Hoekstra blijkt te ‘atypisch’ om CDA te leiden

CDA-leiderschap Wopke Hoekstra wil geen CDA-leider worden. Tijdens een lange schaduwcampagne ondervond hij dat harde politiek hem niet past. Omgaan met kiezers evenmin. Besturen daarentegen wel.

Minister Wopke Hoekstra van Financiën (CDA) in Den Haag na afloop van de wekelijkse ministerraad.
Minister Wopke Hoekstra van Financiën (CDA) in Den Haag na afloop van de wekelijkse ministerraad. Foto BART MAAT / ANP

Hij was de hoop van de CDA-top en ook bij CDA’ers door het hele land veruit de populairste om de partij te leiden. Met Wopke Hoekstra zou het CDA weer een premier kunnen leveren, klonk daar al maandenlang. Maar de kroonprins neemt afstand van de troon, maakte hij deze woensdag bekend in De Telegraaf. Hij is, zegt Hoekstra „meer een bestuurder dan een beroepspoliticus”. „Ik wil dicht bij mezelf blijven. Een partijleider is iets anders dan een minister, verschillende rollen vragen andere dingen.”

Lees ook over het NRC-onderzoek onder lokale CDA-politici: Geroeptoeter past niet bij het CDA en Baudet past er al helemaal niet

Al sinds hij na de formatie in 2017 benoemd werd tot minister van Financiën wordt Hoekstra, samen met minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en in mindere mate staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken), genoemd als de potentiële nieuwe leider van het CDA. In de partijtop klonk maandenlang een voorkeur voor Hoekstra. Met hem, was de gedachte, zou het CDA kiezers van de VVD kunnen verleiden. Hij is, zegt een partijprominent, „een soort D66-VVD’er”.

Hoekstra voerde de afgelopen anderhalf jaar een schaduwcampagne. Hij bezocht ledenavonden, hield lezingen en zorgde er zo voor dat hij goed zichtbaar was in zijn partij. Dat had succes. Op de naborrel van een besloten avond waarin Wopke Hoekstra april vorig jaar in gesprek ging met De Dertigers, een groep jonge CDA’ers, werd Hoekstra „de nieuwe Rutte” genoemd.

Lees ook het profiel dat we eerder schreven: Wopke Hoekstra is een rijzende ster met kwaliteit voor het CDA-leiderschap

Politieke midlifecrisis

Hoekstra begon zijn politieke loopbaan in de Eerste Kamer, een ongewone Haagse route. In een gesprek met CDA’ers in een Limburgs café, eind 2018, noemde hij dat grappend een „politieke midlifecrisis”. Hij schreef het verkiezingsprogramma van het CDA voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2017. Midden in het schrijfproces werd zijn zoontje ernstig ziek. Hugo de Jonge nam het schrijven die periode van hem over. Hoekstra heeft, zeggen partijgenoten, een atypisch profiel voor een CDA’er: lid van de Remonstrantse Kerk, gestudeerd en gewerkt in Fontainebleau, Singapore, Berlijn, Hamburg en Rome. Als student was hij praeses van de Leidse Studenten Vereniging Minerva. Hoekstra was voor zijn ministerschap partner bij McKinsey.

Toen hij als minister begon, liet Hoekstra zien wie hij buiten zijn cv was. Op Instagram verschenen sinds de zomer van 2018 foto’s van zijn vrouw Liselot, van boeken die hij leest, van door zijn kinderen geknutselde lampionnen.

Vanaf het moment dat hij minister werd, verzamelde Hoekstra een team van partijgenoten om zich heen, onder wie oudgedienden als Jack de Vries, ooit naaste adviseur van oud-premier Jan Peter Balkenende. In de eerste jaren ging dat over het politieke landschap en wat het CDA daaraan toe zou kunnen voegen. De vragen die hij toen opwierp, zegt een van de mensen die hij regelmatig sprak, gingen over welk verhaal de partij zou moeten vertellen. Waar heeft het CDA behoefte aan? „Het was de McKinseyconsultant die analytisch naar problemen keek en afpellend en afstrepend een verhaal boetseerde.” Maar de afgelopen vijf, zes maanden veranderden die vragen. Steeds vaker klonk: denken jullie dat ik dit kan? En hoeveel invloed gaat zo’n lijsttrekkerschap hebben op mijn privéleven? Hoekstra is vader van vier kinderen.

Lees ook: Vooral VVD’ers halen opgelucht adem om Wopke Hoekstra

Harde politiek

Hoekstra zei deze woensdag dat hij voor Kerst zijn besluit al had genomen. Van een specifiek bepalend moment, zeggen mensen om hem heen, is geen sprake geweest. Het was een proces, zeggen ze, waarin ze de twijfel zagen toenemen. Hoekstra heeft recent de rauwe, politieke kant van zijn baan goed leren kennen. In april, midden in de coronacrisis, kwam Hoekstra in Europa in de moeilijkheden. Andere landen vielen over de in hun ogen starre houding van Hoekstra, die weigerde onvoorwaardelijk geld te lenen aan zuidelijke landen die zwaar getroffen waren. Veel Nederlandse kiezers zagen met goedkeuring een minister van Financiën die de hand op de knip hield, maar in Europa lag zijn imago snel aan gruzelementen. Hij werd, tot ver over de grens, the talk of the town. Spotprenten, talkshows, iedereen heeft in zijn eigen taal een mening over Wopke Hoekstra. Op zijn sociale media verschijnen onder berichten die hij plaatst nog altijd woedende reacties in het Italiaans of Spaans.

Hoekstra is niet van de partijpolitiek, wel van het besturen, zeggen partijgenoten. „Hij heeft een ambivalente houding ten opzichte van politiek”, zegt een van hen. „Hij vindt het belangrijk werk, maar hij heeft geen zin in het politieke spel.” Oud-minister van Defensie Hans Hillen: „Als je een groot verantwoordelijkheidsgevoel hebt en je wilt grootse dingen doen, dan wil je niet het risico lopen afgeschoten te worden door de publieke opinie omdat je das scheef zit of omdat je niet goed reageert op de hype van de dag.”

Luister ook naar Haagse Zaken: Kroonprinsen in coronatijd

Grootste zwakte

Soms had Hoekstra moeite de leefwereld van zijn publiek aan te voelen. Vóór ‘corona’ gaf hij iedere maand gastlessen op basis-, mbo- en middelbare scholen over geldzaken. Hoekstra begon die lessen vaak op dezelfde manier: „Ik ben Wopke Hoekstra en ik ga over het geld.” Aan een Arnhemse middelbare schoolklas vroeg Hoekstra in juni 2019 waar de leerlingen hun meeste geld aan uitgeven. Veruit de meesten vulden ‘eten’ in. „Kapsalon!”, riep iemand. „Wát zei je?”, vroeg Hoekstra. „Een kapsalon”, herhaalde de jongen. Hoekstra: „Jullie kopen dus heel veel verschillende soorten eten. En één jongen geeft ook geld uit aan de kapsalon.” De jongen in kwestie: „Maar met kapsalon bedoel ik eten.” Hoekstra: „Heel goed, heel goed. En wat eet je daar dan? Nu ben ik wel heel benieuwd.” De jongen, vol ongeloof: „Het ís eten.” Een deel van de klas kon de rest van de les niet meer ophouden met lachen.

In Den Haag, ook bij andere partijen, begon op te vallen dat Hoekstra buiten zijn vakgebied vaak weinig te vertellen had, en stijf overkwam. Aanstaande lijsttrekkers van andere partijen noteerden dat als zijn grootste zwakte. Het bleek bijvoorbeeld in een aflevering van Pauw, eind 2018. Een van de anderen gasten aan tafel was rapper Bizzey. Vooraf had Hoekstra gezegd dat zijn kinderen graag zijn muziek luisterden, ook zijn dochter van negen jaar oud. „Geweldig!”, zei Hoekstra. Toen las Bizzey uit eigen werk voor. „Je hebt geluk, want er groeit nu iets. Schuur harder meisje, stop nu niet.” Hoekstra zat half knikkend, lippen op elkaar geklemd, voor zich uit te staren. „Schatje, buig voorover, ik kan het niet beloven dat je nog kan lopen.” Hoekstra lachte moeizaam mee, zichtbaar ongemakkelijk.

Op de school in Arnhem waar Hoekstra een gastles gaf, mochten leerlingen aan het eind van de les vragen stellen. Een van hen wilde weten hoe Hoekstra minister van Financiën had kunnen worden. „Hard werken helpt, maar je moet nooit geloven dat volwassenen het allemaal aan zichzelf te danken hebben”, zegt Hoekstra. „Mensen die een baan krijgen zoals ik hebben vaak ook gewoon heel veel geluk gehad.”

Lees ook: CDA-kroonprinsen voeren campagne per speech

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: CDA: sociaal-christelijk of rechts-conservatief?

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.