Beeld besmeurd om oude schandvlek

Italië Een seksuele relatie met een 12-jarig Ethiopisch meisje wordt de befaamde journalist Indro Montanelli nu zwaar aangerekend.

Een medewerker van de Milanese gemeentereiniging spuit het beeld van journalist Indro Montanelli schoon na een bekladding.
Een medewerker van de Milanese gemeentereiniging spuit het beeld van journalist Indro Montanelli schoon na een bekladding. Foto Miguel Medina / AFP

In 2005 zag de burgemeester van Milaan een oude wens in vervulling gaan: er kwam geld voor een standbeeld van Indro Montanelli, een van de befaamdste Italiaanse journalisten, een man met ook veel historische studies op zijn naam. Vier jaar daarvoor was hij op 91-jarige leeftijd overleden. Door en door Milanees, met de faam onkreukbaar te zijn. Twee beroemde incidenten versterkten die faam: in 1977 werd hij in zijn benen geschoten door leden van de linkse terreurgroep Rode Brigades (die hem verweten een lakei van multinationals te zijn) en in 1993 trad hij af als hoofdredacteur van de krant Il Giornale, toen eigendom van mediamagnaat en aspirant-premier Silvio Berlusconi, omdat hij er niets voor voelde naar diens pijpen te dansen.

Burgemeester Albertini, oud-ondernemer, zei dat Montanelli als een vader voor hem was geweest. Albertini leidde een rechtse coalitie, maar het besluit om een standbeeld te bouwen, werd breed gedeeld – al was lang niet iedereen blij met het resultaat, een tweeëneenhalf meter hoog bronzen beeld dat Montanelli weergaf in een stereotype pose: zittend op een stapel kranten, met een typemachine op schoot. Te glimmend, te groot, saai, was de kritiek.

Rotte plekken

Op de golven van de wereldwijde aandacht voor rotte plekken in het verleden is zaterdag dat standbeeld van Montanelli in een park in Milaan met rode verf overgoten. „Racist verkrachter”, hadden leden van de actiegroep Sentinelli op de sokkel geschreven. Want in het verleden van de journalist en historicus zit een omstreden episode uit de jaren dertig waarvan hij nooit afstand heeft genomen.

Lees ook dit opiniestuk: Standbeelden representeren de wereld van de winnaars

Montanelli sympathiseerde in zijn jeugd met het fascisme van dictator Benito Mussolini. In 1935 was hij, zoals veel Italianen, enthousiast over de Italiaanse invasie van Ethiopië, die paste in Mussolini’s koloniale aspiraties. Hij werkte toen al als journalist en besloot als vrijwilliger naar Ethiopië te gaan. Hij kwam, 26 jaar oud, bij een eenheid waarin ook veel ascari zaten, lokale Ethiopische vrijwilligers. Zoals veel kolonialisten destijds ‘regelde’ hij ook een vrouw: een Abessijns meisje van twaalf jaar over wie hij, zoals hij het jaren later omschreef, een soort lease-overeenkomst had gesloten met haar vader. Eens in de twee weken kwam ze bij hem langs om de schone was te brengen en aan zijn seksuele behoeftes te voldoen.

„Neem me niet kwalijk, maar in Afrika is het anders”, zo verdedigde Montanelli zich toen een journaliste met een Ethiopische moeder hem tijdens een tv-programma in 1972 voorhield dat hij volgens de Europese normen een kind zou hebben verkracht – ook in Italië was indertijd seks met een meisje onder de veertien strafbaar, mogelijk de reden dat Montanelli later beweerde dat het meisje veertien was.

In een later artikel schreef hij dat mensen die niet accepteerden dat zoiets toen zo vaak voorkwam dat het niet verwijtbaar is, „imbecielen” zijn.

De affaire laaide vorig jaar op vrouwendag even op toen een groep feministen roze verf over het standbeeld gooide, maar dat veroorzaakte toen relatief weinig beroering. Nu resoneren de internationale protesten tegen racisme ook hard in Milaan. Er is veel meer steun dan in het verleden om het standbeeld van Montanelli weg te halen. „Hij is overschat”, schreef Gad Lerner, een nog levende beroemde journalist, in een reactie op mensen die zeggen dat Montanelli te belangrijk is geweest om te moeten ‘boeten’ voor een fout in zijn jonge jaren.

Lees ook: In België wankelt ‘kolonistenkoning’ Leopold II nu echt op zijn sokkel

'Niemand is zonder smetten'

De huidige burgemeester van Milaan, leider van een linkse coalitie, wil niets weten van suggesties om het standbeeld weg te halen. „Niemand is zonder smetten, ik ook niet”, zei burgemeester Sala.

Ook een prominente historicus als Giordano Bruno Guerri wil dat Montanelli op zijn sokkel blijft. „Als we alle historische personages moeten afschaffen die in hun leven smetten hebben gehad, zou er bijna niemand meer overblijven.”

Ook columnist Beppe Severgnini, die net als Montanelli een lange geschiedenis heeft bij de Corriere della Sera en daar nog steeds voor schrijft, nam het hartstochtelijk op voor Montanelli. „Het standbeeld neerhalen van een dictator kan een gebaar van bevrijding zijn. Het standbeeld weghalen van een vrije journalisten stinkt naar fanatisme.”

De rechtste oppositiepartijen Lega en Fratelli d’Italia proberen hier een politieke zaak van te maken. Aanhangers van Fratelli d'Italia deden zondagmorgen al een eerste poging de verf te verwijderen.

In een poging zijn gedrag te rechtvaardigen heeft Montanelli erop gewezen dat het meisje na zijn vertrek uit Ethiopië is getrouwd met een van zijn Ethiopische adjudanten en het echtpaar hun eerste zoon Indro heeft genoemd. Maar de schandvlek is daarmee niet verdwenen.