Recensie

Recensie Film

Vrouwen maken film: naakt is de bedoeling

Filmgeschiedenis Marc Cousins maakt na ‘The Story of Film’ nu een serie over hoe film werkt. Met alleen maar films gemaakt door vrouwen. De gekozen fragmenten voor ‘Women Make Film’ verrassen constant.

De naaktscène in ‘Toni Erdmann’ van Maren Ade: het beeld geeft prijs wat nodig is en geen millimeter meer.
De naaktscène in ‘Toni Erdmann’ van Maren Ade: het beeld geeft prijs wat nodig is en geen millimeter meer.

Veertien uur duurt de serie en ik zou ’m graag bingen. Maar dat doe ik niet, want het is zonde om er vermoeid naar te kijken. Ik deed het kalm aan en kreeg zo, via honderden filmfragmenten in alle genres en van alle continenten, daterend van 2020 tot 1902, verteld hoe de filmkunst zijn macht uitoefent. En nooit ging het vervelen, want het ene moment zie ik een rits achtervolgingen en het andere leert me dat in film de dood kan rijmen op een zieke walvis – die eigenlijk een crashende zeppelin is.

De veertien uur zijn opgetast door Marc Cousins, een Ierse filmcriticus, filmminnaar, filmevangelist. Filmvreter. In 2011 maakte hij The Story of Film: An Odyssey. Dat was een groot succes waarmee hij, 15 uur lang, de filmkunst karakteriseerde via haar geschiedenis.

Lees hier de oorspronkelijke recensie van ‘The Story of Film: An Odyssey’

Het was hem niet genoeg. Hij begon opnieuw, nu om te laten zien hoe film werkt, met alleen maar films van vrouwen als lesmateriaal. Niet omdat die vrouwen betere cineasten zijn, maar omdat het nooit eerder specifiek over hen ging. Maar ze waren er, ze zijn er nog steeds en ze maken fantastische films. Cousins deed er zijn voordeel mee wat leidde tot zijn nieuwe mega-project: Women Make Film – A New Road Movie Through Cinema. Had dat niet via mannen gekund? Jazeker, maar via vrouwen gaat het net zo goed. En omdat hun werk minder tot onbekend is, verrassen de filmfragmenten die het verhaal vertellen constant.

Women Make Film begint bij het begin: hoe open je een film? Hoe zet je de toon? We zien het begin van The East is Red van de Chinese Wang Ping, uit 1965: een rivier van mensen stroomt een theater in. Maoïstische propaganda, maar dat aspect heeft niet Cousins’ aandacht. Het gaat hem om de vorm en de finesse, om hoe de cineaste haar publiek inpakt. Dan een even indrukwekkende maar heel andere openingsscène van een Bulgaarse filmmaakster. En dan, voor het contrast, de bliksemende opening van de film The Hurt Locker, waarmee Hollywoodcoryfee Kathryn Bigelow de kijker de Irak-oorlog binnensleurt. Hoofdstuk twee heet ‘Geloofwaardigheid’. „Don’t fake it”, is het devies, wees waarachtig. Voorbeeld is onder meer de hilarische scène uit Toni Erdmann van de Duitse Maren Ade, waarin de hoofdpersoon haar gasten naakt ontvangt omdat ze haar te strakke jurk niet aankreeg en dan maar doet of naakt de bedoeling is. Stap voor stap wordt uitgelegd hoe gewiekst de scène in elkaar zit, hoe het beeld prijs geeft wat nodig is en geen millimeter meer.

En zo gaat het door. Veertig hoofdstukken. Sommige liggen voor de hand zoals ‘liefdesverdriet’, ‘seks’, ‘religie’, ‘melodrama’, ‘sciencefiction’ en ‘geweld’. Maar er komen ook onverwachte vragen aan de orde. Hoe krijg je een personage op reis? Wat moet een film met de zin van het leven?

Er is van alles af te dingen op Cousins’ observaties. Zijn voorbeelden zijn impressionistisch en persoonlijk, met andere voorbeelden kun je iets heel anders beweren. Van comedy heeft hij geen kaas gegeten, en van muziek eigenlijk ook niet. En soms zit hij ernaast, zo kijkt hij in het hoofdstukje over kinderen de verkeerde kant op. Mooie fragmenten, maar waarom deze extremen? Ik denk aan Het debuut (1977) van Nouchka van Brakel, met de onbetaalbare blik van Kitty Courbois als een moeder die ineens doorheeft dat haar dochter met vuur speelde. Of waar is Lady Bird van Greta Gerwig, die compleet berust op onwil over en weer van een dochter en haar moeder?

Maar het zij hem vergeven, want Cousins’ enthousiasme is onbetaalbaar, net als zijn vermogen tot verbazing. Hij spurt voort met al zijn onverwachte observaties, en verbindt onvermoeibaar ambachtelijkheid met onverschrokken creativiteit.

Intussen dringt het besef door dat een groot deel van die honderden geweldige fragmenten afkomstig zijn uit films die compleet vergeten zijn. Hiernaast zijn er uiteraard ook stukjes film van wel degelijk bekende cineastes. Van Jane Campion en Chantal Akerman, van Vera Chytilova en Agnès Varda. Cousins’ specialisme is de Sovjet-film, daar haalt hij de bijzonderste voorbeelden naar boven, vooral van Kira Muratova en Larisa Sjepitko.

Mag ik dan nu even chauvinistisch trots zijn op de Nederlandse Marleen Gorris? Het hoofdstuk ‘Spanning’ wordt opgehangen aan een grote scène uit haar film De stilte rond Christine M. Terwijl we drie vrouwen (Henriëtte Tol, Nelly Frijda en Edda Barends) toe zien groeien naar een ogenschijnlijk willekeurige moord op de verkoper in een modezaak (Dolf de Vries, vaak de pineut, maar dat is een ander verhaal), wordt ons stap voor stap uitgelegd hoe film het ene kan suggereren en het andere onthullen. Gorris wordt hier op één lijn gesteld met Brian De Palma en Martin Scorsese. Mooi, maar het idee van deze serie is nou net dat filmvrouwen niet onderdoen voor filmmannen. Dus dit compliment is eervol, maar het doet niet terzake.

In Women Make Film komt werk langs van 182 filmmaaksters en na elk fragment denk je: mag ik de rest zien? Het Amsterdamse filminstituut Eye, dat Cousins’ serie eenmalig in vijf delen programmeert, komt beperkt aan dat verlangen tegemoet, met de vertoning van 25 min of meer bekende films.

Maar er is zoveel meer dat smeekt om het duister van een bioscoopzaal. Och Eye, mag Elaine May een retrospectief? Germaine Dulac? Of de Britse Wendy Toye, die eerst. Ik kende haar naam noch haar films maar na twee fragmenten ben ik om: jaren vijftig, knetterend gemaniëreerd. Stapelmesjokke met alles onder controle, inclusief elke perzikkleurige duif.