Brieven

The rolling stones

Geef Darryl Jones eindelijk zijn plek

Foto DARRIN ZAMMIT LUPI/HH

Laatst fietste ik langs de IJssel. Harde tegenwind, wat paste bij mijn gevoelens over de afschuwelijke dood van George Floyd. Om mijn gedachten te verzetten deed ik oordopjes in, ik zette The Rolling Stones op shuffle. Even later zong ik. Ineens hoorde ik bepaalde zinnen pas echt. De teksten waren hun tijd ver vooruit. ‘Doo Doo Doo Doo Doo (Heartbreaker)’ – uit 1972 – begint met: „The police in New York City, they chased a boy right through the park. And in a case of mistaken identity, they put a bullet through his heart. Heart breakers with your .44, I wanna tear your world apart”. Even later: ‘Brown Sugar’, een geweldig nummer uit 1971. Met zinnen als „Brown sugar, how come you taste so good. Brown sugar, just like a black girl should”. Zouden dat soort teksten vandaag de dag nog wel mogen? Mijn gedachten dwaalden verder af. Naar Altamont, de plek waar in the summer of love van 1969 een zwarte jongen door een groep Hells Angels werd vermoord tijdens een optreden van The Stones. Meredith Hunter was zijn naam. Zoals dat gaat als je je gedachten de vrije loop laat, kwam ik op nog een vraag. Waarom kon Darryl Jones, sinds 1992 de opvolger van Bill Wyman, nooit echt lid worden van The Stones? Dat kan niet te maken hebben met zijn huidskleur, daarvoor kennen we de band goed genoeg. Maar het blijft gek. Van oudsher zijn juist de combinatie van de bas en het drummen van Charlie Watts het stevige ritmische fundament waarop The Stones drijft. En wat zou het, in deze verdeelde wereld, mooi zijn als Darryl na 28 jaar trouwe dienst vanaf nu ook neergezet wordt als een van The Rolling Stones. Als hij bij de laatste concerten samen met de vier andere jongens het applaus in ontvangst neemt. Het zou de beste rockband ever alleen maar grootser maken. En tegelijkertijd ook een mooi eerbetoon zijn aan George Floyd, Meredith Hunter en alle andere slachtoffers van racisme.