Assad won de oorlog, maar nu broeit het weer in Syrië

Caesar-Wet Veel Syriërs zwierven al wanhopig over straat op zoek naar geld om hun kinderen te voeden. En nu dreigen nieuwe Amerikaanse sancties het land verder in het ravijn te duwen. „Dit is een vies politiek spel.”

Foto links: een man loopt in het verwoeste Oost-Aleppo (beeld uit 2018). Foto rechts: Door de economische malaise gaan steeds meer Syriërs weer de straat op om te betogen tegen Assad, zoals in Sweida, Zuid-Syrië
Foto links: een man loopt in het verwoeste Oost-Aleppo (beeld uit 2018). Foto rechts: Door de economische malaise gaan steeds meer Syriërs weer de straat op om te betogen tegen Assad, zoals in Sweida, Zuid-Syrië Foto’s Hassan Ammar / AP / Suwayda 24/AFP

„Ieder regime dat zijn burgers uitmoordt, verdient sancties”, zegt een jonge vrouw in de Syrische stad Sweida. Ze is net terug van een demonstratie tegen president Bashar al-Assad. Haar stem trilt nog van woede, over de krakende telefoonlijn. „Assad probeert buitenlandse machten de schuld te geven van onze armoede, maar daar trappen wij niet in. Het regime zelf is verantwoordelijk voor onze ellende.”

Wie dacht dat Assad de orde in Syrië hersteld had, zit er goed naast. Na negen jaar oorlog staat het land nog altijd aan de rand van de afgrond. Steden liggen in puin, voedsel is schaars en 85 procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Met gevaar voor eigen leven gaan kleine groepen demonstranten in verschillende delen van het land weer de straat op. Eén ding mag duidelijk zijn: Assad won misschien de oorlog, maar slaagt er niet in vrede te brengen.

Ondertussen dreigen nieuwe Amerikaanse sancties het land verder het ravijn in te jagen. Met de zogenaamde ‘Caesar-Wet’ die deze woensdag in werking is getreden gelden voor Syrië voortaan vergelijkbare sancties als voor Iran. Niet alleen specifieke personen binnen Syrië, maar alle financiële transacties met het regime waar dan ook ter wereld kunnen voortaan op sancties komen te staan. De wet is vernoemd naar ‘Caesar’, de schuilnaam van een Syrische militaire fotograaf die tienduizenden foto’s van door het regime doodgemartelde burgers aan de wereld wist te openbaren.

De wet plaatst de jonge vrouw in Sweida voor een duivels dilemma. Terwijl ze al jarenlang tevergeefs hoopt dat de internationale gemeenschap harder optreedt tegen het Assad-regime, vreest ze dat de nieuwe sancties gewone burgers als zij hard zullen raken. Het is dan ook maar de vraag of Washington zich daadwerkelijk bekommert om de Syrische burgerbevolking, of dat de sancties eerder bedoeld zijn om Amerikaanse belangen in de regio veilig te stellen.

Die zorgen worden gedeeld door drie andere Syriërs in de steden Damascus, Daraa en Sweida. Om veiligheidsredenen deden zij hun verhaal gedeeltelijk via tussenpersonen van het Violations Documentation Centre, een Syrische ngo die mensenrechtenschendingen in Syrië documenteert. NRC beschikt over opnames van alle gesprekken en de namen van de sprekers.

Door de economische malaise gaan steeds meer Syriërs weer de straat op om te betogen tegen Assad, zoals in Sweida, Zuid-Syrië. Foto Suwayda 24 / AFP

Geen geld voor babymelk

Alle vier de bronnen zien de economische wanhoop overal om zich heen. „De mensen zwerven door de straten op zoek naar geld om hun kinderen te kunnen voeden”, vertelt een man in de stad Daraa. „Ze hebben niet eens genoeg geld voor babymelk.” Een man in Sweida laat weten dat sommige inwoners zelfs naar het platteland trekken, op zoek naar voedsel. „Ze hopen dat de boeren hen te eten geven.”

Ook in de hoofdstad grijpt de armoede om zich heen. Volgens een inwoner van Damascus bedraagt het gemiddelde maandsalaris in de stad omgerekend niet meer dan 25 euro. Winkels sluiten hun deuren. De schappen van apotheken zijn leeg omdat de grondstoffen van medicijnen onbetaalbaar zijn geworden. „Op sociale media bieden mensen elkaar overgebleven paracetamol-tabletjes aan.”

De malaise is niet alleen veroorzaakt door sancties. De Syrische economie wordt al jaren geplunderd door de roofzucht van corrupte elites binnen het Assad-regime. Daarnaast kampt Syrië met de economische gevolgen van de corona-uitbraak en de financiële crisis in Libanon. Dat buurland geldt normaal gesproken als doorgeefluik van gesmokkelde dollarbiljetten aan het Assad-regime, maar ook die geldstroom is nu grotendeels opgedroogd.

Desalniettemin vreest de aan de London School of Economics verbonden onderzoeker Rim Turkmani dat de nieuwe Amerikaanse sancties een genadeslag kunnen zijn voor de Syrische economie. Omdat de Caesar-Wet zich niet alleen richt op individuen binnen het regime maar juist op alle buitenlandse transacties met Syrië, voorspelt ze dat de burgerbevolking het hardst geraakt zal worden. „Dat is onverdedigbaar, zeker nu Syrië al aan de rand van een hongersnood staat.”

Ter illustratie van de bredere gevolgen van de sancties wijst Turkmani op een Libanees bedrijf dat tot voor kort veel pinautomaten in Syrië beheerde. Uit vrees voor sancties trok het bedrijf zich terug, waardoor veel Syriërs niet meer bij hun spaargeld kunnen. Ook kwetsbare Iraakse vluchtelingen die via deze pinautomaten een maandelijkse uitkering van de VN-Vluchtelingenraad ontvingen, zitten plotseling zonder bestaansmiddelen.

Turkmani betwijfelt of de sancties tot grote veranderingen zullen leiden in het gedrag van het regime. De voorwaarden die de wet stelt aan het opheffen van sancties, zoals de vrijlating van alle politieke gevangenen, zijn volgens haar volslagen irreëel. Bovendien hebben zowel Assad als zijn Russische en Iraanse bondgenoten hun economische activiteiten zo ingericht dat ze de gevolgen van de sancties deels zullen weten te ontlopen. „De Caesar-Wet zal het maffieuse gedrag van het regime alleen maar versterken”, aldus Turkmani. „Dat heeft niets te maken met het beschermen van burgers of het verschaffen van gerechtigheid voor de martelslachtoffers die Caesar op de foto heeft gezet.”

Eerder is de wet ingegeven door Washingtons eigen machtsbelangen, benadrukt Turkmani. Nu de Amerikaanse president grote bevoegdheden krijgt om sancties in individuele gevallen op te heffen of juist uit te breiden, kan het Witte Huis in feite bepalen wie wel en geen zaken mag doen met Syrië. „Op die manier willen de Amerikanen het volgende stadium van het conflict kunnen domineren.”

Zoals wel vaker draait het daarbij niet zozeer om de toekomst van het land zelf, als om een bredere regionale machtsstrijd. Volgens Turkmani zijn de sancties vooral bedoeld om te voorkomen dat Iran en Rusland een slag kunnen slaan uit een eventuele wederopbouw van Syrië. Washington wil voorkomen dat de Russen hun invloed in het Midden-Oosten verder uitbreiden. Daarnaast kunnen de sancties worden ingezet tegen Hezbollah, een door Iran gefinanciëerde sjiitische militie die nauw vervlochten is geraakt met het Assad-regime.

‘Meer dan een hongerprotest’

„Het is overduidelijk dat Amerika zich niet om ons bekommert”, vindt ook de man in Damascus. „Dit is een vies politiek spel ten koste van burgers.” Toch zijn de demonstranten in Sweida eerder kritisch op de andere regionale spelers. „Rusland en Iran moeten onmiddellijk vertrekken”, zegt de vrouw in de Zuid-Syrische stad fel. „Ons land mag niet worden opgedeeld in kleine sub-staatjes. We eisen een verenigd en democratisch Syrië, van en voor het Syrische volk.”

Die laatste eis is volgens haar onveranderd gebleven sinds de opstand van 2011. Ook de mannelijke inwoner van Sweida hamert erop dat de protesten in zijn stad niet alleen te maken hebben met economische onvrede of zorgen over de sancties. „Dit is meer dan een hongerprotest”, zegt hij kortaf. „De mensen die nu de straat op gaan, zijn precies dezelfde personen die al negen jaar hopen op een revolutie.”

Wel biedt de economische malaise meer speelruimte aan de demonstranten. Zo merkt de man op dat belangrijke zakenlieden in de stad die eerder het regime steunden, sinds kort eveneens hun onvrede beginnen te uiten op sociale media. Zelfs trouwe loyalisten die normaal gesproken direct klaar staan om ieder protest aan gort te slaan, leken dit keer te aarzelen. „Ook zij hebben honger.”

De man hoopt dan ook dat de opstand zich zal verspreiden naar andere delen van Syrië. Activisten in Damascus hebben volgens hem al contact gezocht met de demonstranten in Sweida, en zelfs vanuit loyalistische kuststroken komen berichten over groeiende onrust. Ook de man in Daraa, de geboorteplaats van de Syrische revolutie in 2011, bevestigt dat de protesten zich snel verspreiden over het platteland rondom de Zuid-Syrische stad.

Toch geeft Rim Turkmani de demonstranten weinig kans van slagen. Volgens de onderzoeker is het onwaarschijnlijk dat de nasleep van de sancties de deur opent naar politieke verandering. Nu schaarste en onrust toenemen, zal het regime de duimschroeven op de bevolking juist nog verder aandraaien. „Ik verwacht vooral dat we meer geweld gaan zien.”

In Sweida is die voorspelling al deels uitgekomen. Waar de demonstranten eerder relatief veel ruimte kregen, stuurde het regime in de afgelopen dagen knokploegen om hen in elkaar te slaan. Volgens lokale berichten zijn daarbij zeker elf mensen gearresteerd.

„Ik voel dat de geheime dienst me naar me op zoek is”, vertelt de vrouwelijke inwoner van de stad. De telefoonverbinding hapert en dreigt uit te vallen, maar de jonge vrouw heeft nog een laatste boodschap „Ik wil dat iedereen die dit leest, weet dat wij nog steeds geloven in de revolutie. We kunnen geen kant op, maar zullen doorzetten totdat dit regime ten val komt.”