EU maakt zich op voor bal masqué

EU-top Vrijdag praten regeringsleiders over het miljardenfonds dat Europa wil optuigen om te herstellen van de coronacrisis. De posities zijn onduidelijker dan ooit, de urgentie juist groter dan ooit.

Vrijdag is het eerste echte moment dat regeringsleiders met elkaar praten over het voorstel voor een nieuw herstelfonds van 750 miljard euro dat de Europese Commissie onlangs presenteerde.
Vrijdag is het eerste echte moment dat regeringsleiders met elkaar praten over het voorstel voor een nieuw herstelfonds van 750 miljard euro dat de Europese Commissie onlangs presenteerde. Foto Kenzo Tribouillard/AFP

Eén ding heeft de coronacrisis in Europa in elk geval voor elkaar gekregen: vastgeroeste standpunten zijn losgelaten en oude bondgenootschappen vallen plots uiteen. Het maakt de virtuele topontmoeting van Europese regeringsleiders komende vrijdag een soort bal masqué, waar het onduidelijk is wie met wie danst en wat er werkelijk achter iemands voorkomen schuilgaat.

De verwachtingen voor het overleg zijn op z’n zachtst gezegd laag: zelfs EU-raadsvoorzitter Charles Michel hoopt dat het op z’n best een „cruciaal opstapje” is naar een fysieke ontmoeting later deze zomer – of meerdere. Toch is vrijdag het eerste echte moment dat regeringsleiders met elkaar praten over het voorstel voor een nieuw herstelfonds van 750 miljard euro dat de Europese Commissie onlangs presenteerde. En dus het moment dat moet worden beoordeeld of het, in een anglicisme dat in Brussel graag gebruikt wordt, „kan gaan vliegen”.

Na de presentatie van het plan op 27 mei bleef het vanuit de lidstaten opvallend stil. EU-ambtenaren en diplomaten zien dat als een goed teken, dat het voorstel nergens direct is afgeschoten en regeringsleiders zichzelf als het ware even op ‘mute’ hebben gezet. Tegelijk kunnen de onderhandelingen bijna niet ingewikkelder. Niet alleen omdat het om gigantische bedragen gaat, de noden hoog zijn en de emoties fel. Ook omdat de onderhandelingen over het herstelfonds direct verbonden zijn met die over de EU-begroting, de moeder aller Europese splijtzwammen. In de knoop die dat oplevert is het lastig precies de belangen en posities te ontwarren. Een EU-diplomaat hoopt dat vrijdag vooral de grootste discussiepunten kunnen worden bepaald.

Lees ook: ‘Noodplan EU helpt ook onze eigen economie’

In een opiniestuk in de Financial Times herhaalde de ‘zuinige club’ (Nederland, Oostenrijk, Denemarken en Zweden) deze week zijn positie: een beperkt fonds met een duidelijke tijdslimiet, waaruit landen in nood louter leningen kunnen ontvangen. Tegelijk is tenminste de toon van hun verzet veranderd en staat de noodzaak van een ambitieus pakket niet ter discussie. Kritiek richt zich nu vooral op de onderbouwing van het plan, en of het geld wel goed terechtkomt.

‘Operatie geslaagd, patiënt overleden’

De vier zijn zeker niet de enigen met kritiek. Vooral de manier waarop het geld verdeeld moet gaan worden zorgt voor felle discussies. Daarvoor wil de Commissie nadrukkelijk niet kijken naar ‘coronaparameters’ als het aantal doden of besmettingen maar louter naar de verwachte economische schade. De precieze verdeling zorgt nu al voor scheve ogen, zelfs bij landen die in principe positief tegenover het plan staan, zoals België. Ook in Oost-Europa voelen ze er weinig voor de klap in Zuid-Europa op te vangen.

Dat lidstaten op dit punt vrijdag werkelijk dichter bij elkaar komen, verwacht niemand. De vraag is dan ook vooral: hoe groot is de wil om er snel uit te komen? „Het zou een dramatisch signaal zijn als Europa in deze crisis eindeloos met zichzelf in discussie blijft”, zegt een EU-diplomaat. Commissie-ambtenaren benadrukken bovendien dat de nood zo hoog is dat fondsen snel beschikbaar moeten komen. „We moeten echt voorkomen dat de conclusie wordt: operatie geslaagd, patiënt overleden”, aldus de Nederlandse EU-ambtenaar Gert-Jan Koopman vorige week.

Maar als het aan Nederland ligt wordt eerst tot in detail uitgewerkt hoeveel geld precies nodig is, waar het aan besteed wordt en wat de voorwaarden zijn. Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) benadrukte vorige week dat „kwaliteit belangrijker is dan snelheid”. Premier Mark Rutte toonde zich woensdag in de Kamer weinig optimistisch over een snel akkoord. „Het is een ingewikkeld debat, zó ingewikkeld dat ik ons daar de komende weken nog niet uit zie komen – if at all”.

Duitsland wil daarentegen juist haast maken. Vanaf 1 juli is het land EU-voorzitter en zal bondskanselier Angela Merkel alles op alles zetten aan te sturen op een akkoord, het liefst nog vóór augustus.