Recensie

Recensie Film

Roy Andersson ontwijkt misantropie met vertedering

Arthouse De Zweedse filmmaker Roy Andersson confronteert de kijker in zijn nieuwe film ‘About Endlessness’ met de ene na de andere treurige figuur. En toch is het geen mistroostige film.

In zijn dromen trekt de priester (Martin Serner) in ‘About Endlessness’ als een hedendaagse Jezus met een kruis door de stad.
In zijn dromen trekt de priester (Martin Serner) in ‘About Endlessness’ als een hedendaagse Jezus met een kruis door de stad.

Als in About Endlessness een man zit te huilen in een overvolle bus, ontstaat er een discussie tussen passagiers, iemand vraagt of deze man niet het recht heeft verdrietig te zijn. „Natuurlijk, maar kan hij niet triest zijn thuis?”, roept een ander.

De Zweedse grootmeester Roy Andersson (77) lijkt zelf geen probleem te hebben met het zien van andermans leed, in zijn nieuwe film confronteert hij de kijker opnieuw met de ene na de andere treurige, eenzame en angstige figuur. Maar de Zweed bewijst óók dat het volgen van een straatmuzikant zonder benen of een priester die radeloos zoekt naar God, niet moet leiden tot misantropie. Integendeel zelfs.

About Endlessness ontving afgelopen najaar in Venetië de Zilveren Leeuw voor beste regie en sluit qua stijl aan bij Anderssons laatste films, waaronder het eveneens gelauwerde A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence (2014). Ook tragikomedie About Endlessness bestaat uit op zichzelf staande momentopnames. Er zijn droogkomische sketches, zoals die waarin een psychiater probeert om de zoekende priester de deur uit te werken omdat hij de bus wil halen. Er zijn tragische tableaus, onder meer van een moordenaar die spijt heeft dat hij ‘de familie-eer wilde beschermen’. En er duiken historische momenten op, zo zien we Hitler in de Führerbunker.

Dat het geheel niet enorm mistroostig aanvoelt, komt deels door de knulligheid die Andersson aan de meest treurige momenten meegeeft, deels door de schoonheid waarmee hij knoeiers en verliezers in beeld brengt. Net als in zijn vorige films is iedere scène minutieus vormgegeven en alles opgenomen in zijn studio’s in Stockholm. Ook nu zijn de gestileerde, statische shots geregeld geïnspireerd door schilderijen en bestaat het kleurenpallet vooral uit vale blauw-, grijs- en bruintinten. Maar Andersson ontwijkt misantropie vooral door tussen alle tragedie en gruwel beelden te laten opduiken die in één oogopslag vertederen.

Zoals een vader die knielt in een drassig sportveldje om de veters te strikken van zijn dochter op weg naar een feestje. Het uitzicht is troosteloos en je voelt haast de ijskoude doorweekte knieën van de man, maar uit de handeling spreekt enorm veel tederheid. Als je ervoor openstaat, kun je zien hoe geweldig alles is, zoals een cafébezoeker roept tegen een gedeprimeerde arts in een andere scène.

Anders dan in Anderssons vorige films worden de anekdotes in About Endlessness met elkaar verweven via een voice-over, geïnspireerd door duizend-en-een-nacht. Terugkerende figuren zijn er ook, zoals de radeloze priester. Behalve in een ontmoeting met een psychiater, zien we hoe deze priester in zijn dromen als een hedendaagse Jezus met een kruis op de schouders door de stad trekt en wordt neergetrapt door omstanders. Het is een esthetisch indrukwekkende scène, maar je vraagt je af waarom Andersson juist dit moment langer uitwerkt en het tableau over een eermoord bijvoorbeeld voorbij is voor je het goed doorhebt. Mijmeren over de ‘eindeloosheid’ van het bestaan via een met zijn geloof worstelende christen en artsen die vooral bezig zijn met zichzelf en niet met patiënten, voelt wat veilig en grijpt niet echt naar de keel. Langere, confronterende scènes die je als kijker echt uit balans brengen – zoals er in A Pigeon zitten – zouden zorgen dat het leed, de schoonheid en de absurditeit in About Endlessness misschien nog iets langer blijven hangen.