Zweedse aanpak moordzaak inspireert

DNA-databanken In Zweden werd onlangs een verdachte opgepakt door dna te ‘uploaden’ in een databank. Volgens het NFI een Europese primeur.

Peter Sjölund, specialist genetische genealogie, hielp de Zweedse politie.
Peter Sjölund, specialist genetische genealogie, hielp de Zweedse politie. Foto Mats Andersson/TT

Het gebeurde in de Zweedse stad Linköping, op 19 oktober 2004. De achtjarige Mohammed Ammouri werd onderweg naar school doodgestoken. Een docente die het zag, de 56-jarige Anna-Lena Svensson, probeerde in te grijpen, maar ook zij werd met messteken om het leven gebracht. Een dader werd ruim vijftien jaar lang niet gevonden.

Vorige week was er groot nieuws in het Scandinavische land, de 37-jarige Daniel N. werd opgepakt en bekende de moord op Mohammed. Vooral de manier waarop de politie hem op het spoor kwam spreekt tot de verbeelding: de inzet van particuliere genealogische dna-databanken.

De inzet van particuliere dna-databanken bij cold cases heeft de afgelopen jaren in de Verenigde Staten een enorme vlucht genomen. Tientallen zaken werden ermee opgelost, waaronder die van de Golden State Killer, een van de meest beruchte seriemoordenaars van het land.

Bij die zaken werden dna-databanken van Amerikaanse bedrijven ingezet waarbij het dna-profiel van een mogelijke dader naar hun websites werd geüpload, waarna er verre verwanten worden gevonden. Via intensief stamboomonderzoek kan de dader dan worden gevonden.

Ook in Nederland is er nu interesse om de methode te gebruiken. Minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) schreef in februari in een brief aan de Tweede Kamer dat hij het van belang acht dat wordt uitgezocht of en hoe de methode kan worden gebruikt in Nederland. Er loopt momenteel een verkenning van het ministerie, de politie, het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en het Openbaar Ministerie. Die verkenning richt zich nog niet op vermoorde mensen, maar op het identificeren van onbekende doden die bijvoorbeeld verdronken zijn. Maar nu zijn particuliere dna-databanken in Zweden dus al gebruikt om een doorbraak in een moordzaak te forceren. Dna-deskundige Lex Meulenbroek van het NFI spreekt van „een Europese primeur”.

Zoektocht in stroomversnelling

De moord Mohammed Ammouri en Anna-Lena Svensson had „een gigantische impact” op de Zweedse samenleving, aldus rechercheur Jan Staaf. Hij gaf vijftien jaar leiding aan het onderzoek naar de dubbele moord, een zoektocht die pas begin vorig jaar in een stroomversnelling kwam nadat juristen van de Zweedse politie toestemming gaven in particuliere dna-databanken op zoek te gaan naar verwanten van de onbekende dader om deze vervolgens via stamboomonderzoek te vinden.

Peter Sjölund, specialist op het gebied van genetische genealogie, wist door stamboomonderzoek binnen enkele maanden twee personen aan te wijzen die op basis van het onderzoek mogelijk de daders konden zijn. Sjölund maakte hierbij onder meer gebruik van FamilyTreeDNA, een website waar gebruikers zelf hun dna-profiel kunnen uploaden en toestemming geven voor gebruik hiervan door de politie. Een dna-test van Daniel N. gaf definitief uitsluitsel dat de sporen die na de dubbele moord werden gevonden van hem waren.

De moordzaak was voor de Zweedse politie een proefproject, aldus rechercheur Staaf. Het Zweedse NFI, het Nationellt forensiskt centrum, gaat de aanpak evalueren waarna deze breder kan worden ingezet. „Waarschijnlijk alleen voor de meest ernstige misdaden”, zoals moord en sommige zedenmisdrijven, aldus Staaf. Zweden telt zo’n vijfhonderd onopgeloste moordzaken.

Lees ook over particuliere dna-databanken: Hobby-databanken als nieuwe opsporingsmethode

Bij het Nederlandse NFI hebben ze de ontwikkelingen met veel interesse gevolgd, zegt dna-deskundige Meulenbroek. „Het is interessant om te zien dat de Zweden deze nieuwe methode hebben ingezet bij een van de allergrootste onopgeloste moordzaken in hun geschiedenis.” Dat verschilt van de Nederlandse aanpak: in ons land wordt de verkenning naar de inzet van deze databanken vooralsnog beperkt tot het identificeren van onbekende doden.

Volgens betrokkenen zijn mede vanwege de coronacrisis een aantal zaken die uitgezocht moeten worden in de verkenning afgelopen tijd blijven liggen. Volgens Meulenbroek gaat de verkenning op sommige onderdelen inderdaad wat „langzamer dan gehoopt”, maar is het belangrijk dat er tijd voor wordt genomen. „Maar zo’n ontwikkeling in Zweden geeft wel weer veel energie. Het is opnieuw een bevestiging dat via deze methode belangrijke doorbraken kunnen worden gerealiseerd in onderzoeken van zeer ernstige misdrijven die soms al jarenlang zijn vastgelopen.”