CPB adviseert expansief begrotingsbeleid: haal investeringen naar voren

Economische prognoses De nieuwe economische prognoses van het CPB zijn al even somber en onzeker als de vele hiervoor. De raming reikt het kabinet concrete tips aan. „Een gratis advies aan Hoekstra.”

Bouwactiviteiten in Rotterdam: de vierde verdieping wordt op het gemeentelijk monument De Nieuwe Maaskant, kantoorpand uit 1958, gezet.
Bouwactiviteiten in Rotterdam: de vierde verdieping wordt op het gemeentelijk monument De Nieuwe Maaskant, kantoorpand uit 1958, gezet. Pieter Stam de Jonge/ANP

Na alle eerdere voorzichtige en voorlopige voorspellingen dit voorjaar was het nieuws van het Centraal Planbureau dinsdag niet per se schokkend meer. De coronacrisis trekt diepe sporen in de economie in het algemeen en in de overheids- financiën in het bijzonder. De sombere Juniraming van het CPB – een economische krimp van 6,4 procent dit jaar – is nagenoeg even somber als recente doemscenario’s van onder meer De Nederlandsche Bank (min 6,4 procent), de Europese Commissie (min 6,8 procent) en de Rabobank (min 5,7 procent).

Het kabinet, dat achter de schermen al druk bezig is met de begroting voor volgend jaar, weet dus wel zo’n beetje wat het aan economische omstandigheden kan verwachten. Het CPB bevestigde dat beeld nog maar eens: terugvallende (wereld)handel en andere bedrijvigheid, oplopende werkloosheid en minder belastinginkomsten. Daarbovenop de door het kabinet zelf uitgerolde miljarden aan steunmaatregelen voor het bedrijfsleven, ondernemers en zzp’ers.

Op één na slechtste scenario’s

Als extra service aan de Haagse beleidsmakers schetste het planbureau, net als eind maart, vier verschillende scenario’s met twee grote variabelen: de mate van economisch herstel na de eerste dip en de mate waarin het coronavirus voortwoekert of zelfs terugkomt in een tweede golf.

De raming die het CPB als leidraad voor het komende begrotingsjaar hanteert gaat uit van het op één na slechtste scenario. Dat veronderstelt „matig maar onvolledig” economisch herstel vanaf deze zomer. De economie, zo legde CPB-directeur Pieter Hasekamp dinsdagochtend in een toelichting uit, zal zich weliswaar iets herstellen, maar onvoldoende om „snel terug te veren naar het oude niveau”.

Daarnaast verwacht het Planbureau een verdubbeling van de werkloosheid, van 3,4 procent van de beroepsbevolking in 2019 tot 7 procent volgend jaar. In absolute getallen: van 314.000 naar 645.000 werklozen in de loop van 2021.

Budget „buiten de gevarenzone”

De te verwachten verslechtering van de overheidsfinanciën zal „fors” zijn, maar „blijft buiten de gevarenzone”. Daarmee bedoelt het CPB dat de hoog oplopende staatsschuld – van 48,7 van het bruto binnenlands product eind vorig jaar tot 61,1 procent komend jaar – goed te dragen is. Het ligt onder het Europees gemiddelde, in de buurt van de schuldnorm in de eurozone (60 procent). En op de kapitaalmarkt kan Nederland nog gemakkelijk terecht tegen aantrekkelijk lage rentes. Volgende week is er opnieuw een veiling van staatsobligaties tegen een negatieve rente van 15 basispunten. Daar verdient minister Hoekstra van Financiën (CDA) dus geld mee.

In termen van het begrotingssaldo is het CPB iets minder somber dan het kabinet. Waar Hoekstra eind april in zijn Voorjaarsnota uitging van een begrotingstekort van bijna 12 procent, of wel 92 miljard euro, schat het Planbureau het verschil tussen inkomsten en uitgaven van het Rijk aanmerkelijk lager in: 7,6 procent van het bbp, ofwel: 59 miljard euro.

De verklaring die Hasekamp hiervoor heeft is dat het kabinet de uitgestelde belastingafdracht voor bedrijven in het begrotingssaldo meetelde. Dat was een van de verlichtende steunmaatregelen die het kabinet al in maart nam.

Grote onzekerheid

De nieuwe macro-economische verwachtingen kunnen dus behulpzaam zijn bij het begrotingsoverleg dat in augustus zal worden afgerond, maar ze werden ook met een grote slag om de arm gepresenteerd. Juist omdat de ontwikkeling van de coronapandemie, en de bestrijding ervan, zich niet laat voorspellen, is de onzekerheid van de juniraming „buitengewoon groot”.

Wat de overheid precies moet doen, is zeer lastig te bepalen. Zoals het CPB in een beschouwing over de economische vooruitzichten beschrijft: „Bij een tweede golf en hernieuwde contactbeperkingen ligt continuering van een vorm van generiek steunbeleid voor de hand. Bij herstel is het wenselijk om de steun af te bouwen, om noodzakelijke herstructurering niet te belemmeren. Het tempo van het herstel is daarbij bepalend voor de mate waarin de overheid kan terugtreden. Zeker bij matig herstel is het risico reëel dat een te snelle afbouw de problemen kan verdiepen.”

Over één ding is het CPB stellig, en complimenteus. De voortvarendheid waarmee de overheid meteen al in maart de economie te hulp schoot – niet alleen in Nederland – is goed geweest. En ook de mate waarin: de teller in Nederland aan steunmaatregelen staat voorlopig op 30 miljard euro.

Les geleerd van 2008

Daarmee heeft de regering duidelijk een les geleerd van de vorige recessie, na de financiële crisis van 2008. Toen werd weliswaar de financiële sector met miljarden op de been gehouden, maar was beleidsmatig toch vooral het devies om de gaten in de overheidsfinanciën met bezuinigingen en belastingverhogingen te dichten.

Als aanvulling op alle tijdelijke steunmaatregelen zou de overheid volgens het CPB de economie nu dan ook met „expansief begrotingsbeleid” moeten blijven stimuleren. Concreet zei Hasekamp daarover dat het kabinet reeds geplande investeringen, bijvoorbeeld in de woningbouw en de energietransitie, gewoon zou moeten uitvoeren en waar mogelijk zelfs naar voren moet halen. „Dat is een gratis advies aan Hoekstra”.