Opinie

Bij seksuele intimidatie is de UvA structureel laks geweest

#MeToo Een docent aan de Universiteit is jarenlang beschuldigd van seksuele intimidatie van studenten. Zonder effect. Vijf UvA-studentes dringen aan op serieuze maatregelen.

Entree van het Cortege bij de 382ste Dies Natalis van de Universiteit van Amsterdam
Entree van het Cortege bij de 382ste Dies Natalis van de Universiteit van Amsterdam Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

‘Wat hij deed was niet te tolereren.” Zo reageerde decaan Fred Weerman van de Universiteit van Amsterdam op de berichtgeving in NRC over de seksuele intimidatie van een docent aan de opleiding Boek en Papier. Niettemin is de desbetreffende docent, na een milde waarschuwing van de decaan, nog altijd werkzaam op de UvA. Die universiteit beweert haar studenten te beschermen. Maar wie wordt er eigenlijk beschermd?

Hoe is het mogelijk dat er voor een docent die zich schuldig maakt aan seksueel getint wangedrag vrijwel geen consequenties zijn? Wat onthult dit over wat een universiteit wel en niet ‘tolereert’? En wat betekent het voor de vrouwen die door de bewuste docent ongepast en agressief werden benaderd? Als de betrokkenen bestuurders destijds adequaat waren opgetreden, had de ellende van meerdere slachtoffers voorkomen kunnen worden.

De eerste tekenen van onveiligheid hadden genoeg moeten zijn voor serieuze repercussies. Nu die er niet waren, rijst de bittere vraag hoeveel klachten van studenten er nodig zijn eer het woord van een docent in twijfel wordt getrokken.

Gevoelskwestie

Inmiddels belandt de verantwoordelijkheid voor een probleem met seksisme of intimidatie systematisch bij degene die de klacht indient. Daaruit vloeit voort dat verontschuldiging, verantwoording en verandering van bovenaf uitblijven. Impliciet wordt vastgehouden aan de structurele misvatting dat seksuele intimidatie een gevoelskwestie is, of iets dat ‘van twee kanten’ komt. Die opvatting suggereert dat studenten op gelijke voet zouden staan met docenten. Maar studenten staan onderaan op de hiërarchische ladder en seksisme is institutioneel aanwezig. Om te stellen dat er ‘niet structureel en systematisch sprake is van problemen rond sociale veiligheid’, zoals de ombudsfunctionaris doet, gaat voorbij aan de feiten.

Wij observeren dat sociale veiligheid niet kan bestaan zolang deze berust op machtsongelijkheid die ertoe leidt dat docenten vanzelfsprekend in bescherming worden genomen. In zo’n structuur hoeven studenten er niet op te rekenen dat een klacht zal leiden tot effectieve maatregelen of zelfs maar op morele steun van de universiteit.

Maar studenten moeten wangedrag kunnen melden in een veilige en vertrouwde omgeving. Hoezeer de universiteit wat dat betreft tekortschiet bleek vorig jaar al, toen NRC een vergelijkbaar geval van intimidatie beschreef op de rechtenfaculteit van de UvA.

Structurele hervormingen

Wij willen niet voor de slachtoffers spreken. We willen wel laten zien dat de manier waarop zij behandeld zijn voor ons onacceptabel is en dat we verontwaardigd zijn over de structurele laksheid van de universiteit. Wij roepen de Universiteit van Amsterdam op om structurele hervormingen door te voeren.

De docent in kwestie is na alle ophef op non-actief gesteld, maar het gebrekkige optreden van de universiteit blijft zorgen voor een onveilige omgeving voor huidige en toekomstige studenten. Wij zijn overigens van mening dat de beschuldigingen genoeg aanleiding zouden moeten zijn voor ontslag.

Bij een structureel probleem horen structurele oplossingen. Vandaar dat er research nodig zal zijn dat verder reikt dan dit individuele geval. Vergelijkbare wantoestanden moeten worden onderzocht om eventuele oorzaken bloot te leggen. Om die reden stellen we de formatie van een extern onderzoeksteam voor, dat formele en informele klachten uit het verleden nader bekijkt. Zo zou kunnen blijken hoe er doorgaans is omgegaan met klachten en kunnen zich herhalende problemen worden blootgelegd.

Verder is het tijd voor een externe ombudsfunctionaris. Deze kan onafhankelijk opereren, zonder het College van Bestuur verantwoording verschuldigd te zijn.

Tekort geschoten

Onze voorstellen zijn enkele ideeën voor structurele verandering. Wij realiseren ons dat er meer ideeën op dit vlak zullen zijn en we willen dat het CvB ruimte vrij zal maken voor medewerkers en studenten om in gesprek te gaan over mogelijkheden voor structurele verbetering – niet alleen voor beleid en veiligheid wat betreft seksueel machtsmisbruik maar op alle sociale fronten.

In verschillende reacties van het bestuur hebben wij nu gelezen dat de veiligheid van studenten een topprioriteit zou zijn. Echter, nergens neemt het College van Bestuur verantwoordelijkheid. Deze sociale veiligheid is duidelijk niet een prioriteit geweest in het verleden. Excuses en verantwoording van het CvB zijn vooralsnog uitgebleven. We willen transparantie over concrete stappen in de toekomst.

Ten slotte benadrukken we dat wij graag zien dat de decaan, het College van Bestuur en de ombudsfunctionaris publiekelijk zouden erkennen dat het huidige systeem niet voldoet. En dat zij de volle verantwoordelijkheid voelen voor het feit dat zij tekort zijn geschoten in hun zorg voor studenten.

Update (17 juni 2020): Dit opiniestuk is geactualiseerd.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.