Grote steden krijgen extra geld voor aanpak lerarentekort

Toeslag Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere krijgen de komende vier jaar 116 miljoen euro om het lerarentekort tegen te gaan.
Openbare basisschool De Witte Vlinder gaat, na weken dicht te zijn geweest, weer open voor onderwijs op school.
Openbare basisschool De Witte Vlinder gaat, na weken dicht te zijn geweest, weer open voor onderwijs op school. Foto John van Hamond

Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere krijgen de komende vier jaar extra geld van het Rijk om het lerarentekort tegen te gaan. Het gaat om 116 miljoen euro. Dat heeft het ministerie van Onderwijs dinsdag bekendgemaakt.

Volgens het ministerie lopen de tekorten in deze steden op en vertrekken meer leraren om les te gaan geven in andere gemeenten. Zo is in Amsterdam het aantal docenten dat is vertrokken opgelopen van 134 (in 2015-2016) naar 254 (in 2018-2019). Minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, ChristenUnie) zegt in een persbericht de steden op deze manier ruimte te willen geven „als de nood te hoog is”.

De steden mogen zelf bepalen hoe ze het geld gaan besteden. In Amsterdam krijgen leraren in het basisonderwijs een toeslag, Almere wil het geld gebruiken om extra ondersteunend personeel in te huren en beginnende leerkrachten beter te begeleiden.

Ook mogen scholen in deze steden een dag in de week iemand voor de klas zetten zonder lesbevoegdheid. Het gaat dan om bijvoorbeeld muziek- en tekenleraren die geen vakken zoals taal of rekenen mogen geven. „Het doel is voorkomen dat kinderen naar huis worden gestuurd en zorgen dat ze vijf dagen per week naar school kunnen”, schrijft het ministerie.