Opinie

Studentenwelzijn moet leidend zijn voor UvA, niet reputatie

Grensoverschrijdend gedrag

Commentaar

Angst voor reputatieschade. Het is een belangrijke reden dat universiteiten vaak niet adequaat reageren op grensoverschrijdend gedrag, zei Marijke Naezer, die onderzoek deed naar misstanden binnen universiteiten, zaterdag in NRC. Het effect: „De plegers worden beschermd, slachtoffers worden dubbel gestraft.”

Dat gebeurde ook bij de studenten van de prestigieuze masteropleiding Conserveren en Restaureren van de Universiteit van Amsterdam. Het artikel verhaalt over meerdere studenten die tussen 2012 en 2019 melding maken van grensoverschrijdend gedrag van een docent. Een „oude rot in het vak” die zijn invloed misbruikt door jonge vrouwen te kleineren, uit elkaar te spelen of te intimideren met seksueel getinte opmerkingen. Ook raakte hij vrouwen ongewenst aan.

Zorgen die de studenten uiten bij de opleiding, de faculteit en het universiteitsbestuur, leiden niet tot een bevredigende oplossing. De docent wordt een aantal keer aangesproken, maar blijft aan: disciplinaire maatregelen kunnen alleen worden genomen als de studenten een ‘formele’ klacht indienen, horen zij.

En dat willen de vrouwen niet: ze vrezen negatieve gevolgen voor hun carrière in de kleine wereld van de restauratie. Bovendien voelen ze zich weinig serieus genomen: wanneer ze bij decaan Fred Weerman aankloppen, blijken eerdere klachten niet te zijn gedocumenteerd. „Klassiek”, noemt onderzoeker Naezer die reactie. „Zo zien we dat bestuurders slachtoffers soms simpelweg niet geloven, of ze maken er een individueel probleem van: los het zelf maar op.”

Sinds #metoo in 2017 losbrak, werd duidelijk dat vrouwen wereldwijd te maken hebben met (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in ongelijke machtsposities. Ondanks dat besef wordt onaanvaardbaar gedrag van mannen ten aanzien van vrouwen nog vaak genormaliseerd of gedoogd. Ook op universiteiten speelt dat: vorig jaar publiceerde NRC een onderzoek naar dergelijk gedrag van hoogleraar Ronald Beltzer aan de Rechtenfaculteit, ook aan de UvA.

Dat beide gevallen zich aan de UvA afspeelden, kan toeval zijn. Wel moet de UvA het zich aantrekken: studenten zijn immers de kerntaak van een universiteit. Hun (sociale) veiligheid zou de hoogste prioriteit moeten hebben, ook als dat ingaat tegen academische sterren die vaak geld en prestige meebrengen. Bovendien laat de UvA zich bij uitstek voorstaan op zijn progressieve houding in de maatschappij: juist van deze universiteit is daarom te verwachten dat ze vooroplopen bij een cultuurverandering, zoals de omgangsvormen tussen man en vrouw.

In plaats daarvan reageerde de UvA defensief: het artikel zou „onevenwichtig” zijn en te weinig wederhoor bevatten (dat wederhoor besloeg een hele pagina in de krant, meer dan gebruikelijk). Die reactie ontplofte de universiteit in het gezicht: woedende studenten kondigden aan komende vrijdag te demonstreren. Ze eisen dat het „wanbestuur aftreedt” en vinden dat „de reputatie van de universiteit structureel boven het welzijn van de universiteit wordt geplaatst”.

Een landelijk meldpunt voor grensoverschrijdend gedrag, zoals de PvdA nu voorstelt, zal het probleem niet oplossen. Bovendien ontslaat het de UvA niet van de plicht beter voor de eigen studenten te zorgen. De reputatieschade door niet actief op te treden, is uiteindelijk vele malen groter dan de vermeende winst van incidenten klein houden uit lijfsbehoud, zoals nu blijkt. Die waarschuwing geldt evengoed voor andere universiteiten.