Brieven

Solidariteit tussen generaties

Jongeren, een stapje terug is heus niet zo erg

Illustratie Cyprian Koscielniak

De 21-jarige Joek van der Zwaan vindt dat jongeren onevenredig worden geraakt door de coronacrisis (Brieven, 13/6). Natuurlijk hebben jongeren ook geleden onder de coronamaatregelen en is het begrijpelijk dat ze ongerust zijn over de gevolgen daarvan voor hun toekomst. Maar dat houdt niet zonder meer in dat zij een beroep moeten doen op de solidariteit van ouderen. Van der Zwaan gaat ervan uit dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Daarom zouden ouderen volgens hem de zwaar getroffen jongeren economische bijstand moeten verlenen. Hij gaat eraan voorbij dat de ouderen de kosten van levensonderhoud en het volgen van een opleiding al hebben gedragen. Dat de ouderen de sterkste schouders hebben – althans, in financiële zin – is een momentopname. De ouderen van nu waren aan het begin van hun werkzame leven veel minder rijk dan vandaag. Naarmate men ouder wordt bouwt men – als individu en collectief – vermogen op. De jongeren zijn dan ook minder rijk dan de ouderen. Maar het verschil in rijkdom moet ook worden beoordeeld in termen van levensstandaard. Jongeren dienen zich te realiseren dat zij gewend zijn aan een aanzienlijk hogere levensstandaard dan de ouderen zich konden permitteren toen zij jong waren. Een stapje terug door de jongeren is daarom minder dramatisch dan Van der Zwaan het voorstelt.