Reportage

Indonesiërs roken stug door tijdens coronacrisis: ‘Het hoort er gewoon bij’

Sigaretten Roken is niet weg te denken uit Indonesië, ook niet nu een longvirus de wereld in zijn greep heeft. Om de miljoenen banen in de tabaksindustrie te beschermen, voert de overheid nauwelijks anti-rookbeleid.

Twee derde van de Indonesische mannen rookt, zo’n 5 procent van de vrouwen.
Twee derde van de Indonesische mannen rookt, zo’n 5 procent van de vrouwen. Foto Hotlo Simanjuntak/EPA

Aan het einde van de middag, als de zon niet zo smorend heet meer is, komen de woonwijken van Jakarta tot leven. De warungs op de straathoeken maken zich klaar om het avondeten te serveren. Onder de altijd groengebladerde bomen hangen groepjes Indonesiërs, vaak mannen. Kopje koffie en een sigaret erbij.

Zo zitten ook Darma en Johnny wat te kletsen, naast een karretje dat gefrituurde snacks verkoopt. Een pakje kruidnagelsigaretten ligt naast hun plastic bekers met ijskoffie. Darma heeft de afgelopen maanden geminderd met roken, vertelt hij. Door de coronacrisis werd het hem te duur. „Ik vond het ontzettend moeilijk, maar beetje bij beetje ben ik gaan minderen. Vóór corona zat ik op een pakje per dag, nu op een half pakje.”

Van zijn merk Djarum kost zo’n pakje omgerekend ongeveer 1,25 euro. Dat is bijna net zo veel als Darma op een slechte dag aan inkomsten binnen krijgt. Hij werkt als brommertaxichauffeur, door de lockdown-maatregelen mochten ze wekenlang geen passagiers vervoeren, ze konden alleen nog eten en goederen bezorgen. Nu mag het weer, maar erg druk hebben ze het nog niet.

Roken verergert Covid-19

Ze hebben ook gehoord dat roken mogelijk de symptomen van het coronavirus verergert. Dáár maakt Darma (een achternaam heeft hij niet) zich dan weer geen zorgen over. „Nee, niet echt. Roken is niet goed voor je, dat weet ik. Maar we zijn er zo aan gewend. Het hoort erbij.”

In Indonesië is roken niet uit het straatbeeld weg te denken. Het is die hand met een smeulende peuk uit het open raam van een auto. Op de brommer voor het rode stoplicht even snel een sigaret opsteken. Kiezen tussen roken of niet-roken in een restaurant waar vervolgens helemaal geen afscheiding tussen de tafeltjes zit. En uang rokok, sigarettengeld, is een gewone term voor een fooi of extraatje.

Uang rokok, sigarettengeld, is een gewone term voor een fooi of extraatje

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waarschuwt dat rokers waarschijnlijk grotere kans hebben dat Covid-19 bij hen heftiger verloopt en dat ze meer kans hebben om te overlijden. In Indonesië schreef Hasbullah Thabrany daarom samen met tientallen anderen een open brief aan president Joko Widodo: neem alsjeblieft maatregelen om roken minder aantrekkelijk te maken.

Thabrany is voorzitter van de nationale commissie voor tabaksregulering, een club die lobbyt tegen de vrijheden die de tabaksindustrie in Indonesië nog altijd heeft. „Roken is de grootste bedreiging voor de volksgezondheid in Indonesië. Niet het coronavirus of infectieziekten. Het zijn sigaretten.”

Lees ook: Alcoholverbod tijdens lockdown zorgt voor stilte op Zuid-Afrikaanse IC’s

Antwoord op die brief kregen ze natuurlijk niet, zegt Hasbullah Thabrany. „Dit is een politieke kwestie. De wil ontbreekt om de industrie serieus aan banden te leggen.” Is er corruptie of omkoperij in het spel? „We kunnen het natuurlijk lastig bewijzen. Maar waar rook is, is vuur.”

Hij heeft als theorie dat het hoge sterftepercentage van coronapatiënten in Indonesië mede te maken heeft met het hoge aantal rokers. Zo’n 5,6 procent van de Indonesiërs bij wie Covid-19 is vastgesteld, overlijdt.

Het belangrijkste argument van de overheid de tabaksindustrie niet al te veel lastig te vallen, is de werkgelegenheid die de sector oplevert: miljoenen Indonesiërs hebben werk in de sigarettenfabrieken. Thabrany: „Dat is zulk korte-termijndenken. Op de lange termijn is de volksgezondheid ermee geschaad.” Armere huishoudens geven relatief veel geld uit aan roken: voor hen is rijst kostenpost nummer één, meteen daarna komen sigaretten.

Voor arme gezinnen is rijst kostenpost nummer één, meteen daarna komen sigaretten

Indonesië is een van de laatste grote landen wereldwijd die het Framework Convention on Tobacco Control nog niet hebben getekend: het internationale verdrag van de WHO om roken terug te dringen. Voor adverteren gelden wel wat beperkende regels. Zo mag reclame op tv alleen na 21.30 uur ’s avonds. Maar reclame via je telefoon mag gewoon.

De commercials lijken op reclames voor hippe sneakers of vechtfilms. Pro never quit en We are stronger, dat soort teksten vliegen door beeld. „De marketing is specifiek op mannen gericht. Met roken zouden ze kunnen laten zien dat ze cool zijn en stijl hebben”, zegt Thabrany. Veel meer Indonesische mannen dan vrouwen roken: twee derde van de mannen rookt en maar zo’n 5 procent van de vrouwen.

Steeds meer kinderen roken

Probleem is ook dat relatief veel jongeren roken – en dat aantal stijgt zelfs. In 2013 rookte 7,2 procent van de Indonesische kinderen tussen de tien en achttien, vijf jaar later was dat 9,1 procent. Jongeren zijn ook lang een belangrijke doelgroep geweest; sigarettenfabrikanten sponsoren vaak muziek- en sportevenementen. Pas vorig jaar is bijvoorbeeld het badmintontoernooi voor jongeren van Djarum gestopt, een van de grootste sigarettenfabrikanten van het land. De Djarum Badmintonclub bestaat wel gewoon nog.

Johnny, de vriend van Darma, is de uitzondering die de regel bevestigt. Hij heeft nooit gerookt. Niet dat hij het niet heeft geprobeerd, natuurlijk wel. Het inhaleren gaf hem een branderig, onprettig gevoel. „Ik voelde aan alles dat het slecht is voor je lijf.”

Nu probeert Johnny zijn kinderen ook van de sigaretten af te houden en vertelt hij ze hoe ongezond het is. Hij kijkt verontschuldigend naar Darma: sorry. Hoe zit het dan met Darma’s kinderen? Die lacht schaapachtig. „Binnen mogen ze het in elk geval niet. Maar wat ze buiten uitspoken, dat weet ik niet.”