Interview

‘We leven in buitengewoon revolutionaire tijden’

Floris Alkemade Na vijf jaar neemt Floris Alkemade afscheid als Rijksbouwmeester. De grote veranderingen die nodig zijn, vragen verbeeldingskracht van Nederland, zegt hij.

‘Never waste a good crisis’, zo luidt het adagium. Daarom maakt NRC een serie interviews ‘De wereld na corona’ over de vraag: hoe kan de coronacrisis worden aangewend om de samenleving te veranderen? De interviews zijn niet bedoeld om de toekomst te voorspellen, maar om denkrichtingen te bieden over hervormingen van (onder andere) de landbouw, globalisering, democratie, voedsel, kunst, technologie en toerisme.

‘De dodenherdenking ruim een maand geleden op de lege Dam was de indrukwekkendste die ik ooit heb gezien”, zegt Rijksbouwmeester Floris Alkemade vanuit het Noord-Brabantse Sint-Oedenrode, aan het einde van het online gesprek. „De leegte die doden achterlaten, kwam in beeld. De herdenking liet zien dat er momenten van ontroerende schoonheid kunnen ontstaan in moeilijke tijden. De coronacrisis noopt tot improvisatie, een vorm van intelligentie die we te weinig aanspreken.”

Na de regering vijf jaar gevraagd en ongevraagd van adviezen te hebben gediend over architectuur en ruimtelijke ordening, neemt architect Floris Alkemade (1961) binnenkort afscheid als Rijksbouwmeester. Onlangs publiceerde hij De toekomst van Nederland, een essay over de ‘kunst van richting te veranderen’. Hierin schetst hij de grote en complexe vraagstukken waarvoor Nederland staat, zoals de gevolgen van de klimaatverandering, vergrijzende samenleving, afnemende biodiversiteit, energietransitie, verduurzaming van de landbouw en nieuwe woningnood. Stuk voor stuk vereisen die grote veranderingen die een beroep doen op de verbeeldingskracht van Nederland, stelt Alkemade vast.

Nederland staat voor een Schicksalsfrage, een lotsvraag, stelt u in uw essay. Maar kan Nederland wel zijn eigen lot bepalen?

„Nederland is natuurlijk een klein land, zeker in verhouding tot die immense vragen. Wat mij intrigeert is hoe we om kunnen gaan met de angst die we hebben voor de veranderingen die op ons afkomen. Die is begrijpelijk, maar het is ook overduidelijk dat we als gevolg van bijvoorbeeld de klimaatverandering en afname van de biodiversiteit wel móeten veranderen. Wat dat betreft leven we in bijzonder revolutionaire tijden, er zijn fundamentele omwentelingen gaande en als we in staat zijn op tijd van richting te veranderen, kunnen we daar ontzettend veel plezier aan beleven. Maar veranderen is een kunst op zichzelf.”

U stelt ook vast dat er veel onbekend is over de toekomstige ontwikkelingen. Zo staat niet vast hoe groot de zeespiegelstijging zal zijn. Is het wel mogelijk om in te spelen op een onbekende toekomst?

„De noodzaak om te veranderen in combinatie met onzekerheid tekent deze tijd. Ze vereisen iets waar we al afscheid van leken te hebben genomen: ons vermogen tot improvisatie. Bij het bouwen heb ik daar vaak de waarde van ondervonden, het levert interessantere gebouwen op. Juist in deze tijden is improvisatie onmisbaar, maar we worden er tegenwoordig nerveus van. Er bestaat een grote angst om aan iets te beginnen als de uitkomst niet vaststaat.”

Hoe komt dat?

„Dat heeft te maken met de illusie dat het spreadsheet-denken wel een vorm van zekerheid zou bieden, het idee dat je de werkelijkheid afdoende kunt vatten in reeksen van getallen. Dit speelt maar al te vaak in het bestuur en bij beleidsmaatregelen. Maar het levert karikaturen van de wereld op en biedt schijnzekerheid. Bovendien lijkt het denken abrupt te stoppen zodra de spreadsheets op tafel komen.”

We moeten ons dagelijks leven opnieuw uitvinden, schrijft u ook in De toekomst van Nederland. De coronacrisis laat zien dat ons dagelijks leven snel kan veranderen. Is dit hoopgevend voor de grote veranderingen die nodig zijn?

„De coronacrisis is een stresstest op ware schaal, waar we veel van kunnen leren. Belangrijkste kenmerk van deze crisis is het wonderlijke samengaan van urgentie en onzekerheid. Veel is nog onzeker, maar toch moeten er vergaande maatregelen worden genomen. Ik vind het optreden van de Rijksoverheid in de afgelopen maanden verfrissend. Ineens is er daadkracht. Positief is ook de rol van de wetenschap hierbij, een anker voor het beleid, wat overigens niet wil zeggen dat er geen discussie over nodig is.

„De triomf van de online wereld waar we nu aan onderworpen worden, is ook erg boeiend. Plotseling zitten wij nu via Microsoft Teams met elkaar te praten en wordt heel het moderne, stedelijke leven samengebald op de oppervlakte van de woning. Knappe techniek, maar juist nu komt scherp in beeld hoezeer we elkaar dan gaan missen. Er ontstaat een verlangen naar collectiviteit, we denken na over wat we delen. Het publieke domein en de stad krijgen meer betekenis. Een aantal tijdelijke maatregelen die nu genomen worden, moeten we zien vast te houden: meer ruimte voor voetgangers en fietsers en op pleinen, minder ruimte voor parkeren en meer voor terrassen. Dit is een les voor de omgang met de klimaatcrisis: niet alleen doen wat we moeten maar ook wat we willen.”

Je kunt nu al vaststellen dat de economische crisis die volgt op de coronacrisis leidt tot uitstel en afstel van noodzakelijke duurzaamheidsmaatregelen.

„Dat is een reëel gevaar, ook doordat de urgentie van de klimaatverandering nog altijd niet door iedereen wordt ervaren. Maar we zouden de huidige, unieke coronatijd waarin alles in beweging komt moeten gebruiken door een aantal zaken aan elkaar te koppelen. De noodzakelijke veranderingen in de waterhuishouding en de ontwikkeling van nieuwe natuur kunnen bijvoorbeeld worden gekoppeld aan een verduurzaming van de voedselproductie.

„Een voorbeeld: waterveiligheid heeft te maken met bodemkwaliteit, en die gaat omhoog door circulaire landbouw. Ik heb de afgelopen jaren vaak gesproken met boerenorganisaties. Bij een groot deel van de boeren bespeur ik een grote bereidheid tot veranderingen. Maar daar moeten we ze wel een ander verdienmodel voor bieden. En dat kan door slim gebruik te maken van lange ketens van afhankelijkheden. Klimaatadaptatie kunnen we ook mooi samen laten vallen met verbetering van landschappen.

We hebben de verbeeldingskracht van kunstenaars nu heel hard nodig

Floris Alkemade Rijksbouwmeester

„Hetzelfde geldt voor de bestuurders van grote bedrijven. Die zeggen me vaak dat ze veel meer zouden kunnen doen aan duurzaamheid. Maar, zo voegen ze daar altijd aan toe, dat kunnen ze alleen als hun concurrenten het ook doen. Hier heeft de overheid een belangrijke taak. Juist in tijden van onzekerheid en verandering moet de overheid zowel op rijksniveau als op regionaal niveau een duidelijke visie hebben waarop de markt en de burgers zich kunnen oriënteren.

„Ik zie hier ook een speciale rol weggelegd voor de kunst en de wetenschap. Kunstenaars, ontwerpers en wetenschappers hebben met elkaar gemeen dat ze specialisten zijn in verandering en het zoeken naar nieuwe mogelijkheden. Die verbeeldingskracht hebben we nu nodig om de richting te bepalen. We hebben veranderingen nodig die niet door een ziekmakend virus maar door het gezonde verstand worden ingegeven.”

Ook in de woningbouw kunnen allerlei zaken worden gekoppeld, stelt u.

„Ik vind dat de woningbouwdiscussie nu te veel om getallen gaat. Staar je niet blind op de 1 miljoen woningen die Nederland de komende decennia moet bouwen, maar kijk ook naar de 7,8 miljoen woningen die er al staan. Veel van de bestaande woningen moeten nu worden verduurzaamd, en dit kun je koppelen aan de sociale vernieuwing van de naoorlogse wijken door daar bijvoorbeeld woonzorgappartementen voor ouderen te bouwen, de wijken te transformeren en op te waarderen.

Het woningtekort in Nederland bedraagt nu meer dan 300.000 ‘Bouwen in buitengebieden is onontkoombaar’

„Anders dan wel over mij wordt beweerd, ben ik niet in alle gevallen tegen de bouw van nieuwe woningen aan de stadsgrenzen. Maar zeker tweederde van de miljoen benodigde woningen kunnen in bestaand bebouwd gebied worden bijgebouwd, misschien wel meer. En als je die dan bouwt, gebruik dan vooral hout en veel minder beton. Wereldwijd is de productie van beton voor 10 procent van de CO2-uitstoot verantwoordelijk. Houtbouw betekent opslag van CO2 en levert ook veel flexibelere gebouwen op.”

U noemt sociale vernieuwing. Stedelijke vernieuwing en sociale woningbouw zijn onder de kabinetten-Rutte van de politieke agenda verdwenen. Betreurt u dat?

„Uiteindelijk is dit de basisvraag die aan alle nodige veranderingen ten grondslag ligt: hebben we onze solidariteitsprincipes op orde? Toen ik in 2015 aantrad, werd ik getroffen door de foto’s van boze inwoners van Steenbergen die protesteerden tegen de opvang van vluchtelingen. Ik besefte dat er niet zozeer sprake was van een vluchtelingencrisis als wel van een wooncrisis. Ik heb toen Amsterdam naar hun woningbouwplannen gevraagd. Het antwoord was: die hebben we helemaal niet, want het is crisis. Ongelooflijk! Ik heb toen het voorstel gedaan om een flexibele woningbouw in te zetten om de boel weer in beweging te krijgen en de vluchtelingenstroom op te vangen.

„Ik haal in mijn essay Simone de Beauvoir aan die stelt dat de manier waarop een maatschappij omgaat met de ouderen laat zien wat de ware principes en doelstellingen ervan zijn. Wat zegt het over ons dat we de vergrijzing als een probleem hebben gedefinieerd? Wat doen we aan de vereenzaming waaronder één op de tien volwassenen lijdt? Één op de zes pubers kan de ondertiteling op tv niet volgen, de levensverwachting in achterstandswijken is veel lager dan in welvarende wijken.

„Niet alleen de onderkant van de samenleving, zoals verslaafden en vluchtelingen, vinden moeilijk een dak boven hun hoofd, maar ook mensen met lage inkomens en studenten. Het raakt allemaal aan de kunst van het samenleven: welke richting we ook inslaan, sterkere solidariteitsprincipes zullen de basis moeten vormen.”