Opinie

‘Eet ook na de lockdown lokaal’

Voedsel De coronacrisis verstoorde de wereldwijde voedselproductie, maar liet ook zien hoe het beter kan: met kortere voedselketens, schrijven , , en .
Illustratie Hajo

Hamsterende consumenten die de logistiek en distributie van de supermarkten op de proef stellen. Haperende import en export als gevolg van internationale transportbelemmeringen. Haastige sluiting van de horeca, waardoor ook de toeleverende voedselproducenten hun afzetmarkt missen, met bergen verspilde frietpiepers als gevolg: de coronacrisis heeft forse verstorende effecten op de voedselketen.

Tegelijkertijd blijkt de crisis een vruchtbare bodem te bieden om die keten waar het kan korter te maken. Boeren met boerderijwinkels, online platforms voor lokaal voedsel zoals de Streekboer, Rechtstreex en Boerschappen, en nieuwe voedselbox-initiatieven onder de naam ‘Support Your Locals’ zagen hun omzet verviervoudigen of zelfs nog sterker stijgen. Een enorme groep consumenten die voorheen nooit ‘lokaal’ kocht, ontdekte de kortere voedselketen.

Nu de lockdown wordt opgeheven, zien we ook de verkoop van voedselboxen en regionaal voedsel weer teruglopen. Het is jammer als de in de coronacrisis verstevigde positie van korte ketens alweer wankelt, zoals Martine Kamsma zag gebeuren (Lokaal, duurzaam, ambachtelijk. Blijft dat zo?, Het Blad bij NRC, 6/6). Jammer, want ‘de korte keten’ is veel méér dan voedselboxen als crisisinterventie. Het gaat om verse producten die niet of veel minder bewerkt zijn dan de producten in de supermarkt en dus gezonder zijn. De producten hebben minder kilometers afgelegd en kunnen daardoor een betere CO2-voetafdruk hebben.

Lees ook: Lokaal, duurzaam, ambachtelijk. Blijft dat zo?

Redelijke prijs

Bovendien geven kortere voedselketens boeren de mogelijkheid om investeringen in verduurzaming van de productie terug te verdienen. Anders dan in een lange keten komen producten immers niet op de internationale markt terecht, waar elke boer prijsnemer is en producten homogene bulk zijn. In de korte keten kan de boer laten zien hoe zijn producten verschillen van andere en daar een redelijke prijs voor vragen, ook doordat er minder schakels in de keten zijn.

De verandering naar korte ketens en regionale voedselsystemen wordt bekritiseerd, zoals onlangs door Hidde Boersma en Maarten Boudry in NRC (De landbouw moet juist verder intensiveren, 15/5). Kortere ketens zijn niet beter voor het milieu, lokaal voedsel is iets van vroeger, en wordt geromantiseerd, stellen zij. De roep om korte voedselketens wordt gezien als een kritiek of een vervanging van langere ketens. Wat ons betreft is ‘korte versus lange ketens’ een onzinnige tegenstelling.

Het maatschappelijke debat over regionalisering van het voedselsysteem kent een lange geschiedenis. Vaak wordt de wens voor een meer regionaal georganiseerd voedselsysteem gezien als een reactie op de modernisering en de mondialisering die de landbouw in Europa na de Tweede Wereldoorlog heeft doorgemaakt. Voedselketens zijn vandaag de dag complexer en langer dan ooit te voren. Dat komt niet alleen door wereldwijde handel in primaire voedselproducten, maar juist ook door invloed van de voedingsindustrie en het toegenomen gebruik van halffabricaten en samengestelde voedselproducten in ons dagelijkse eten. De ingrediënten op een willekeurige diepvriespizza kunnen afkomstig zijn uit veel verschillende landen.

Lees ook dit opiniestuk: Voedselproductie moet eerder robuust dan efficiënt zijn

Ongewenste neveneffecten

Deze efficiënte, lange, internationale voedselketen heeft grote voordelen voor zowel consumenten, zoals een lage prijs en grote keuze, als voor producenten, wier verdienmodellen zijn gebaseerd op opschaling. Tegelijkertijd hebben deze langere ketens ongewenste neveneffecten. Een onduidelijke financiële prikkel stuurt het verplaatsen van voedsel over grote afstanden. Een bekend voorbeeld is verse aardappels uit Israël in de schappen, terwijl de koeling van de boer uit Flevoland tot de nok toe gevuld is. Een heroriëntatie op een nieuw evenwicht tussen internationalisering en regionalisering biedt interessante aanknopingspunten voor het aanpakken van dit soort neveneffecten.

De Taskforce Korte Keten is hiervoor opgericht. Deze stichting stelt als doel dat Nederlandse consumenten 25 procent eten uit korte ketens; nu is dat nog 5 procent. Ze heeft de belemmeringen bij het ontwikkelen van korte ketens in de voedselproductie in kaart gebracht en biedt die aan aan minister Carola Schouten van Landbouw (CU).

Korte ketens zijn niet zaligmakend. Het doel is niet dat elke voedselketen een korte keten moet zijn. Niet alles wat van dichterbij komt, heeft een kleinere ecologische voetafdruk en lokale distributiesystemen kunnen ook tot extra mobiliteit en congestie leiden als er niet wordt samengewerkt. Maar: korte ketens zijn veerkrachtig, dat heeft de lockdown laten zien, en kunnen zich snel aanpassen: aanbod en vraag kunnen snel op elkaar worden afgestemd. Het gaat erom een beter doordacht evenwicht tussen internationale en regionale voedselketens te bewerkstelligen.

Samenwerkende ondernemers

Wat is ervoor nodig om meer en sterkere korte voedselketens te krijgen? Producenten en verkopers moeten data aanleveren om met behulp van ‘dashboards’ inzicht te krijgen in regionale voedselproductie en -consumptie. Er zijn ook regulerende heffingen nodig. Beprijzing van broeikasgassen en andere emissies die het milieu schaden zijn een noodzakelijke stap voor de transitie naar kringlooplandbouw en een circulaire economie. Als milieu-effecten een prijs hebben, zal blijken dat korte voedselketens zeer goed met lange ketens kunnen concurreren.

We hebben ook betere informatie nodig over de ecologische voetafdruk en de gezondheidseffecten van eten. Alleen goed geïnformeerde consumenten kunnen met hun voedselkeuze de gewenste grote landbouwtransitie versnellen.

Om de sterke groei in de coronacrisis aan te kunnen, werkten ondernemers in de korte voedselketens samen. Ook dat is een positief effect van de crisis, want juist door samen te werken ontstaan schaalvoordelen op het gebied van logistiek, IT en communicatie. Zo worden korte ketens krachtiger. Ondernemers, boeren en beleidsmakers lijken eindelijk dit momentum te willen grijpen voor het creëren van meer en het versterken van de al bestaande korte ketens in de voedselproductie. Maar het wordt pas echt een krachtige beweging als consumenten ook na de lockdown lokaal geproduceerd voedsel blijven eten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.