Wanbeheer en de coronacrisis nekken Duits voetbalinstituut FC Kaiserslautern

Duits voetbal Het roemruchte FC Kaiserslautern, een van de oprichters van de Bundesliga, vraagt faillissement aan.

Fans van FC Kaiserslautern in gelukkiger tijden: de club behaalde in 1998 de Duitse landstitel.
Fans van FC Kaiserslautern in gelukkiger tijden: de club behaalde in 1998 de Duitse landstitel. Foto Hollandse Hoogte

Voetballiefhebbers die zich in het pre-internettijdperk op zaterdagavond zes uur voor de televisie nestelden, om via de Duitse sportuitzending Bundesligawedstrijden te bekijken, raakten al opgewonden bij de aankondiging: ‘wir gehen zum Betzenberg’.

Het stadion van FC Kaiserslautern was destijds een arena waar spektakelvoetbal werd gespeeld en, opgestuwd door een bloedfanatieke aanhang, tegenstanders als potentiële prooien werden opgejaagd. Der Betze brennt, was een gevleugelde uitspraak.

Reputaties telden niet. Bayern München werd ooit met 7-4 van de berg verjaagd en Real Madrid werd eens met 5-0 omver geblazen. De toenmalige Real-trainer Vujadin Boskov zei dat hij nooit eerder een dergelijke coulisse had meegemaakt.

Maar dat is geschiedenis. Een monument staat op omvallen. FC Kaiserslautern, afgedaald naar de Derde Liga en belast met een schuld van 24 miljoen euro, heeft maandag het faillissement aangevraagd. Het is momenteel stil am Betzenberg.

Grondlegger Bundesliga

FC Kaiserslautern, kortweg ook wel 1. FCK genoemd, is niet zo maar een club. Het is wat in Duitsland zo treffend een Traditionsverein wordt genoemd. FC Kaiserslautern behoorde in 1963 tot de zestien grondleggers van de Bundesliga, waarin het tot en met 1996 onafgebroken speelde. Wie herinnert zich niet fameuze voetbalnamen als Miroslav Klose, Mario Basler, Andreas Brehme, Michael Ballack, Hans-Peter Briegel of Halil Altintop?

En FC Kaiserslautern is ook de club van Fritz Walter, een Duits voetbalicoon naar wie het stadion am Betzenberg vernoemd is. Hij leidde de trots van het Pfälzer Wald in het naoorlogse West-Duitsland naar twee landstitels (1951 en 1953), waarna der Supertechniker in 1954 voorgoed zijn reputatie vestigde als aanvoerder van het nationale elftal, dat in Bern verrassend wereldkampioen werd door de torenhoge favoriet Hongarije met 3-2 te verslaan. In Duitsland spreekt men nog steeds van het Wunder von Bern. FC Kaiserslautern was met vijf internationals hofleverancier van die West-Duitse ploeg.

Dat succes maakte de inwoners van de nieuwe deelstaat Rheinland-Pfalz trots. De aanwezigheid van die vijf spelers gaf hen voor het eerst een gevoel van saamhorigheid. De regio kon zich identificeren met FC Kaiserslautern.

De eerste tekenen van financiële instabiliteit waren merkbaar in 1996 toen FC Kaiserslautern na een reeks van 33 jaar uit de Bundesliga degradeerde, merkwaardigerwijs in een seizoen waarin wel de DFB-Pokal, de nationale beker, werd gewonnen.

Lees ook: Financiële steun aan het betaald voetbal? De basis is al heel lang wankel

Het sportieve weeffoutje werd binnen een jaar gerepareerd. En hoe. Onder leiding van de succestrainer Otto Rehhagel stoomde FC Kaiserlautern vanuit de tweede Bundesliga rechtstreeks door naar het landskampioenschap, een nooit vertoonde en nimmer herhaalde stunt in Duitsland. Het onaantastbaar geachte Bayern München werd ruw van zijn troon gestoten.

Wanbeheer

Maar na de eeuwwisseling zette het verval door. Twee decennia van wanbeheer, sportieve inschattingsfouten en een interne loopgravenoorlog bracht FC Kaiserslautern via de tweede Bundesliga uiteindelijk in de Derde Liga, waar het bij de uitbraak van de coronacrisis de twaalfde plaats innam, zeven punten verwijderd van een degradatieplaats.

Een positie die allerminst appelleert aan de faam van FC Kaiserslautern, maar wel wordt weerspiegeld in de boekhouding van de club. Directeur Oliver Voigt en Markus Merk, voorzitter van de raad van commissarissen, hebben de laatste maanden amechtig gepoogd tot een deal te komen met de drie grootste schuldeisers. Tevergeefs, want de financiële dienstverlener Quattrex (ongeveer 10 miljoen euro), sportmarketeer Lagardère (ongeveer 2 miljoen) en de Luxemburgse geldschieter Flavio Becca (2,6 miljoen) waren niet bereid tot een kwijtschelding van de verlangde 90 procent. Zij bleken evenmin te willen meewerken aan uitstel van een jaar.

Met de faillissementsaanvraag hoopt de clubleiding een nieuwe start te kunnen maken. Er schijnen geïnteresseerde investeerders klaar te staan, maar alleen onder voorwaarde dat FC Kaiserslautern een volledige sanering doorvoert.

Gevaar degradatie geweken

Voigt en Merk gebruiken tevens het momentum van de coronacrisis, omdat de club geen risico loopt nog dieper te zinken. FC Kaiserslautern ontloopt dankzij een door de bond opgelegde sportieve immuniteit een straf van negen punten aftrek vanwege financieel wanbeheer. Het gevaar van degradatie is daarmee geweken.

De faillissementsaanvraag komt desalniettemin op een voor FC Kaiserslautern pijnlijk moment. De club viert dit jaar zijn 120-jarig bestaan, zou stilstaan bij het honderdste geboortejaar van Fritz Walter, evenals het honderdjarige bestaan van het Fritz-Walter-Stadion (50.000 toeschouwers). Maar er valt in Kaiserlautern weinig te vieren, omdat de bittere actualiteit het rijke verleden overschaduwt.