Romare Bearden, Maquette for Quilting Time, 1985. Detroit Institute of Arts, Founders Society Purchase with funds from the Detroit Edison Company

The Romare Bearden Foundation/Pictoright Amsterdam 2020

Nederlandse kunstmusea: diversiteit is beleid, maar de directeur is altijd wit

Onderzoek diversiteit musea Hoe divers zijn de Nederlandse kunstmusea? Uit onderzoek van NRC onder de 21 belangrijkste blijkt dat van de 231 medewerkers op verantwoordelijke kunstposities er 6 een niet-westerse achtergrond hebben. Dat is 2,6 procent. „Niet meten is niet weten, en niet weten is niets hoeven doen aan racistische uitsluiting.”

Deel 1 De overheersende kleur

Superlatieven buitelden over elkaar heen. ‘Stralend’, ‘radicaal’, ‘dwingend’, ‘briljant’, ‘verlichtend’. Vier sterren, vijf sterren, er was in 2017 geen medium dat niet positief schreef over de tentoonstelling Soul of a Nation – art in the age of Black Power. De groepsexpositie, die begon in Tate Modern in Londen en doorreisde naar onder andere New York, omvatte werk van Afro-Amerikaanse kunstenaars uit de periode tussen 1963 en 1983, jaren waarin de onvrede in Amerika over raciale ongelijkheid tot een gewelddadig kookpunt kwam. Dat werk blies kijkers van de voeten en dwong tot de vraag: hoe hebben we dit met zijn allen, al die jaren lang, kunnen negeren? Hoe hebben we dit niet kunnen zien?

Soul of a Nation betekende de doorbraak van tot dan toe nog redelijk onbekende zwarte kunstenaars als Betye Saar en Sam Gilliam, en liet zien dat er naast de westerse kunstcanon met Beuys, Warhol, Newman, Johns en Judd een groep kunstenaars bestaat die een radicaal andere beeldtaal hanteert dan die van het westers modernisme: meer verhalend, activistisch, figuratief.

Maar Soul of a Nation was ook op een ander gebied baanbrekend. Het betekende de doorbraak in Amerika en Groot-Brittannië van zwarte curatoren en kunsthistorici als Ashley James en Zoe Whitley. Zij zochten de kunstenaars uit. Zij brachten het andere verhaal voor het voetlicht.

Ashley James is onlangs bij het Guggenheim in New York in vaste dienst gekomen als eerste zwarte curator in de tachtigjarige geschiedenis van het museum. Artistiek directeur Nancy Spector zei met de aanstelling van James een „diepgaande en verruimende kijk op de kunstgeschiedenis” te willen bewerkstelligen binnen het museum.

Het kolossale Metropolitan Museum in New York heeft sinds januari met veel tamtam een speciale baan in het leven geroepen voor curator Denise Murrell – drijvende kracht achter de succesvolle tentoonstelling Posing Modernity: The black model from Manet and Matisse to today. De Afro-Amerikaanse Murrell gaat de collecties 19de- en 20ste-eeuwse kunst in het Metropolitan opnieuw tegen het licht houden. Omdat háár blik anders is dan die van de witte curator, de witte museumdirecteur, de witte raad-van-toezichthouder.

Nederland

In de Angelsaksische landen zijn behoorlijk wat curatoren van kleur in belangrijke musea. Maar hoe zit dat hier? Wie zijn de Ashley Jamesen en Denise Murrells binnen de Nederlandse museumwereld? Hoe etnisch divers is de top van de Nederlandse museale piramide?

NRC sprak met negen directeuren van de tien belangrijkste kunstmusea in Nederland. Zij beantwoordden vragen over de mate waarin hun organisatie ‘gekleurd’ is en waarom dat zo is. Ze vertelden hoe ze aankijken tegen een cultureel gediversifieerd personeelsbeleid, en hoe ze dat in de praktijk brengen. De tiende directeur – Sjarel Ex van museum Boijmans Van Beuningen – kon geen tijd vrijmaken voor een gesprek.

Ook werden personeelsgegevens van 21 grote en middelgrote kunstmusea in Nederland verzameld (zie kader).


Daarnaast interviewde NRC opiniemakers, wetenschappers, directeuren van projectruimtes en freelance curatoren. Annet Zondervan bijvoorbeeld, heeft als directeur van het CBK Zuidoost in de Amsterdamse Bijlmer diversiteit al twintig jaar lang structureel in alle geledingen van haar organisatie verankerd. Zij stelt ieder jaar een jonge curator van kleur aan, die in het vak ‘vlieguren’ kan maken.

Romare Bearden, ‘Sunrise’, 1978.


Foto The Romare Bearden Foundation/ Pictoright Amsterdam.
Jacob Lawrence, ‘Wounded Man’, 1968.


Foto Pictoright Amsterdam
Links: Romare Bearden, ‘Sunrise’, 1978. Rechts:
Jacob Lawrence, ‘Wounded Man’, 1968.

Foto’s The Romare Bearden Foundation en Walter O. Evans Foundation for Art and Literature

Deel 2 In Nederland tellen we alles, behalve kleur

Niet tellen, niet weten

Historicus Patricia D. Gomes stuurde als antwoord op de vragen van NRC een lezing die ze uitsprak op de Historicidagen in Groningen eind vorig jaar. „In die lezing”, zei ze, „staat alles.” Gomes wil al jaren onderzoek doen naar ‘institutioneel racisme’. In Nederland wordt alles geteld, schrijft zij. Hoeveel mannen en vrouwen er op de werkvloer rondlopen, genders, leeftijden, opleidingsniveaus, klasse-verschillen. Maar rondom één ding hangt een groot taboe: het tellen op huidskleur of afkomst. Die cijfers krijgt ze niet boven water, op hoeveel deuren ze ook aanklopt. „Alle instellingen gebruiken als argument, als neutraal argument, dat er in Nederland niet etnisch wordt geregistreerd omdat dit racistisch zou zijn.” Gomes’ standpunt is radicaal: „Niet meten is niet weten, en niet weten is niets hoeven doen aan racistische uitsluiting.”

„Niet meten is niet weten, en niet weten is niets hoeven doen aan racistische uitsluiting”

Patricia D. Gomes, historicus


Nancy Jouwe, freelance-onderzoeker, docent en een van de initiatiefnemers van tentoonstellingsplatform Framer Framed in Amsterdam, beaamt dit. „We zijn in Nederland kampioen tolerantie”, zegt ze. „Maar we zijn een zure loser op het gebied van diversiteit.” Het niet willen tellen op etniciteit omdat dat in tegenspraak zou zijn met de wet op de privacy, ziet Jouwe als een impliciete vorm van racisme. „Dat zijn cijfers die niet bestaan. Maar wie geen cijfers heeft, kan nergens op sturen. Ook overheden niet.”

Zelf tellen

Dus is NRC gaan tellen: op kleur. Met als belangrijkste vraag: hoeveel mensen met een niet-westerse migratieachtergrond werken op belangrijke kunstinhoudelijke posities binnen Nederlandse musea? De getallen werden ter controle voorgelegd aan directies of woordvoerders van die musea.

Velen wilden de cijfers controleren en bevestigen (zie inzet). Vaak met de toevoeging: „Wij vragen sollicitanten niet naar hun etnische achtergrond”, zoals Charles de Mooij, directeur van Het Noordbrabants Museum in Den Bosch, in een e-mail schreef. Ralph Keuning, directeur van de Fundatie in Zwolle: „Ik heb geen idee of de mensen met wie ik werk wit zijn, ik heb het ze niet gevraagd.”

Maar ook de conservatoren, de één nog maar kort in dienst, de andere al een kwart eeuw, zijn huiverig. In het Centraal Museum en het Groninger Museum willen medewerkers absoluut niet ‘meegeteld’ worden als niet-westers. Ze zijn geselecteerd op kwaliteit, is het argument. Afkomst of etniciteit doet er niet toe.

1 op de 38

Uit de cijfers komt naar voren dat slechts 6 van de 231 kunstinhoudelijke stafmedewerkers in de 21 onderzochte musea een niet-westerse migratieachtergrond hebben. Dat is iets meer dan 2,6 procent. Het CBS berekende in mei van dit jaar dat bijna 14 procent van de Nederlandse bevolking een niet-westerse migratieachtergrond heeft. In steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht ligt dat percentage hoger: gemiddeld 33 procent. De groep derdegeneratiemigranten is daarbij niet meegerekend.

De 6 stafmedewerkers vind je in 3 Nederlandse musea. Bij het Van Abbe, dat per 1 januari Yolande Zola Zoli van der Heide, conservator van Zuid-Afrikaanse afkomst, heeft aangesteld. Bij het Kunstmuseum in Den Haag, waar Yasmijn Jarram als conservator hedendaagse kunst in dienst is. En bij het Rijksmuseum, waar 4 conservatoren van niet-westerse komaf werken, van wie conservator Valika Smeulders per 1 juli promoveert tot hoofd van de afdeling geschiedenis. Op 7 juni is bij het Stedelijk Museum Yvette Mutumba aangesteld als curator-at-large, maar zij is vanwege de peildatum van 1 juni niet meegeteld.

„Ik heb geen idee of de mensen met wie ik werk wit zijn, ik heb het ze niet gevraagd”

Ralph Keuning, directeur de Fundatie


Voor de raden van toezicht liggen de getallen iets hoger. Van de totaal 112 bestuursleden hebben er 7 een niet-westerse achtergrond. Dat is iets meer dan 6 procent. Je vindt ze bij het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum, Boijmans, Museum Arnhem, Mauritshuis, Kunstmuseum en het Fries Museum.

Het Kunstmuseum heeft afgelopen maart, met het oog op diversiteit, een extra raad van advies geïnstalleerd. Van de 9 leden hebben er 6 een niet-westerse achtergrond. Ook het Frans Halsmuseum heeft een extra raad van advies van 17 leden. Geen van die 17 heeft een niet-westerse achtergrond.

Henry Taylor, ‘The Love of Cousin Tip’, 2017. Foto Henry Taylor/ Blum & Poe

Deel 3 Het taaiste onderdeel is personeel

Multiculturele samenleving

Als je deze cijfers overziet, lijkt culturele diversiteit een gloednieuw vraagstuk in kunstenland. Dat is het niet. Er is een bibliotheek te vullen met rapporten, onderzoeken en adviezen van de afgelopen twintig jaar over hoe culturele organisaties diverser kunnen worden. Divers staat voor meer dan huidskleur alleen: divers gaat ook over de verdeling man-vrouw, jong-oud, LGBTQ. Maar huidskleur, zo blijkt, is het taaiste onderdeel van het vraagstuk.

Staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg (PvdA) zet het onderwerp eind jaren negentig hoog op de politieke agenda. Hij eist dat de kunstwereld representatiever wordt voor de multiculturele samenleving. In de beeldende kunst volgt het Mondriaan Fonds als groot subsidiërend kunstfonds. Er komt ‘prioriteit’ op het gebied van diversiteit. Maar wat dat concreet inhoudt, is onduidelijk.

Mondriaan-directeur Gitta Luiten roept als extra stimulans de Culturele Diversiteitsprijs voor musea in het leven. Die prijs, van liefst 500.000 euro, wordt in 2006 aan het Van Abbe uitgereikt. Het museum maakte er een (behoorlijk bekritiseerde) tentoonstelling mee: Be(com)ing Dutch.

De Diversiteitsprijs blijkt een eenjarige plant. Onderzoeker Nancy Jouwe en Van Abbe-directeur Charles Esche herinneren zich dat de kunstwereld ‘hysterisch’ reageerde op de prijs. Esche: „‘Hoe durf je?’ riepen ze. ‘Van kunst moet je afblijven, want kunst is autonoom’.” Jouwe: „Musea waren zich er niet van bewust dat ze de in- en uitsluitingsmechanismen, die hele canon van impliciete waarden en westerse vooronderstellingen bleven reproduceren.”

„Personeel is het lastigste stukje van het hele diversiteits-debat”

Nancy Jouwe, freelance-onderzoeker en docent


Olifant

Nancy Jouwe is in die jaren als adviseur betrokken bij Netwerk CS. Dit sinds 2002 opererende, landelijke netwerk van professionals en organisaties in de cultuursector buigt zich over alle vormen van diversiteit en meerstemmigheid. „Personeel was toen ook al het lastigste stukje van het hele diversiteits-debat”, zegt ze. Museale instellingen zagen er niet de urgentie van. Aan de voorkant begrepen ze het uitstekend – ze gingen anders programmeren en andere publieksgroepen werven – maar hun organisatie, het systeem en de infrastructuur: daarover concludeerden wij een totaal gebrek aan institutionele kritiek.”

Het Netwerk wordt eind 2008 „niet uit vrije wil” opgeheven. John Leerdam, dan Tweede Kamerlid voor de PvdA, sleept er nog een laatste subsidie uit voor een afsluitend onderzoek. Dat rapport, De Olifant in de Kamer – staalkaart culturele diversiteit in de basisstructuur (2009), velt een snoeihard oordeel. Nederlandse instellingen denken nauwelijks na over de kwalitatieve impuls van een meerstemmige organisatie, stelt het rapport. „Er wordt nagenoeg geen relatie gelegd tussen een (meer) cultureel divers bestuur en/of personeelsbestand en de mogelijkheid om een toenemend cultureel divers publiek aan te trekken, een meer cultureel diverse invulling te geven aan de programmering en met meer cultureel diverse partners samen te werken.” „Vrijblijvendheid” overheerst, concludeert het rapport.

Er is een bibliotheek te vullen met rapporten, onderzoeken en adviezen over hoe culturele organisaties diverser kunnen worden

De Olifant in de Kamer komt met een scala aan praktische aanbevelingen om de „verlammende onmacht”, het „gebrek aan zelfreflectie” en het „onvermogen” bij te sturen. Ook de overheid krijgt een veeg uit de pan. Die stelt als financier geen harde eisen, waardoor culturele instellingen passief blijven. En omdat de één niks doet, doet de ander ook niks. Het slotadvies van het rapport: overheid, dwing instellingen hun beleid te veranderen.

Twee jaar later komt er, in 2011, een Code Culturele Diversiteit, die eind 2019 wordt herdoopt in de Code Culturele Diversiteit & Inclusie. Musea moeten van het ministerie van Cultuur de vier P’s van die Code onderschrijven. Publiek, Programma, Partners en Personeel moeten diversifiëren. De Code is inmiddels leidend voor alle subsidieaanvragen in de kunst. Maar, zegt Jouwe, aan de voorkant van musea verandert wel van alles, het hart van de organisatie blijft overwegend wit.

Carrie Mae Weems, Untitled (Man reading newspaper), from Kitchen Table Series, 1990.
Foto Jack Shainman Gallery/ Carrie Mae Weems

Foto Jack Shainman Gallery/ Carrie Mae Weem
Gordon Parks, At Segregated Drinking Fountain, Mobile, Alabama, 1956.


Foto Gordon Parks
Links: Carrie Mae Weems, ‘Untitled’ (Man reading newspaper), from Kitchen Table Series, 1990. Rechts: Gordon Parks, ‘At Segregated Drinking Fountain, Mobile’, Alabama, 1956.
Foto’s Jack Shainman Gallery/ Carrie Mae Weems en Gordon Parks

Deel 4 Een ongemakkelijke waarheid

Wit

Museum Naturalis in Leiden zit op 5 februari tjokvol museumdirecteuren en conservatoren. Iedereen op het Goed Geld Gala is in gespannen afwachting over de tonnen die de Postcode Loterij jaarlijks aan musea uitdeelt. Wayne Modest, hoofd van het Research Center of Material Culture in Leiden en hoogleraar Material Culture and Critical Heritage Studies aan de VU in Amsterdam, mag de keynote lezing houden. „Ik wil beginnen met iets ongemakkelijks”, zegt Wayne Modest en hij kijkt de zaal in die vol witte museummensen zit. „Over tien jaar wil ik hier terugkomen en dan hoop ik dat de zaal gekleurder is dan nu.”

Rein Wolfs, sinds eind 2019 directeur van het Stedelijk Museum, herinnert zich Modests lezing. „Natuurlijk voelde ik me daardoor ongemakkelijk. Ik ben een Nederlandse, witte directeur die perfect in het verkeerde plaatje past. Ik ga ervanuit dat ik ben aangesteld omdat ik de beste ben en ik voel me geschikt om deze functie te vervullen. Maar ik weet dat ik een bepaalde geloofwaardigheid in het diversiteitsdebat minder met mij meebreng dan dat iemand anders dat zou doen. Dat betekent dat ik dubbelhard moet werken om geloofwaardig over te komen.”

Ralph Keuning van de Fundatie in Zwolle vindt, terugblikkend, de aftrap van Modest op het Goed Geld Gala „niet héél steekhoudend”. „In Leiden zag ik allemaal mensen om me heen die volgens mij heel integer met hun werk bezig zijn en die qua programma’s de afgelopen twintig jaar heel veel hebben bereikt. Maar volgens Wayne Modest zijn we te wit. Tja, ik weet niet zo goed wat ik daarmee aanmoet.”

„Ik ben een Nederlandse, witte directeur die perfect in het verkeerde plaatje past”

Rein Wolfs, Stedelijk Museum


Onvindbaar

Hoe komt het dat tentoonstellingsprogramma’s en publiek inmiddels wel ‘verkleuren’? Op eigenlijk elke biënnale of grote groepstentoonstelling zijn niet-westerse kunstenaars te zien. Op het gebied van outreach naar achterstandsbuurten zijn musea als het Groninger Museum en het Kunstmuseum best actief. Maar waarom tref je gekleurde mensen in Nederlandse musea nog altijd vooral in beveiliging, techniek en horeca en zo zelden in stafposities?

„De argumenten daarvoor”, schrijft Patricia Gomes in haar lezing, „zijn in Nederland al vijftig jaar dezelfde: gekleurde mensen zijn niet vertegenwoordigd, omdat we ze niet kunnen vinden. Ze zijn niet vertegenwoordigd, omdat ze niet solliciteren. Als ze wel solliciteren, dan hebben ze niet de juiste opleiding. En als ze niet de juiste opleiding hebben, dan moeten we meer geld hebben om ze die opleiding te bieden.”

In de gesprekken met de verschillende museumdirecteuren kwamen Gomes’ woorden inderdaad in verschillende vormen langs. Met als meest gehoorde argumenten:

Opleiden?


„Help me”, zegt Stijn Huijts, sinds 2012 directeur van het Bonnefantenmuseum. „Het Bonnefanten is de witste organisatie waar ik ooit heb gewerkt. Ik zou dolgraag een junior-conservator opleiden, maar het budget is het budget. Dus tja, wat dan?” Hij zegt ook: „Ik zou dolgraag zien dat mensen van kleur aan de deur van het museum staan te rammelen. Maar weet je wat? Dat doen ze niet.”

„Opleiden?”, vraagt Ralph Keuning, sinds 2007 directeur van de Fundatie. „Ik run hier een tent zo groot als een filiaal van de Blokker. Wij schrijven gewoon vacatures uit. Iedereen kan daarop reageren. En dan kiezen we, vanuit de gedachte dat we diversiteit binnen het team willen.”

Bart Rutten

Bart Rutten, sinds 2017 directeur van het Centraal Museum in Utrecht, verlangt naar een stem erbij „die vanuit zijn of haar biografie dingen over onze vaste collectie zou kunnen zeggen die wij met onze witte koppies gewoon niet kunnen bedenken. Maar: ik kan ze niet vinden.” En als hij wel iemand vindt die hij moet opleiden, „dan kost dat veel, al gauw 60.000 tot 70.000 euro per jaar”.

Leven lang

Er is nog een argument dat de directeuren aanvoeren: het gebrek aan doorstroming van personeel. „Conservatoren zijn de langst zittende werknemers”, zegt Andreas Blühm van het Groninger Museum. „Zij blijven vaak hun leven lang bij een museum. Bij ons ook. Wij hebben met Mark Wilson en Sue-an van der Zijpp twee toptalenten in huis. Maar ze werken hier al wel tussen de vijftien en de vijfentwintig jaar. Ik denk weleens: moet je niet verder? Moet je niet eens wat anders?”

Stijn Huijts van het Bonnefanten: „Ik heb twee conservatoren die hier al lang werken. Ik kan niet zeggen: ‘Sorry, je bent te wit. Je werkt hier nu vijftien jaar en nu is het tijd voor iemand met een ander kleurtje.’”

„Conservatoren zijn de langst zittende werknemers: zij blijven vaak hun leven lang bij een museum”

Andreas Blühm, directeur Groninger Museum


Volgens Bart Rutten „vinden mensen het werk in het Centraal Museum gewoon te leuk. Dus er zijn haast geen gaatjes.” Toch heeft Rutten sinds zijn aanstelling bijna drie jaar geleden zulke ‘gaatjes’ gehad. Hij kon twee nieuwe conservatoren in vaste dienst aanstellen – Laurie Cluitmans voor hedendaagse kunst en René de Kam voor Utrechtse stadsgeschiedenis. Op de vraag waarom hij geen mensen met een niet-westerse achtergrond koos, antwoordt hij: „Deze twee conservatoren waren gewoon de besten. Vergeet niet: wij moeten als musea uiterst efficiënt functioneren. Conservatoren werken hier 50 tot 60 uur per week – ze hebben allemaal dat vuur voor hun discipline en vak. Stel je iemand aan, dan moet dat iemand zijn die snel slagen kan maken, met een bepaald soort abstractieniveau om te opereren binnen het team, met een visie op wat kunst kan betekenen in de wereld. Iemand die je dus niet meer hoeft op te leiden.”

Onder de kandidaten die solliciteerden voor de functie conservator hedendaagse kunst, zaten twee met een deels niet-westerse achtergrond. Die hadden, volgens Rutten, „wel het enthousiasme maar niet dat noodzakelijke abstractieniveau in hun visie op kunst”. Hij besloot een van de twee niet als conservator, maar als tijdelijke projectleider aan te nemen. „Wij hebben hierbij de welwillendheid getoond hem de kans te bieden om ons binnen dit totaal witte bastion te voeden vanuit zijn achtergrond. We hebben daar veel aan gehad.”

Emory Douglas, ‘Paperboy’, 1969. Foto Emory Douglas / Artists Rights Society (ARS)/ Pictoright Amsterdam

Deel 5 Op weg naar een gekleurd museum

Innovatief werven

Nancy Jouwe, die weleens samenwerkt met het Centraal Museum, reageert geprikkeld. „Een museumdirecteur die niet investeert in de aanstelling van twee belangrijke conservatoren – dáár had hij nou net het verschil kunnen maken. Er is een derde generatie Afro-Nederlanders die ook beroepen als schrijver, kunstenaar of kunsthistoricus omarmt – beroepen waar je, zoals we allemaal weten, heel moeilijk geld mee kunt verdienen. Wie als directeur zegt geen geschikte, gekleurde kandidaten voor een vacature te kunnen vinden, heeft simpelweg zijn HR niet op orde. Alles begint met het besef dat diversiteit belangrijk is. Maak dat besef helder voor je hele organisatie. Als je dat als staf omarmt, dan ga je gewoon zorgen dat die veelkleurigheid er komt.”

‘Musea bekennen kleur’

Op gespreksniveau dringen deze ideeën zeker door. Maar de concrete uitvoering gaat traag. Huijts en Rutten hebben zich in maart dit jaar met nog acht museumdirecteuren verenigd in het platform Musea bekennen Kleur – een plek om samen te leren en praten over diversiteit in presentatie, publiek en personeel. Meer musea hebben zich inmiddels aangesloten. Er zijn zelfreflectiesessies gepland, een symposium, en veel musea gaan komend jaar ‘iets’ met slavernij en/of niet-westerse kunstenaars doen. Vaak in navolging van de uitgestelde grote tentoonstelling over slavernij die het Rijksmuseum nu in 2021 heeft gepland.

Musea als het Stedelijk en het Kunstmuseum zijn inmiddels een stapje verder: zij maken bij sommige vacatures gebruik van wervingsbureaus zoals Colourful People en het Atana Netwerk, een databank van in kunst geïnteresseerde bestuurders en toezichthouders met een dubbele culturele achtergrond. Bij musea als het Centraal Museum en het Stedelijk zijn af en toe gastconservatoren werkzaam met een niet-westerse achtergrond. Het Rijksmuseum biedt opleidingstrajecten aan minder gekwalificeerde kandidaten.

Nulmeting


Bij zijn aantreden vier jaar geleden als algemeen directeur van het Rijksmuseum kondigde Taco Dibbits de grote slavernij-tentoonstelling aan. „De eerste reactie van mijn conservatoren in 2016 was: ‘Wat leuk dat we dat gaan doen’. Ik heb toen meteen gezegd: ‘Nee, dat gaan wij dus niet doen. Wij gaan een conservator geschiedenis zoeken met een Afro-Nederlandse achtergrond.’ Dat was even slikken. Die conservator werd de van oorsprong Antilliaanse Stephanie Archangel.”

Dibbits voerde vervolgens een nulmeting uit onder de 748 vaste en tijdelijke personeelsleden. Met hulp van de Vrije Universiteit werden alle afdelingen doorgelicht op blinde vlekken en vooroordelen. Dibbits zelf moest er ook aan geloven. „Ik had altijd iets van: tja, die Code Culturele Diversiteit & Inclusie - dat is dan zo’n onderwerp dat in beleidsstukken voorkomt. Ik vond dat het Rijksmuseum van iedereen is. Dus waarover zeuren mensen?”

Door de trainingen leerde hij dat culturele diversiteit veel meer is dan een tentoonstelling over slavernij maken. „Ik ben ervan doordrongen geraakt dat meerstemmigheid in je organisatie moet, dat personeel moet verkleuren, omdat je zo een beter museum en een betere kwaliteit krijgt. Meerstemmigheid, veelkleurigheid verandert het perspectief op je tentoonstellingen, op je publiek, op de partners met wie je samenwerkt. Zelfs bij traditionele afdelingen als zeventiende-eeuws tekeningen of porselein, waarvan iedereen roept ‘Daar vind je nóóit iemand met een niet-westerse achtergrond voor’, zelfs daar kun je meerstemmigheid organiseren.”

Dibbits zegt dat hij daarom bij sollicitaties ‘hamert’ op vragen als: „Zijn alle wegen bewandeld? Hebben we echt alle kandidaten langs gehad? Met een wervingstekst die zich over culturele diversiteit uitspreekt, zeg je niet alleen: ‘Het schijnt te moeten’, maar je zegt: ‘Jij kunt een bijdrage leveren die ik niet bij iemand anders vind.’ En zit er iemand bij de sollicitanten die we veelbelovend vinden maar die nog niet de juiste papieren heeft? Dan leiden we die op. Dat doe ik niet uit politieke correctheid. Dat is mijn morele overtuiging. Ik vind dat iedereen in onze maatschappij gelijke kansen moet krijgen, en daar wil ik als museum aan bijdragen.”

Robert Colescott, ‘Cotton’, 1989.


Foto Defares Collection
Devan Shimoyama, ‘Countdown’, 2019.
Foto John Lusis
Links: Robert Colescott, ‘Cotton’, 1989. Rechts: Devan Shimoyama, ‘Countdown’, 2019.
Foto’s Defares Collection en John Lusis

Van Abbemuseum

Van de museumdirecteuren met wie NRC spreekt, is Charles Esche de langstzittende: sinds 2004 staat hij aan het hoofd van het Van Abbemuseum in Eindhoven. Onder zijn leiding heeft het museum in 2006 de Culturele Diversiteitsprijs gewonnen. Ook kreeg het in 2017 een eervolle vermelding van de Code Culturele Diversiteit & Inclusie. Esche is een aanjager van het debat over dekolonialisme in Nederland. Toch is er pas in januari dit jaar een conservator in dienst gekomen met een niet-westerse achtergrond. Yolande Zola Zoli van der Heide volgt Annie Fletcher op, die in Dublin directeur is geworden van het Irish Museum of Modern Art.

„Inderdaad”, zegt Esche, „onze conservatoren waren allemaal wit. De verkleuring gaat langzaam, ja. Vergelijk het met een tentoonstelling maken over water: die staat er over twee jaar. Maar als ik de hele waterleiding wil vervangen, ben ik twintig jaar bezig.

„Ook ik heb mijn eigen hoofd moeten dekoloniseren. Dat is iets anders dan tolerant zijn, een inclusief beleid voeren of tentoonstellingen met zwarte kunstenaars organiseren. Dekoloniseren wil zeggen dat je beseft dat de koloniale geschiedenis nog steeds niet is afgerond en dat die geschiedenis zaken kleurt die nog steeds ongelijk en onrechtvaardig zijn. Op een cursus kwam ik er bijvoorbeeld achter dat ik tijdens een sollicitatiegesprek altijd op zoek ga naar iemand die dezelfde triggers heeft als ik. Ik voel me thuis bij iemand die… chaotisch is, nieuwsgierig… een soort wilde energie heeft, iemand die creativiteit laat zien in plaats van degelijkheid, iemand die meer bezig is met het idee en minder met de structuur. Dus tijdens sollicitatiegesprekken blijk ik mensen te kiezen die op mijzelf lijken. Annie Fletcher was zo iemand. Vanuit het oogpunt van diversiteit is de beste kandidaat niet per se de beste voor het team.”

Afghanistan

In het Van Abbe is ook op ander niveaus van verkleuring sprake. De flexibele schil bestaat uit gastconservatoren en sprekers uit alle windstreken. Bovendien, zo beklemtoont Esche, is voor hem een ‘sleutelfiguur’ niet per se een conservator of afdelingshoofd. „Via een gesprek op de gang leerde ik een paar jaar geleden een suppoost van ons kennen, Shafiq Omar, die uit Afghanistan is gevlucht. Onder invloed van hem is er een uitgebreid programma ontwikkeld met Afghaanse kunstenaars, vluchtelingen en ander publiek. Dankzij Shafiq Omar hebben we nu een Skype-kunstacademie in zes steden in Afghanistan. We hebben een relatie met het National Museum of Afghanistan, we hebben bijeenkomsten met de Afghaanse gemeenschap, we hebben een expositie gehad met Afghaanse kunstenaars in Nederland. Shafiq is geen conservator, maar ik beschouw hem wel als heel belangrijk voor het museum.”

„Diversiteit op personeelsgebied is helemaal niet zo moeilijk. Je moet gewoon aan de slag”

Anne de Haij, strategisch adviseur Kunstmuseum Den Haag


Rooney-rule

De uitstraling van het monumentale Haagse Kunstmuseum is het tegendeel van vooruitstrevend of hip. Maar uit de jaarverslagen en beleidsstukken spreekt een ongebruikelijke openheid (bijvoorbeeld over dreigende tekorten of kwijtgeraakte collectiestukken). Op het gebied van culturele diversiteit gebeurt veel in Den Haag, en zonder de trom heel hard te roeren.

Nog voordat het Rijksmuseum daarmee aan de slag ging, werden er in Den Haag al nulmetingen gedaan waarbij alle afdelingen zijn doorgelicht. „Door de blinde vlekken te inventariseren, krijgen we helder hoe we denken en handelen”, zegt strategisch adviseur Anne de Haij. Sollicitaties verlopen sinds 2018 volgens de ‘Rooney-rule’, een term uit het American Football, waarbij ten minste een van de kandidaten die voor een gesprek worden uitgenodigd een niet-westerse achtergrond moet hebben.

Er zit inmiddels kleur in de raad van toezicht, de staf van conservatoren en het management.

Romare Bearden, ‘The Block II’, 1972.
Foto The Romare Bearden Foundation

Olifantenpaadje


Daarnaast is sinds kort een speciale raad van advies actief, waarvan de leden uit andere dan de gebruikelijke netwerken afkomstig zijn. Benno Tempel, sinds 2009 directeur: „Ook ik ken die reflex van kennissen bellen of ze willen en tijd hebben. Dat doe ik dus niet meer, dat blijven lopen in je eigen olifantenpaadje.”

Daarnaast wordt in Den Haag veel „op gevoel” gedaan. Tempel: „Heeft een sollicitant niet de goede diploma’s, maar wel iets interessants te bieden, dan zeg ik: ‘Kom maar, probeer het maar. Als je weet hoe je een potje moet vastpakken, komt het vast goed.’”

Adviseur De Haij: „Heel veel musea zitten in een kramp. Ze zeggen: ‘Diversiteit op personeelsgebied is zo’n grote opgave, hoe moet ik dat aanpakken?’ Maar het is helemaal niet moeilijk. Je moet gewoon aan de slag – ook met de ruimte in between. Ga dus aan het werk met de flexibele schil, maak die vol kleur, werk samen met ROC’s, bibliotheken en mensen uit de stad. Diversiteit wordt alleen een succes als je een beetje willing bent. In theorie zijn er altijd heel veel drempels op te werpen en dingen die mis kunnen gaan. Wij weten de alomvattende oplossing ook niet. Maar ik zeg: ga het maar gewoon doen. En falen is helemaal oké daarin.”

Kwaliteitssprong

Het draait uiteindelijk om de kwaliteitssprong die een museum kan maken als er meer kleuren aan tafel zitten. Dat is die „diepgaande en verruimende kijk op de kunstgeschiedenis” waar Nancy Spector aan het begin van dit artikel over spreekt. Die kwaliteitssprong is voor Benno Tempel het helderst geworden op de tentoonstelling over islamitische kunst die in 2018 en 2019 in het museum was te zien. „Met Glans en Geluk hebben we voor het eerst met een divers team van gastconservatoren en adviseurs gewerkt. Vroeger was er een conservator Islamica in dienst, een gerenommeerd persoon, maar altijd een wit iemand die een zuiver kunsthistorische insteek hanteerde. Bij Glans en Geluk vroeg ik Behrang Mousavi – een expert op dit gebied - om me te helpen. Door hem leerde ik islamitische kunst heel anders bekijken.”

„Ik vroeg hem: ‘Wat voor verhaal kunnen we vertellen? Wat maakt islamitische kunst nu zo anders van westerse kunst?’ Behrang antwoordde: ‘Als je naar oude, westerse kunst kijkt, zie je alleen maar gruwelen: martelingen, onthoofdingen, heiligen aan het kruis. In de wereld van de islam gaat het over het afbeelden van het paradijselijke.’ Ja, je kunt erom lachen, maar voor mij was dat een eye-opener. En zo werd dat paradijselijke de insteek van die expositie, en vandaar ook die naam: Glans en Geluk.”

Verhouding wit/gekleurd vaste medewerkers van de 21 onderzochte kunstmusea

Achter elk museum staat het totale aantal medewerkers in vaste dienst, en het aantal daarvan met een niet-westerse migratieachtergrond in een kunstinhoudelijke sleutelpositie. Daaronder die aantallen per functie. In deze graphic zijn niet de mensen meegeteld die een niet-westerse migratieachtergrond hebben en in vaste dienst zijn bij andere afdelingen van de musea, zoals educatie, horeca, technische dienst en beveiliging.

Bonnefantenmuseum, Maastricht

Vaste medewerkers: 48/0

Directie (2/0), conservatoren (2/0), raad van toezicht (6/0)

Centraal Museum, Utrecht

Vaste medewerkers: 102/0

Directie (2/0), hoofd collectie 1/0), conservatoren: (7/0), raad van toezicht (5/0)

Dordrechts Museum, Dordrecht

Vaste medewerkers: 100/0

Directie (2/0), hoofd collecties (1/0), conservatoren (6/0), raad van advies (4/0).

Drents Museum, Assen

Vaste medewerkers: 60/0

Directie (2/0), conservatoren (5/0), raad van toezicht (7/0)

Frans Halsmuseum, Haarlem

Vaste medewerkers: 45/0

Directie (2/0), hoofd collecties (1/0), conservatoren (2/0), raad van toezicht (7/0), raad van advies (17/0)

Fries Museum, Leeuwarden

Vaste medewerkers: 42/1

Directie (1/0), conservatoren (5/0), directie collecties en tentoonstellingen (2/0), raad van toezicht (9/1)

Groninger Museum, Groningen

Vaste medewerkers: 69/0

Directie (2/0), conservatoren (7/0), raad van toezicht (6/0)

Het Noord-Brabants Museum, Den Bosch

Vaste medewerkers: 40/0

Directie (2/0), hoofd collectie, presentatie en educatie (1/0), conservatoren (4/0), raad van toezicht (5/0)

Kröller-Müller Museum, Otterlo

Vaste medewerkers: 82/0

Directie (3/0), hoofd collectie, onderzoek en presentatie (2/0), conservator (1/0), raad van toezicht (7/0)

Kunstmuseum, Den Haag

Vaste medewerkers: 135/8

Directie (3/0), hoofden collectie en tentoonstellingen (2/0), conservatoren (10/1), raad van toezicht (6/1), raad van Advies (9/6)

Mauritshuis, Den Haag

Vaste medewerkers: 70/1

Directie (2/0), conservatoren (4/0), raad van toezicht (6/1)

Museum Arnhem, Arnhem

Vaste medewerkers: 10/1

Directie (1/0), hoofd publiek en programma (1/0), conservatoren (5/0), raad van toezicht (5/1)

Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam

Vaste medewerkers: 95/1

Directie (2/0), hoofden presentaties, collectie en onderzoek, internationale tentoonstellingen (3/0), conservatoren (8/0), raad van toezicht (7/1)

Museum de Fundatie, Zwolle

Vaste medewerkers: 48/0

Directie (2/0), team collecties (4/0), raad van toezicht (6/0)

Museum de Lakenhal, Leiden

Vaste medewerkers: 34/0

Directie (1/0), hoofd programma en collectie (1/0), conservatoren (5/0)

Rijksmuseum, Amsterdam

Vaste medewerkers: ca. 500/5

Directie (3/0), hoofden afdelingen (6/0), conservatoren, wetenschappelijke medewerkers (54/4), raad van toezicht (7/1)

Rijksmuseum Twenthe, Enschede

Vaste medewerkers: 36/0

Directie (1/0), conservatoren (3/0), raad van toezicht (6/0)

Stedelijk Museum, Amsterdam

Vaste medewerkers: 192/1

Directie (2/0), conservatoren (13/0), raad van toezicht (6/1).

Sinds 7 juni is Yvette Mutumba curator at large. Zij is vanwege de peildatum 1 juni niet meegerekend in deze telling.

Van Abbemuseum, Eindhoven

Vaste medewerkers: 42/1

Directie (2/0), conservatoren (7/1)

Van Gogh Museum, Amsterdam

Vaste medewerkers: 284/0

Directie (2,0), directeur Museale Zaken (1,0), hoofd collectie & onderzoek (1,0), conservatoren/onderzoekers (13/0), raad van toezicht (6/0)

Zeeuws museum, Middelburg

Vaste medewerkers: 22/0

Directie (1/0), conservatoren en tentoonstellingsmakers (3/0), raad van toezicht (5/0)

Fotografie

De foto’s bij dit artikel komen van de expositie Tell Me Your Story in Kunsthal Kade, Amersfoort: werk van Afrikaans-Amerikaanse kunstenaars dat buiten de westerse kunsthistorische canon is gevallen.

Foto’s Stijn Huijts en Benno Tempel: Robin de Puy, foto Bart Rutten: Angeliek de Jonge, foto Taco Dibbits: Ben Roberts, foto Charles Esche: Monique van der Steen, foto Rein Wolfs: Martijn van Nieuwenhuyzen, foto Anne de Haij: Tarona, foto Ralph Keuning: Annabel Oosteweeghel, foto Annet Zondervan: Les Adu.

Lees ook: Niemand heeft het over de zwarte vrouw op Manets Olympia