komt armoede het minst vaak voor: 3 procent was arm in 2017.

Nederland verhelpt de armoede bij ouderen succesvoller dan andere landen – met name door de AOW.

Bij kinderen lukt het tegengaan van armoede Nederland juist minder goed dan landen als Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Vooral in gezinnen met drie of meer kinderen, eenoudergezinnen en gezinnen met een niet-westerse migratie-achtergrond zijn de kinderen relatief vaak arm.

Uit het onderzoek blijkt dat de armoede onder kinderen relatief eenvoudig aanzienlijk te verminderen is. Bijvoorbeeld door het kindgebonden budget te verhogen voor gezinnen met drie of meer kinderen; dat kost 1 miljard euro en verlaagt de armoede onder kinderen met 20 procent.

Beschermen of activeren

De planbureaus onderzochten tientallen andere manieren om de armoede te verminderen, van belastingverlagingen tot de verhoging van uitkeringen en toeslagen. Daaruit blijkt dat politici vaak moeten kiezen tussen minder armoede of minder werkgelegenheid. Hogere uitkeringen maken werken minder aantrekkelijk, aldus de planbureaus.

Effectief beleid haalt zo veel mogelijk mensen voor zo weinig mogelijk geld uit de armoede. Maar inkomenszekerheid heeft ook een waarde op zich: mensen met geldzorgen zijn vaak ongezonder en hun cognitieve vaardigheden nemen af. Kinderen die in armoede opgroeien blijven vaak op een lager onderwijsniveau steken en lopen daarom een hoger risico arm te blijven als volwassenen. Sociale investeringen in onderwijs, gezondheid en inzetbaarheid op de arbeidsmarkt leveren vooral op de langere termijn wat op, schrijven de planbureaus. Zulke investeringen vergroten bovendien de sociale cohesie in de samenleving.

Lees ook deze reportage uit Amsterdam: Wie dacht dat de coronacrisis rijk en arm evenzeer treft, heeft het mis

Basisinkomen verlaagt armoede

De planbureaus onderzochten ook de effecten van een basisinkomen van ruim 1.000 en van ruim 1.200 euro per maand. Dat bedrag krijgt elke volwassen Nederlander, ongeacht zijn inkomen of vermogen. De resultaten zijn spectaculair. Het aantal arme mensen daalt met 45 tot 60 procent. Maar de werkgelegenheid daalt ook fors, met 6 tot ruim 8 procent, – grofweg 600.000 banen. Een basisinkomen maakt werken minder aantrekkelijk, én de belasting op werk moet fors stijgen om het basisinkomen te bekostigen. De kosten liggen op een eveneens spectaculaire 62 miljard euro. Bestaande uitkeringen, zoals de bijstand, verhogen noemen de planbureaus veiliger: „de gevolgen zijn minder ongewis”.

Prominent politiek thema

De planbureaus waarschuwen ervoor dat mensen die door de coronacrisis hun baan verliezen, langdurig arm kunnen worden. De kansen op een baan nemen al na één armoedejaar sterk af. Dit geldt extra voor de kwetsbare groepen: flexwerkers, laagopgeleiden, mensen met een arbeidsbeperking en mensen met een migratie-achtergrond.

Ook is het volgens de planbureaus belangrijk om te investeren in schoolverlaters en andere jongeren, opdat er geen verloren generatie ontstaat. Stimuleer deze groep om langer door te leren, in combinatie met stages. Ook kunnen gemeenten de gevolgen van armoede de komende jaren verzachten, suggereert onderzoeker Koot. „Bijvoorbeeld door arme kinderen computers te geven of een gratis abonnement op een sportvereniging.”

Armoede onder kwetsbare groepen, gecombineerd met de vraag wie de rekening van de crisis betaalt, wordt een steeds prominenter politiek thema. De afgelopen weken waarschuwden burgemeesters het kabinet al herhaaldelijk voor snelgroeiende problemen in bijvoorbeeld achterstandswijken.

Erica Bouwens (62): „Dan hou ik 115 euro en 75 cent over tot de 20ste van de maand”

Al zolang ik me kan herinneren maak ik elke maand een lijstje met inkomsten en uitgaven, dat zit in mijn systeem. En dat is alleen nog maar meer geworden sinds ik, nu ruim vier jaar, in de bijstand zit. Ik moet weten wat erin komt en wat eruit gaat en mag daarin geen fouten maken. In het rood komen wil ik absoluut voorkomen.

De eerste van de maand weet ik dat de huur, Eneco en Zilveren Kruis worden afgeschreven, dat zijn de grote uitgaven. Dat is 875 euro en 65 cent, maar er komt maar 991 euro binnen. Dan hou ik dus 115 euro en 75 cent over. Daar moet ik het mee doen tot de 20e van de maand, dan komt namelijk mijn huursubsidie en zorgtoeslag binnen, bij elkaar 407 euro. Maar daar gaat dan nog mijn eigen bijdrage van de zorgverzekering af, mijn telefoonabonnement en al die andere dingen, bij elkaar nog eens 272 euro. Dan hou ik 134 euro over, dat is waar het mee moet doen per maand, samen met die 115 euro. Met 249 euro per maand, iets meer dan 50 euro per week, kan je je geen gekke dingen veroorloven.

Sinds 10 maart ben ik niet meer buiten geweest, vanwege corona, mijn zoons doen boodschappen voor me. Ik heb COPD, dat is ook de reden dat ik een IOAW-uitkering heb, dat is een vorm van bijstand met behoud van eigen vermogen. Mijn longarts heeft me op het hart gedrukt thuis te blijven. Als ik het krijg, komt dat veertig keer zo hard binnen, heeft hij gezegd. En dat ik dat niet zou overleven. Mijn zoons zijn heel erg bezorgd, daarom ben ik echt binnen gebleven. Ik vind het zo lief dat ze mijn boodschappen voor me doen en ik wil niet ondankbaar zijn, maar ik vind het ook heel lastig. Soms kopen ze bepaalde dingen die op het boodschappenlijstje plots dubbel. Dan nemen ze twee pakken koffie mee in plaats van één, of tien blikjes fris in plaats van twee. Dan krijg ik het zo benauwd. Ik hoop dat ik het snel weer zelf mag doen.

Adrianus Kundert (30): „Ik leef steeds van mijn laatste 50 euro”

Mijn inkomen was nooit heel stabiel, dus daar ben ik wel aan gewend, hoewel het nooit zo extreem was als nu. Als freelance-ontwerper ben ik afhankelijk van opdrachten. Nu ligt de hele creatieve sector sinds het begin van de crisis helemaal stil. Alle opdrachten die ik voor dit jaar had zijn afgezegd of uitgesteld. Dat begint ondertussen, qua geld, wel een probleem te vormen.

De eerste drie maanden had ik recht op de tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo), dat was 1.000 euro. Nu is dat afgelopen. Er komt dus heel weinig binnen, maar de uitgaven blijven zich maar opstapelen. Je hebt zoveel spaargeld nodig, en dat heb ik gewoon niet. Deze maand red ik het nog wel, met een beetje schrapen. Maar als dit zo blijft, weet ik niet hoe ik het ga regelen. Factuurtje hier, factuurtje daar, denk ik.

Vandaag kon ik gelukkig wel weer boodschappen doen. Ik verkocht deze week wat van mijn werk en mocht onlangs een onlinelezing geven op een school, daar verdien ik dan wat mee. Zo leef ik steeds van mijn laatste vijftig euro. Je weet dat als je dit vak hebt, dat je aan het einde van de leiding hangt. Mensen hóéven mijn spullen of diensten niet te kopen, wat ik maak of lever is niet essentieel. Dat was natuurlijk al langer een probleem. Begin dit jaar ben ik daarom gaan solliciteren, daarmee zou ik mijn financiële problemen oplossen en wat stabiliteit creëren, dacht ik. Ik was al heel ver in de sollicitatieprocedure bij een bekend sportmerk, had al testopdrachten gemaakt, maar door de crisis nemen ze daar ook niemand aan.

Het is vooral heel jammer dat als je een klein, beginnend bedrijf bent, je nu ten onder gaat. De grote culturele instellingen krijgen nog wat extra geld. Wij, de kleintjes, vallen tussen wal en schip en krijgen niks. Ik wil er vooral niet te zielig over doen. Ik kijk best positief naar de toekomst, soms. Al zou het jammer zijn als ik straks pizza’s moet bezorgen, ik ben gewoon beter in dingen ontwerpen.

Lees ook: Kwijtschelden schulden nodig