Maatschappelijk ondernemen als eis

Initiatiefvoorstel Tweede Kamer Te weinig Nederlandse bedrijven voldoen vrijwillig aan de internationale richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Tijd voor een wettelijke verplichting, vinden ChristenUnie en drie andere partijen.

Broden in het laboratorium van DSM in Delft, waar enzymen worden getest.
Broden in het laboratorium van DSM in Delft, waar enzymen worden getest. Foto Jasper Juinen/Bloomberg

Vrijwillig is het niet gelukt, dus dan maar verplicht. Vier partijen in de Tweede Kamer, onder leiding van de ChristenUnie, willen dat het naleven van internationale richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, waaronder het uitbannen van kinderarbeid, wettelijk vereist wordt. Nederlandse bedrijven moeten verplicht worden om misstanden tegen te gaan in hun hele productieketen.

Woensdag dienen ChristenUnie, SP, PvdA en GroenLinks daartoe een initiatiefnota in. De nota moet het kabinet een basis geven voor wetgeving voor maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo), waaronder bijvoorbeeld het beëindigen van illegale houtkap en moderne slavernij. De partijen achten de kans namelijk „zeer groot” dat uit de eindevaluatie van de huidige vrijwillige maatregelen, die voor het zomerreces wordt verwacht, blijkt dat een wettelijke ondergrens nodig is.

Lees ook: Zwitserland houdt een referendum om bedrijven verantwoordelijk te stellen voor schending van mensenrechten en milieuregels

Verplicht, niet vrijwillig

In de initiatiefnota geven de vier partijen aan hoe dergelijke bodemwetgeving eruit moet zien. Bedrijven moeten worden verplicht om „potentiële of daadwerkelijke schendingen van mensenrechten en internationale milieustandaarden in hun keten te identificeren, te verminderen en te voorkomen”, stellen ze in een nog te publiceren persbericht, ingezien door NRC.

Nederlandse bedrijven worden momenteel gevraagd internationale mvo-richtlijnen te volgen die zijn opgesteld door de Verenigde Naties en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De vier partijen vinden dat dit verplicht moet worden in plaats van op vrijwillige basis, zoals in Frankrijk al het geval is. „Uit alle tussenevaluaties blijkt dat Nederlandse bedrijven ver achterblijven bij de richtlijnen”, zegt Joël Voordewind, Kamerlid van de ChristenUnie, in een telefonische toelichting. „Het wordt tijd voor meer dwang.”

In het regeerakkoord van 2017 is opgenomen dat de naleving van internationale mvo-richtlijnen door Nederlandse bedrijven zou worden geëvalueerd. Het eindoordeel wordt voor het reces, dat begint op vrijdag 3 juli, verwacht. Aan de hand van de evaluatie wordt besloten of „dwingende maatregelen” nodig zijn, schreef minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, D66) in april in een brief aan de Tweede Kamer.

Kamerlid Voordewind verwacht dat de eindevaluatie een negatief oordeel zal geven over de naleving van de mvo-richtlijnen door Nederlandse bedrijven. Verplichten is dan de logische volgende stap, vindt hij. „De Nederlandse staat heeft als doel gesteld dat negen van de tien grote bedrijven in ons land de OESO-richtlijnen volgen in 2023. Dat is al bijna, en eind vorig jaar stond de teller nog maar op 35 procent. Er is meer actie nodig.”

Uitstel van strengere maatregelen, zoals verplichte rapportage over onder meer milieuvervuiling, vanwege de coronacrisis vindt Voordewind een slecht idee. „Voor kleine bedrijven kun je natuurlijk coulanter zijn. Maar dit gaat vooral over grote multinationals, die al jaren de tijd hebben gehad om hun zaken op orde te krijgen. Dat er nog altijd Nederlandse bedrijven zijn die niet kunnen uitsluiten dat er in hun keten sprake is van moderne slavernij, vind ik schandelijk.”

‘Gelijk speelveld’

MVO Nederland, een organisatie voor het stimuleren van maatschappelijk verantwoord ondernemen, reageert positief op de initiatiefnota voor een wettelijke verplichting. „Zo creëer je eindelijk een gelijk speelveld voor de bedrijven die al heel goed bezig zijn. Zij ondervinden nu nadeel van concurrenten die de regels niet naleven”, zegt Maria van der Heijden, directeur-bestuurder van MVO Nederland, waar zo’n tweeduizend organisaties bij zijn aangesloten, waaronder veel mkb-bedrijven. „De koplopers worden te weinig beloond.”