Recensie

Recensie Muziek

De nieuwe Bob Dylan is een traag, woordrijk en verslavend meesterwerk

Nieuw album ‘Rough and Rowdy Ways’ is Bob Dylans eerste album met zelfgeschreven nummers sinds ‘Tempest’ uit 2012. De nummers zijn lang, het tempo ligt traag en Dylan pakt uit met enorme lappen tekst op een nieuw meesterwerk in zijn 39 albums omspannende oeuvre. (●●●●●)

Bob Dylan tijdens een concert in Hyde Park in Londen in juli 2019.
Bob Dylan tijdens een concert in Hyde Park in Londen in juli 2019. Foto Matthew Baker/Getty Images

Moeizame jaren waren het, waarin Bob Dylan de wereld probeerde wijs te maken dat hij liever liedjes van Frank Sinatra zong. Was Dylan niet de woordvoerder van zijn generatie, de man van ‘Blowin’ in the Wind’ en ‘Like a Rolling Stone’, songs waarmee de wereld elke keer een klein stukje beter werd? Waar was in godsnaam de Bob Dylan van ‘Hurricane’, die de rassenongelijkheid in de VS hekelde met een tong van kwikzilver en een hart vol venijn? Waar was de Dylan die kon betoveren, maar die je ook de stuipen op het lijf kon jagen met een tekst als „I paid in blood, but not my own”?

In 2012 bracht Bob Dylan voor het laatst een album uit met zelfgeschreven nummers. Tempest was de reddingsboei voor zijn recente liveconcerten, toen hij moe werd van het Sinatramateriaal en songs als ‘Pay in Blood’ en ‘Soon After Midnight’ weer prominent op de setlist kwamen. Al die tijd zinde Bob Dylan, de sluwe vos, op een nieuwe zet. In maart van dit jaar was daar opeens ‘Murder Most Foul’, een epos over de moord op John F. Kennedy en de bomkrater die daardoor in de Amerikaanse democratie werd geslagen. Met kale begeleiding beschreef Dylan hoe de kogel insloeg in de presidentiële schedel, en hoe de ziel van de natie kapot werd gescheurd.

‘Murder Most Foul’ werd een uitzonderlijke, want zeventien minuten lange, nummer-1-hit in de Billboardlijst en vormt nu het slotnummer van Dylans nieuwe album Rough and Rowdy Ways. Het is een slome, verslavend mooie plaat geworden waarop de 79-jarige rockveteraan de balans opmaakt van een veelbewogen carrière. Openingsnummer ‘I Contain Multitudes’ ontleent zijn titel aan een gedicht van Walt Whitman. „Ik ben iedereen”, zingt Dylan, „ik ben als Anne Frank, als Indiana Jones en als die Britse bad boys The Rolling Stones.” Pin me niet vast op één personage, impliceert hij, ik ben de verteller die veel gezichten kan aannemen. Het motief van de rookwolken die Robert Allen Zimmerman als Bob Dylan optrok rondom zijn ware identiteit komt terug in de berustende folksong ‘Mother of Muses’: „Forged my identity from the inside out / you know what I’m talking about.”

Lees ook: Bob Dylans 17 minuten lange klaagzang over verweesd Amerika raakt een snaar

Laconieker en meer ontspannen

Dylans stem schraapt en kraakt zoals we dat de laatste dertig jaar van hem gewend zijn, maar hij klinkt laconieker en meer ontspannen dan in recente jaren. Er zijn grimmige momenten. „I’ll hack off your arm”, laat hij de protagonist van ‘Black Rider’ zingen. „I’m just here to bring vengeance on somebody’s head”, dreigt hij op de slepende beat van ‘False Prophet’, geënt op een oude rhythm & bluessong van Billy ‘The Kid’ Emerson. In ‘My Own Version of You’ brengt de songschrijver Bob Dylan zijn Frankensteinfantasie tot leven. Op een bedaard shuffleritme zoekt hij de benodigde lichaamsdelen bij elkaar om de perfecte partner te assembleren: „Someone for real, someone to feel, the way that I feel.” Met een kickstart brengt hij zijn creatie tot leven.

Het zeventig minuten en tien nummers lange Rough and Rowdy Ways is Bob Dylans woordrijkste album ooit, zelfs vergeleken bij lappen tekst als ‘Desolation Row’ en ‘Lily, Rosemary and the Jack of Hearts’. Instrumentale passages zijn niet meer dan functioneel en de accordeon in het negen minuten lange ‘Key West (Philosopher Pirate)’ heeft slechts een begeleidende functie. Dylan heeft veel te vertellen. In ‘Crossing the Rubicon’ zingt hij hoe hij tussen hemel en aarde heeft gestaan, zoekend naar liefde en inspiratie. In ‘Mother of Muses’ ziet hij het einde naderen: „I’m traveling light and I’m-a slow coming home”.

De elektrische blues met snerpende mondharmonica van ‘Goodbye Jimmy Reed’ is een zeldzaam uptempomoment op een album dat een weldadig traag ritme aanhoudt. Het melodieuze ‘I’ve Made Up My Mind to Give Myself to You’ is zo’n sluimerende popsong die tot bloei zou kunnen komen in de versie van een welluidende zangeres, zoals Adele Dylans ‘Make You Feel My Love’ tot een hit maakte. „The heart is like a river that sings”, bromt Dylan met mandolinebegeleiding. Even later neemt hij een voorschot op het hiernamaals: „I hope that the gods go easy with me.”

In een door geschiedenisprofessor Douglas Brinkley afgenomen interview voor The New York Times ging Nobelprijswinnaar Dylan dieper in op de apocalyptische strekking van zijn teksten, zijn liefde voor Little Richard („Hij ontstak het vuur in mij”), de invloed van improvisatie (doet hij niet aan) en Covid-19 op zijn muziekpraktijk. De coronapandemie is een voorbode van iets groters, meent Dylan stellig. Geen bijbelse zondvloed maar een straf voor de extreme arrogantie die ons op de rand van totale vernietiging heeft gebracht. „Maybe we are on the eve of destruction”, parafraseert hij de protestsong van Barry McGuire uit 1965, het jaar waarin hijzelf werd gezien als de ultieme protestzanger en woordvoerder van zijn generatie.

Bob Dylan heeft zich altijd verre gehouden van die kwalificaties. „I just said what I said” zingt hij in ‘False Prophet’. Iedereen mag een diepere betekenis in zijn songs zoeken, maar val Dylan er zelf niet mee lastig. Met Rough and Rowdy Ways voegt His Bobness een nieuw meesterwerk toe aan zijn rijke oeuvre. Een album dat overeenstemt met zijn vorderende leeftijd, maar dat midden in de wereld staat.

Rough and Rowdy Ways verschijnt 19 juni bij Sony.