‘De vernieuwing moet misschien niet komen van grote instellingen’

Cultuurplanadvies van RRKC De Rotterdamse cultuursector bloeit, maar de vraag is wie de coronacrisis overleeft. Grote instellingen hebben vaste subsidie, maar scoren matig op diversiteit, samenwerking en vernieuwing, oordeelt de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur.

Theater Walhalla
Theater Walhalla Foto Maarten Hartman

Het nieuwe ‘Cultuurplanadvies’ over alle subsidieaanvragen geeft een wrang beeld van hoe gezond de Rotterdamse kunst- en cultuursector nog was op 31 januari 2020: de vrijdag waarop de aanvraagtermijn sloot, en in Italië voor het eerst Covid-19 werd vastgesteld bij twee Chinese toeristen in Rome.

Het Cultuurplanadvies is als „een foto” van vóór de coronacrisis, vertelt voorzitter Jacob van der Goot van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC). De raad beoordeelde alle 122 subsidie-aanvragen en adviseerde deze week het stadsbestuur bij het Cultuurplan, de subsidieverdeling voor de periode 2021-2024.

Op die ‘foto’ zie je een sector met volop vernieuwing, vooral rond theater, letteren en debat, en urban (straatcultuur). Eenderde van alle subsidieaanvragen (42) is van nieuwkomers, zoals theatermakers WAT WE DOEN (advies: 250.000 euro subsidie per jaar), of reizend open podium Spraakuhloos (advies 150.000 euro).

Er zijn ook veel ‘doorgroeiers’: 14 van de 18 instellingen die in 2017 in het Cultuurplan kwamen, blijven erin en maken soms een mooie sprong in het advies. Zoals House of Urban Arts (van 54.000 naar 210.000 euro), kunstcentrum Roodkapje (van 107.500 naar 249.000 euro) en de Xclusiv Company voor urban muziek en dans (58.500 naar 211.000 euro).

„Dan denk je: verdomme, dat is wel heel erg mooi”, zegt Van der Goot. Drie jaar geleden hadden veel van de huidige doorgroeiers het nog moeilijk en ze hebben het overleefd, zegt hij. „Je komt niet dat Cultuurplan in en dan wordt het 25 graden, alle bomen worden groen en je hoort vogeltjesgezang – verre van.”

Museum Boijmans van Beuningen Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Wie overleeft de coronacrisis?

Maar de vraag is natuurlijk wie de coronacrisis overleeft. Tot 1 september komt er een noodfonds voor sport en cultuur. Ook trekt de gemeente tot en met 2024 jaarlijks 2 miljoen extra uit voor het Cultuurplan.

„De gemeente is nu aan het redderen”, zegt Rento Zoutman, directeur van de Rotterdamse Kunststichting en secretaris van de RRKC. „Ze stellen huurbetalingen voor culturele instellingen uit, verhogen hun liquiditeit, halen subsidieaanvragen naar voren. Dat kun je niet blijven doen.”

De financiële impact voor de gemeente moest de RRKC niet meewegen – daarover adviseert de raad later dit jaar. De RRKC heeft nu vooral gekeken naar de artistieke kwaliteit, bedrijfsvoering en de drie nieuwe ‘i’-prioriteiten van dit college: inclusiviteit, innovatie en interconnectiviteit ofwel samenwerking.

Bij het Gergiev Festival heeft de Raad de indruk dat het salaris van de staf relatief hoog is in verhouding tot de line-up, aldus het advies

Dit inhoudelijke advies moet het stadsbestuur straks wel helpen bij harde keuzes. Het advies is in die zin gedateerd, want het totale cultuurbudget (81,7 miljoen) zou alsnog kunnen dalen. Van der Goot: „Er zijn geen meevallers.” Uit het advies blijkt ook dat de RRKC zelf al harde keuzes maakt. Wegens een embargo kon NRC geen reacties van instellingen vragen voordat dit artikel werd gedrukt.

Lees het artikel De crisis uit met ‘a-politieke’ plannen

Opvallend is de kritische toon van de RRKC over zes van de acht grote instellingen, die wel een positief advies krijgen en in ieder geval verzekerd zijn van subsidie: Museum Boijmans Van Beuningen, de Doelen, Luxor Theater, Theater Rotterdam, het Maritiem Museum en het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Zij vallen, net als de Kunsthal en Theater Zuidplein, binnen de nieuwe Rotterdamse Culturele Basis (RCB). Voor deze RCB-instellingen reserveert de gemeente 43,3 miljoen euro, meer dan de helft van het cultuurbudget. Feitelijk mocht de RRKC zich alleen uitspreken over verdeling van de resterende 38,4 miljoen euro.

Afrikaanderwijk Coöperatie Foto Andreas Terlaak

Matige scores rond diversiteit

Juist zes van déze instellingen scoren matig op de speerpunten van het college (de drie i’s): aansluiting bij de diversiteit van de stad, het creëren van vernieuwende concepten en samenwerking met andere organisaties. Ze hebben „magere en teleurstellende plannen” ondanks hun „overstijgende verantwoordelijkheid”.

De raad adviseert daarom de culturele basis anders samen te stellen. Bij Museum Boijmans bijvoorbeeld is het „de vraag is of het museum die status waar gaat maken”, omdat de instelling zich „eenzelvig” opstelt, volgens de RRKC.

De kritiek verdient wel nuancering, zeggen Van der Goot en Zoutman. De culturele basis, met een „extra opdracht”, is er pas sinds vorig jaar. Op losse onderdelen doen RCB-instellingen het soms heel goed. En bovenal zijn het ‘iconen’ met een internationale reputatie.

De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur is vooringenomen en intransparant

Misschien moet verandering niet van grote instellingen komen, maar van nieuwkomers, oppert Van der Goot. „Supertankers zijn meestal niet de schepen die de koers uitzetten.” Vernieuwing door samenwerking gaat ook niet vanzelf, zegt Zoutman: „Die kleintjes voelen het vaak zo: ik kan wel komen samenwerken, maar alleen op jouw voorwaarden.”

Dat nieuwkomers wél vernieuwen, blijkt uit de groeiende cross over-cultuur die disciplines combineert. Het maakt het zelfs lastig subsidieaanvragen ‘traditioneel’ te beoordelen. Zoutman: „We hebben ernstig gepuzzeld: moeten we de discipline-indeling loslaten? Maar sommige dingen zijn gewoon theater of muziek.”

Instellingen voeren duizend redenen aan voor gebrek aan inclusiviteit: de marine heeft ook moeite Marokkaanse Nederlanders aan boord te krijgen.

Met de hoogste prioriteit van het stadsbestuur – inclusiviteit – blijven overigens niet alleen RCB-instellingen achter. „In de meeste aanvragen voor de Cultuurplanperiode 2021-2024 ontbreken zowel een visie, als ambities en een plan van aanpak voor inclusiviteit”, aldus de raad.

Van der Goot: „Als je het ziet, zijn het vaak projecten. Dan zeggen instellingen: we hebben dertien nationaliteiten, vier geloven, en twaalf seksuele geaardheden: allemaal samen. Maar in een project.”

Er zijn „duizend redenen” die instellingen aanvoeren, zegt hij. „Mensen zijn moeilijk te vinden of niet geïnteresseerd in het genre. De marine heeft ook moeite Marokkaanse Nederlanders aan boord te krijgen. Maar Rotterdam als stad verandert, dus dat is niet goed genoeg.”

Het diversiteitsbeleid is te vrijblijvend en stimuleert de cultuursector niet, zegt de Rekenkamer Rotterdam in een nieuw rapport. De gemeente zal „veel indringender” afspraken moeten maken over inclusiviteit, zegt ook Van der Goot. „Je kan het niet op een papiertje schrijven, op de muur projecteren, en dan gebeurt het.”

Sluiting Museum Rotterdam

Een pijnlijk advies is de sluiting van Museum Rotterdam – juist nu de stad viert dat 750 jaar geleden een dam in de Rotte is aangelegd en Rotterdam ontstond.

Lees het artikel Het is dit jaar 750 jaar geleden dat de dam in de Rotte werd gelegd
Foto Walter Herfst

Hét stadsmuseum, dat de historische ontwikkeling van Rotterdam moet presenteren, functioneert in deze vorm niet, vindt de raad. „Museum Rotterdam, zoals het nu is, zoals het nu heet: klaar mee”, zegt Van der Goot. „Een grote klap.”

Museum Rotterdam was al eens drieënhalf jaar lang dakloos. In 2012 sloten de twee vroegere locaties, het Schielandshuis plus de Dubbelde Palmboom, wegens bezuinigingen. In 2016 heropende het museum in het Timmerhuis, een gemeentelijk kantoor. Van der Goot: „Sinds het daar open is, is het moeilijk geweest.”

Het ligt niet alleen aan de a-museale locatie, volgens de RRKC. Het beleidsplan bevat wel „enkele goede ingrediënten”, maar is niet coherent, uitgewerkt of vernieuwend. Het museum onderbouwt niet goed hoe het samenwerkt en leunt te veel op subsidie (3,5 miljoen euro per jaar).

In een andere, nieuwe vorm moet de historische collectie met ruim honderdtienduizend objecten te zien blijven. Bijvoorbeeld via podium DIG IT UP, een nieuwe aanvrager die een ton in euro’s zou krijgen van de RRKC, of Verhalenhuis Belvédère op Katendrecht, dat doorgroeit van 127.000 euro naar 3 ton in het advies.

Rotterdams Philharmonisch Orkest Foto Pieter Stam de Jonge/ANP

Onder de 28 negatieve adviezen zitten nog enkele bekende namen. Een daarvan is de Internationale Architectuur Biennale Rotterdam (IABR), een tweejaarlijkse manifestatie over de toekomst van steden, klimaat en sociale ongelijkheid (431.500 euro subsidie dit jaar).

„Het presentatiedeel van het IABR, wat voor Rotterdam heel relevant was, is verschrompeld”, zegt Van der Goot. Ook is het niet duidelijk hoe George Brugmans, sinds 2004 directeur bij de IABR, opgevolgd gaat worden. „Als de man die het ooit oprichtte ook verdwijnt, en niet achterlaat hoe het wel moet of kan aanwijzen wie het gaat doen, dan zeggen we: sorry.”

Het Gergiev Festival (287.000 euro subsidie) van het Rotterdams Philharmonisch Orkest heeft zijn „hoogtepunt” ook gehad. Het staat internationaal hoog aangeschreven, maar heeft buiten De Doelen „nauwelijks inbedding in de rest van de stad”, aldus het advies. Saillante passage: „De Raad ontkomt niet aan de indruk dat het bedrag voor de staf fors is, in verhouding tot de line-up van het festival.”

Jazz International Rotterdam (216.000 euro subsidie dit jaar), dat jaarlijks tientallen jazzconcerten in de stad programmeert, wil zich gaan toeleggen op „talent- en projectontwikkeling”. Maar de RRKC heeft hier geen vertrouwen in – en merkt ook hier op „dat de begrote kosten voor het salaris van de directie relatief hoog zijn.” Het advies is deze instelling los te laten en 110.000 euro subsidie te steken in jazz in LantarenVenster en De Doelen.

Wél positief over Scapino

In tegenstelling tot de landelijke Raad voor Cultuur oordeelt de RRKC wél positief over Scapino. Het Rotterdamse dansgezelschap verliest dus mogelijk 1,7 miljoen euro rijkssubsidie, maar moet de gemeentelijke subsidie van 1,2 miljoen euro behouden, oordeelt de RRKC.

Zoutman: „De landelijke Raad voor Cultuur moest vanuit hun perspectief oordelen over landelijke dansgezelschappen. Wij kijken vanuit onze eigen criteria en de prioriteiten van deze stad.” Van der Goot: „En in Rotterdam is Scapino historisch natuurlijk superbelangrijk.”

Positief is de RRKC over het vakmanschap van Scapino, de inbedding in de stad en regio, de educatie, de bedrijfsvoering en de diverse samenstelling van het dansgezelschap. Hoe Scapino een meer divers publiek wil bereiken, blijft voor de raad onduidelijk. Ook vindt de RRKC dat het gezelschap „meer risico’s” mag nemen in het aantrekken van jong talent.

Lees het artikel De SKVR worstelt met haar opdracht

Stevige kritiek krijgt de Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam (SKVR), „de grootste en breedste aanbieder van cultuureducatie in Rotterdam”. De SKVR verliest in het advies bijna één miljoen euro subsidie (van 7,9 naar 7 miljoen euro). „De Raad vraagt zich af of de instelling niet te groot is om effectief te kunnen zijn”, staat in het advies. De plannen voor activiteiten op wijkniveau zijn niet concreet en lijken „top down” te zijn geformuleerd, in plaats van „in co-creatie waarnaar de SKVR zegt te streven.”

Ten slotte is de raad bezorgd over de filmsector. Er was maar één – afgewezen – aanvraag van een nieuwkomer, Roffa mon Amour. En dat in de stad van het International Film Festival Rotterdam.

Dit artikel is op 19 en 22 juni aangevuld met reacties van Jazz International Rotterdam en het Gergiev Festival.