‘Studievertraging stijgt nu echt’

Kees Gillesse | voorzitter Interstedelijk Studenten Overleg De coronacrisis leidt tot veel studievertraging, blijkt nu ook uit cijfers. „Dat komt nog bovenop de al jaren stijgende studieschuld.”

Studenten aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.
Studenten aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Foto Pieter Stam de Jonge/ANP

De coronacrisis bezorgt de meeste studenten op hogescholen en universiteiten een studievertraging van minstens twee maanden. In Nederland zijn nu 54.000 meer studenten met een studieachterstand dan in 2018, het laatste jaar waarvan cijfers bekend zijn. Ze kunnen geen stage lopen, geen praktijkonderwijs volgen en de faciliteiten voor goed thuisonderwijs ontbreken. Dat blijkt uit onderzoek dat het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) liet uitvoeren door onderzoeksbureau ResearchNed.

Kees Gillesse, voorzitter van het ISO, hoopt dat er nu „serieus door de politiek naar de problemen rond studievertraging wordt gekeken”.

Het ISO is een studentenclub, waarom moest dit onderzoek vanuit jullie komen?

„In het begin van deze crisis hebben we gelijk een meldpunt geopend. Al snel werd duidelijk dat studenten zich zorgen maakten over hun (dreigende) studievertraging. In Den Haag is veel gedaan om studievertraging te voorkomen, zoals een versoepeling van het bindend studieadvies, en een coulanter doorstroombeleid, maar al die tijd ontbraken de concrete cijfers over studievertraging. Het is gekkigheid dat wij als studentenorganisatie deze data boven tafel moesten halen.”

Studenten die vertraging oplopen als gevolg van corona, worden gecompenseerd, zegt de minister

Wat heeft de coronacrisis met die studievertraging te maken?

„De praktijklessen en stages kunnen nog steeds niet doorgaan, en die zijn niet of nauwelijks op een andere manier in te vullen. Denk bijvoorbeeld aan laboratoriumwerk op de campus, stages in de evenementensector, of een opleiding fysiotherapie. Dan zijn er nog de studenten die thuis geen goede voorzieningen hebben om thuisonderwijs te volgen, zoals een stabiele internetverbinding en een rustige werkomgeving. De collegebanken worden sinds afgelopen maandag weer mondjesmaat bezet, maar we denken niet dat dat voldoende is om studievertraging te voorkomen.”

Veel studenten lopen al sinds jaar en dag studievertraging op, waarom is het nu ineens problematisch?

„In de kern vinden wij studievertraging inderdaad niet erg. Studenten doen een bestuursjaar of beginnen een bedrijfje, allemaal goede redenen om niet op schema te studeren.

„Maar door dit onderzoek weten we dat het aantal studenten met studievertraging echt is gestegen. De meeste studenten hebben vertraging van tussen de tien en vijftien gemiste studiepunten, op een totaal van zestig per jaar. Dat is minstens twee maanden studievertraging. Dat voelen studenten in hun portemonnee; een maand studeren kost een uitwonende student al gauw 1.000 euro, onder andere voor huisvesting en collegegeld. Daar komt nog de al jaren stijgende studieschuld bij en bijbaantjes die door corona vaak zijn weggevallen.”

Gaan jullie studenten ondersteunen met die extra kosten?

„We willen met dit onderzoek vooral extra studieschuld voorkomen. Extra geld lenen moet niet de oplossing zijn. De enige manier om de studievertraging én de studieschuld in te perken, is meer ruimte voor fysiek onderwijs. Dat is beter voor de kwaliteit van het onderwijs en zo kunnen we studievertraging zo veel mogelijk proberen te voorkomen. Als er aan het eind van de streep alsnog studievertraging is, dan vinden wij dat studenten gecompenseerd moeten worden. Maar laten we eerst weer zo snel mogelijk terug die collegebanken in, om te voorkomen dat het zover komt.”

Is er draagvlak voor jullie plannen?

„Op dit moment praat het ministerie van Onderwijs over de inrichting van het onderwijs voor komend studiejaar. Nu deze cijfers boven water zijn, verwacht ik wel dat daar serieus naar gekeken gaat worden. De rectoren magnifici van alle Nederlandse universiteiten hebben ook net in een open brief het kabinet opgeroepen om meer fysiek onderwijs mogelijk te maken. Veel creativiteit en de flexibiliteit om dit probleem op te lossen kan bij de onderwijsinstellingen vandaan komen.”