Recensie

Recensie Theater

Een hallucinante, theatrale slideshow naar Tsjechovs ‘Drei Schwestern’

Holland Festival Online Susanne Kennedy maakt van ‘Drei Schwestern’ een hallucinante slideshow waarin alles en iedereen vastzit in een grillige, circulaire tijdlus. De registratie van de voorstelling is woensdag- en donderdagavond gratis te bekijken op Hollandfestival.nl.

Susanne Kennedy voert Tsjechovs personages op als mechanische poppen.
Susanne Kennedy voert Tsjechovs personages op als mechanische poppen. Foto Judith Buss

Wie het werk van Susanne Kennedy een beetje kent, weet dat ze het toneelrepertoire radicaal naar haar hand zet. Bij de Müncher Kammerspiele maakte ze van Tsjechovs Drei Schwestern een hallucinante, theatrale slideshow die kriskras door tijd en ruimte schiet. De voorstelling zou tijdens deze editie van het Holland Festival naar Amsterdam komen, maar dat vond vanwege corona geen doorgang. In plaats daarvan is de registratie woensdag- en donderdagavond gratis online te bekijken.

En dat is een uitstekend alternatief. Kennedy voert Tsjechovs personages op als mechanische poppen, vaak zonder mimiek en angstaanjagend emotieloos. Ze benadert ze (soms zelfs letterlijk) als pixels, tweedimensionaal en kil, die opgesloten zitten in een zwevend vierkant dat aan alle kanten wordt omgeven door een groot scherm. Daarop trekken tijdens de openingsscène wolken als beloftevolle vergezichten voorbij – horizonten waar de personages volledig aan onttrokken zijn.

Steeds opnieuw voeren ze dezelfde (flarden van) conversaties. Uitdrukkingsloos kijken ze langs elkaar heen. „How are you?” „The same as ever.” Kostuums en omgevingen veranderen voortdurend, soms wordt hetzelfde gesprek door andere personages gevoerd: alles is inwisselbaar, behalve de uitzichtloosheid. Los van een aantal spirituele verwijzingen – die weinig betekenis krijgen – blijven de personages vrijwel volledig verstoken van zingeving en gevoelens.

Tsjechov situeerde zijn personages in een eentonig leven op het platteland, waar hij ze tevergeefs liet dromen van een toekomst in de grote stad. Hij confronteerde ze met hun eindigheid: hun dromen werden onontkoombaar ingehaald door de tijd. Bij Kennedy is er geen sprake van lineaire tijd of causaliteit – alles en iedereen zit vast in een grillige, circulaire tijdlus. Inherent daaraan is er dus ook niet de pijnlijke realisatie dat dromen onverbiddelijk verdampen. De vraag aan de toeschouwer is: presenteert Kennedy hiermee een redding voor de zussen of is haar alternatief nog onverteerbaarder? Is een leven zonder verlangens te prefereren boven een leven vol gefnuikte dromen?