Kamer steeds kritischer nu de ‘coronavrede’ voorbij is

Evaluatie kabinetsbeleid Met verkiezingen op komst en een rustiger virus, eiste de Tweede Kamer dinsdag een onderzoek naar het corona-kabinetsbeleid.

Eerder leek een motie van Lilian Marijnissen (SP) voor een corona-onderzoek nog te sneuvelen.
Eerder leek een motie van Lilian Marijnissen (SP) voor een corona-onderzoek nog te sneuvelen. Foto Martijn Beekman

Een groep onafhankelijke deskundigen moet de corona-aanpak van het kabinet gaan bestuderen. Dat moet nog voor de herfst leiden tot nieuwe adviezen, op tijd om een eventuele tweede golf van het virus voor te zijn. Het kabinet wilde eerder niet aan zo’n extern onderzoek beginnen, maar krijgt van de Tweede Kamer geen keuze.

Vorige week leek een motie van Lilian Marijnissen (SP) en Lodewijk Asscher (PvdA) om zo’n onderzoek in te stellen nog gedoemd te sneuvelen. Toen zorgde de broze balans in de Kamer, waar coalitie noch oppositie een meerderheid heeft, voor ‘stakende stemmen’: de voltallige oppositie voor, de voltallige coalitie tegen, 75 tegen 75. Staken de stemmen drie keer, dan wordt een motie verworpen.

Zover kwam het niet: bij een hoofdelijke stemming kreeg dezelfde motie dinsdag de steun van alle aanwezige Kamerleden, óók van de regeringspartijen. Maandagavond liet minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) in een brief aan de Kamer voor het eerst doorschemeren dat hij openstaat voor een evaluatie van de kabinetsaanpak.

Maar De Jonge liet in het midden hoe onafhankelijk zo’n evaluatie zou worden. Eerder liet hij vallen dat direct betrokkenen niet van hun werk gehouden moesten worden. „Je moet de brandweer niet vragen te evalueren tijdens de brand”, zei de ‘chef corona’ in april.

‘Wij van wc-eend’

En dat is precies de crux, vindt PvdA-leider Asscher. „Is het dan ‘wij van wc-eend’ of vraag je ook: wat ging er mis, wat kan beter?” Het is het soort reflectie dat hij sinds het begin van de coronacrisis zegt te missen bij het kabinet. Juist daarom drong hij erop aan het onderzoek aan deskundigen van buiten over te laten. „Als je zo intensief met één onderwerp bezig bent, vernauwt ook je blik. Menselijkerwijs is dat logisch, maar hoe weet je dan of wat je doet, het beste is?”

Lees ook: Oppositie eist duidelijke coronastrategie van het kabinet

Politiek gaat de coronacrisis een nieuwe fase in. Terwijl het aantal coronadebatten terugloopt – het ooit wekelijkse debat over de crisis gaat nu voor de tweede week op rij niet door – durft de voltallige oppositie de confrontatie aan. Op links en rechts maken partijen duidelijk aan het kabinet dat de ruimhartige steun die ze de afgelopen maanden in het parlement uitspraken voor het coronabeleid niet oneindig is. En ook niet zonder voorwaarden.

Als je zo intensief met één onderwerp bezig bent, kan dat je blik vernauwen

Lodewijk Asscher PvdA-leider

Crisismanagement is improviseren, weten coalitie en oppositie. „In crises als deze moet je met 50 procent van de kennis 100 procent van de besluiten nemen, en de gevolgen daarvan dragen”, stelde premier Rutte in de begindagen van de pandemie vast. Helemaal waar, zegt Asscher. Maar: „Dan moet je vervolgens ook bereid zijn te kijken of dingen beter konden en kunnen. Als je drie maanden lang rekent op begrip, kun je niet tegelijkertijd verwachten dat de Kamer een applausmachine is.”

Daarbij helpt de manier waarop het kabinet de oppositie benaderde niet, zegt Marijnissen. Zoals bij de vragen die ze met Asscher en GroenLinks-voorman Jesse Klaver stelde over de strategie. „Als we vroegen wat ‘maximaal controleren’ nou precies betekende, kregen we geen antwoord. Vervolgens noemde Rutte het een ‘semantische discussie’. Daarna vertelde hij dat hij nooit een toespraak over groepsimmuniteit had gegeven. Wij hebben ons steeds begripvol opgesteld, maar op zo’n moment denk ik: het is tricky als je bij zo’n ingrijpende crisis niet naar een breder draagvlak zoekt.”

Schaduw over verkiezingen

Dat gevoel leeft bij meer oppositiepartijen, die worstelen met de prominente positie van kabinetsleden en de ongewisse rol van de Kamer. „Deze vraag raakt ook aan de positie van het parlement”, ziet Asscher. „En dat verenigt.” Iedereen op het Binnenhof is er inmiddels van doordrongen dat de coronapandemie een enorme schaduw gaat werpen over de partijprogramma’s en debatten bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen. Twee partijen zullen naar verwachting een lijsttrekker afvaardigen die nu nauw betrokken is bij de aanpak van de medische of economische impact van het virus – premier Mark Rutte bij de VVD en minister van volksgezondheid Hugo de Jonge bij het CDA.

Rutte en De Jonge behoren beiden tot de selecte groep bewindspersonen die de afgelopen crisismaanden dicht bij het vuur van de belangrijkste beslissingen zaten. De crisis heeft hun zichtbaarheid en naamsbekendheid enorm vergroot. Maar als een onafhankelijk onderzoek grote fouten constateert, kan die hoofdrol in de crisisbestrijding zich tegen hen keren.

Een onafhankelijk onderzoek moet niet om ‘de schuldvraag’ draaien, zeggen Marijnissen, Asscher en andere oppositiepolitici één voor één. Maar ze weten ook: de coronacrisis is allesbehalve apolitiek.