Reportage

Grunberg reisde in coronatijd door de VS: ‘de geschiedenis haalde me in’

Grunberg op reis Schrijver verliet zijn woonplaats New York op zoek naar de VS in coronatijd. Maar toen werd George Floyd gedood en ontbrandden de protesten tegen racisme.

Beeld van Jefferson Davis, president van de Geconfedereerde Staten van Amerika van 1861 tot 1865, ligt op straat in Richmond, Virginia, omvergetrokken door demonstranten.
Beeld van Jefferson Davis, president van de Geconfedereerde Staten van Amerika van 1861 tot 1865, ligt op straat in Richmond, Virginia, omvergetrokken door demonstranten. Foto Parker Michels-Boyce / AFP

De Italiaanse filmmaker en schrijver Pier Paolo Pasolini (1922-1975) zou tijdens de studentenprotesten eind jaren zestig hebben verklaard dat hij aan de kant van de politie stond, zonen van het proletariaat, en niet aan de kant van de bourgeois-studenten.

In een artikel in 2015 in Internazionale heeft Wu Ming (achter die naam gaat een collectief van Italiaanse schrijvers schuil) geprobeerd dat beeld te nuanceren. Pasolini zou niet werkelijk aan de kant van de politie hebben gestaan, maar hij had begrepen dat de studenten, product van de bourgeoisie, hooguit voor een burgeroorlog in de bourgeoisie kunnen zorgen, de ware revolutie moest van de arbeiders komen.

Op 9 juni 2020 schreef Molly Crabapple in The New York Review of Books dat een New Yorkse politieagent na zes jaar werk, inclusief overwerk, al een jaarsalaris van zes cijfers kan verdienen. „New Yorkse politieagenten mogen het accent hebben van de arbeidersklasse, maar dankzij belastinggeld behoren zij stevig tot de hogere middenklasse”, noteert Crabapple. Nu is bourgeoisie niet helemaal hetzelfde als hogere middenklasse, bourgeoisie is vermoedelijk ook een breed georiënteerde ideologie die wordt doorgegeven van generatie op generatie, hogere middenklasse is meer een kwestie van wat er op je belastingformulier staat.

Duidelijk is dat bij de hedendaagse opstand de tegenstelling tussen de revolutionairen, zonen en dochters van de bourgeoisie, en de politie, zonen van de arbeidersklasse, die voor een mager maandsalaris de nakomelingen van de bourgeoisie dienen neer te knuppelen, niet meer opgaat. Ook omdat niet zozeer sociale klasse als wel etniciteit de primaire definitie is waarvan men zich bedient. Zelfs als dit gecodeerde of verhulde klassenstrijd zou zijn dan blijft het opvallend dat werkelijk klassenbewustzijn ontbreekt. Het programma, het omverwerpen van het patriarchaat of ‘white supremacy’, wordt gekenmerkt door aangename vaagheid, waardoor het alles en niets kan betekenen; wie de bestaande machtsverhoudingen omver wenst te werpen moet op zijn minst een vaag idee formuleren hoe de nieuwe machtsverhoudingen eruit moeten zien.

Natuurlijk bestaat er in West-Europa, in Nederland, nog armoede, maar het lompenproletariaat zoals Chaplin dat portretteerde in Modern Times (1936) of De Sica in Ladri di biciclette (Fietsendieven, 1948) is uit de West-Europese hoofdsteden verdwenen. Wie is – zeker in Europa – níét bourgeois tegenwoordig? Ook het partijprogramma van Bernie Sanders bleef keuring binnen de grenzen van de bourgeois-ideologie.

Het artikel van Crabapple eindigt met een jongen die op Broadway op een politiebusje staat. De ramen van het busje zijn ingeslagen, ‘FTP’ (Fuck the Police) staat op het busje. Als Crabapple vraagt of ze een foto van hem mag maken antwoordt hij: „Je zult een miljoen likes krijgen op instagram.”

Deze revolutie wil hartjes op Instagram.

Eind jaren zestig was een deel van de zonen en dochters van de bourgeoisie bereid zich te laten neerknuppelen door matig betaalde agenten. Die bereidheid bestaat op kleine schaal nog steeds, maar een aanzienlijk deel van de nakomelingen van de bourgeoisie geeft de voorkeur aan een hartje op Instagram. Het protest is voor velen ook een accessoire.

Dat een nogal omstreden bedrijf als Amazon – de grens tussen loonarbeid en uitbuiting lijkt daar nogal broos – liet weten aan de kant van Black Lives Matter te staan maakt duidelijk hoezeer welbegrepen eigenbelang vermomd kan worden als een principiële kwestie. En zo draagt iedereen naar eigen mogelijkheden bij aan een betere wereld.

Levensverwachting

Ondanks alles hebben de protesten na de moord op George Floyd in Amerika, zo blijkt uit opiniepeilingen, in korte tijd voor wezenlijke verandering in opinies en meningen gezorgd. Alleen al daarom is relativering van het effect van de protesten niet gepast. De gemakzuchtige ontkenning dat racisme een probleem is, bleek onhoudbaar. Wie wil weten wat de grote wonden in een samenleving zijn, hoeft alleen maar te onderzoeken wat zij krampachtig probeert te ontkennen. Wat dat betreft springen de overeenkomsten tussen Amerika en pakweg Nederland net zo in het oog als de verschillen.

Een zwarte jongen die nu in een aantal Amerikaanse staten wordt geboren, bijvoorbeeld Alabama, Louisiana of Mississippi, heeft een lagere levensverwachting dan een mannelijke baby die nu in Bangladesh of India wordt geboren. In West-Europa praat men graag over oververtegenwoordiging van een bepaalde groep in de criminaliteitscijfers maar over de levensverwachting van diverse etnische groepen lees ik niets of nauwelijks. Zoals ik ook benieuwd ben naar de etnische verdeling van de corona-slachtoffers. In Amerika is de zwarte en Latino-bevolking onevenredig hard getroffen. Geen of onvolledige toegang tot effectieve gezondheidszorg is net zo dodelijk als politiegeweld.

Ik blijf gematigd optimistisch; dat Amerika zich niet beweegt in de richting van een burgeroorlog

De grote vraag van elke opstand luidt: hoe hem te beëindigen? We weten hoe de permanente revolutie, een term gemunt door Trotski, eindigde: in terreur, totalitarisme, moreel en economisch verval. De permanente opstand loopt uit in een revolutie waarbij doorgaans de contrarevolutie al wordt meegebakken, denk aan Iran in 1979. Of de permanente opstand vervreemdt dat deel van de bevolking van zich dat aanvankelijk bereid was die opstand te omarmen, waarbij het geweld dat de permanente opstand met zich meebrengt doorgaans de gevestigde orde versterkt en soms ook door die orde is uitgelokt of uitgevoerd. Zo weten we dat ten minste een deel van de aanslagen die in de jaren zeventig aan de Rode Brigades zijn toegeschreven in werkelijkheid zijn uitgevoerd door de Italiaanse geheime dienst.

Als de leus van de opstand die in Amerika in mei 2020 uitbrak en die overwaaide naar Europa luidt ‘geen rechtvaardigheid, geen vrede’ dan is de vraag hoe die rechtvaardigheid moet worden gedefinieerd.

Toen ik in mei besloot per trein en bus, en uiteindelijk ook noodgedwongen met de Uber, van New York naar Miami te reizen dacht ik een reis te gaan maken die in het teken zou staan van het virus. In de staat Georgia was alles al min of meer open, datzelfde geldt voor South Carolina, maar in Virginia was alles nog potdicht en in New York verwachtte men dat die stad als laatste open zou gaan. Tenslotte was dat het centrum van het virus geweest, circa een kwart van de coronadoden in Amerika kwam uit New York.

De geschiedenis haalde me in; even leek het virus niet meer te bestaan, het was alsof we in tijden van post-corona leefden.

Daklozen

De eerste dagen heb ik nog volop geschreven over de reële leegte in New York, Baltimore, Richmond, waarbij vooral de leegte in Baltimore onheilspellende trekken aannam die verdergingen dan het virus; het centrum van de metropool bleek weinig meer dan een kantorentuin met wat attracties eromheen; leven, dat deden de daklozen.

Maar daar kwam de geschiedenis aan galopperen, al deden toeristen in Charleston moedig hun best alsof er niets aan de hand was. Tot de avond viel, was er ook weinig aan de hand en toerisme bestaat bij de gratie van doen alsof er niets aan de hand is. Je kunt er gerechtvaardigde morele bezwaren tegen hebben, maar doen alsof is een begrijpelijke overlevingsstrategie. In elke samenleving zullen mensen in ontkenning leven. Met welke ontkenning valt echter niet meer te leven?

Lees ook:

De gebalde vuist is al eeuwen oud

Een maatschappij raakt op drift als een kritieke massa (laten we zeggen 20 tot 25 procent) meent niets meer te verliezen te hebben. Zolang je nog een koetsje met een paard hebt in Charleston waarmee je toeristen door de stad paradeert, is het begrijpelijk dat je denkt: mijn koetsje eerst, rechtvaardigheid later, ik geef wel een hartje op Instagram.

Het communisme ging niet alleen ten onder aan terreur, bureaucratische corruptie en ineffectieve verdeling van goederen en diensten, het wilde niet begrijpen dat de menselijke behoefte aan eigendom voortkomt uit een existentieel verlangen naar veiligheid. Dat verlangen mag ook ideologisch zijn bepaald, maar stijgt er toch bovenuit, veiligheid is meer dan ideologie. Voor zover ik weet zijn alle pogingen gemeenschappen zonder persoonlijk eigendom te stichten geëindigd mét persoonlijk eigendom of ze zijn aan interne contradicties ten onder gegaan.

Dit is mijn koetsje, ik heb ervoor gespaard, de revolutie zal het niet in brand steken.

Natuurlijk kan het verlangen naar eigendom ontaarden, de menselijke geschiedenis zit vol met ontaarding.

De Amerikaanse generaals hebben begrepen dat als het leger op grote schaal tegen de eigen bevolking wordt ingezet dat leger van binnenuit wordt vernietigd. Zoals een vriend zei: „Als het Amerikaanse leger de Amerikaanse democratie moet redden, dan gaat dat land lijken op het Turkije van een paar decennia geleden.”

Zodra briljante wetenschappers Amerika verlaten om zich bijvoorbeeld in China te vestigen weten we genoeg.

Ik blijf gematigd optimistisch; dat Amerika zich niet beweegt in de richting van een burgeroorlog, dat de vernietigingen die Trump heeft aangericht betrekkelijk snel hersteld kunnen worden, dat verandering binnen het democratische spel mogelijk is. Over een paar maanden zal blijken of ik in ontkenning leefde.

Dat lijkt me de werkelijke vraag die me begeleidde op de reis van New York naar Miami in het late voorjaar van 2020: hoeveel ontkenning kan dit land nog aan? Hoeveel energie kost het om te blijven ontkennen?

Een vraag overigens die ook Europese landen als Nederland en België zich mogen stellen, al was het maar omdat ook daar heden en verleden gaarne worden witgewassen.