Opinie

Pas op voor lange armen met goede bedoelingen

Maxim Februari

Politie in de poëzie: het bestaat. Toenmalig Dichter des Vaderlands Esther Naomi Perquin ging in 2017 op stap met de politie en schreef er gedichten over. In de bundel ‘Lange armen’ lees je over een wereld vol ongelukken, vermiste kinderen, verslaving, geweld. En over de wanhoop van agenten die lijken rond te lopen op een filmset zonder script en zonder tekst – en die niet bij machte zijn mensen en kinderen te redden.

„Hoe lang zijn je armen als het er werkelijk toe doet?/ Iemand zei: wie je niet redt blijft je langer bij/ dan hele rijen op het droge. // Dat zal ook wel zo zijn. Niemand die mij iets verwijt/ en niemand die iets vraagt. Het is je baan.// Maar soms zie ik het water nog. Het vreemde licht./ Dat kinderhandje voor het raam.”

Zelf kom ik beroepsmatig ook wel eens agenten tegen. Tien jaar geleden raakte ik geïnteresseerd in etnisch profileren toen ik nota bene een politievrouw erover hoorde praten in een werkgroep over recht. Ze had aarzelingen bij haar eigen gedrag, zei ze, sinds ze merkte dat ze strenger naar gekleurde jongemannen keek dan naar anderen. Was er voor die strengheid dan geen reden? Nee. Niet als het leidde tot hinderlijk volgen en reageren op elke overtreding bij het voetgangersstoplicht.

Nu staat de politie voor een dilemma. Kort geleden sprak ik erover met ze in De Rode Hoed in Amsterdam. De politie wil burgers binnenstebuiten keren om hen te kunnen redden. Ze wil meer bevoegdheden tot volgen, aftappen, data opvragen, data verzamelen, ze wil surveilleren, observeren, controleren. Kortom, ze staat voor het ethische dilemma dat in het hart ligt van de goede bedoelingen: mensenrechten opheffen om mensen te beschermen. Wat ik daar van vond?

Tja, wat ik daarvan vind. Ik probeer het dilemma serieus te nemen. Ik snap best dat de politie het geweldig goed met ons voor heeft. Veel overheidsgeweld vindt zijn oorsprong in goede bedoelingen. De nekklem en de camera zijn ooit ingevoerd om de straat veiliger te maken. En dat doen ze ook, tenzij ze de straat onveiliger maken. Wie verstandig is en dat ziet gebeuren, verbiedt de nekklem. Verbiedt preventief fouilleren. Stopt met het gebruik van gezichtsherkenningssoftware.

In Amsterdam is dus inderdaad het plan afgeblazen om de politie preventief te laten fouilleren. Want het werkt discriminerend en zo wordt de stad eerder onveiliger dan veiliger. En ja, Amazon en IBM stoppen met de ontwikkeling van gezichtsherkenningssoftware. Die maakt te veel fouten bij mensen met een donkere huidskleur. Althans, IBM stopt met de ontwikkeling ervan. Amazon wil de software een jaar lang niet aan politiediensten beschikbaar stellen.

Alle ogen op de politie. Alle pijlen op racisme. Dat levert in korte tijd beslissingen op om dankbaar voor te zijn. Toch ben ik er niet gerust op, want het dilemma loert vlak onder de oppervlakte. Het euvel zit niet in slechte bedoelingen, in kwaadwil, in de corrupte agenten die ook onvermijdelijk rondlopen, het zit veel dieper. Het zit in de goede bedoelingen.

De politie wil langere armen. Zoals de regering langere armen wil. En de rest van de overheid ook. Om mensen te redden, om het werk te doen waarvoor de organisatie in het leven is geroepen, om goed te doen. In het geval van de politie heb ik nog wel sympathie voor het verlangen naar meer macht, ook al ben ik kritisch. Politieagenten zien, horen en spreken degenen die om hulp vragen. Ze liggen er wakker van. „De meeste dingen slijten maar dit niet. Hoe je ’s nacht, wakker,/ alles overziet. Het huis, de auto. De grootte van het zoekgebied.”

Maar andere ambtenaren zwerven niet bij nacht en ontij door de stad, die springen niet in het kanaal om iemand uit het water te halen. Die hebben wel een script, en tekst, en tijd genoeg om na te denken over het effect van hun beslissingen. Daarom had ik de Dam en het Malieveld heel wat liever zien volstromen uit protest tegen het etnisch profileren door de Belastingdienst. Want ook die dienst wil langere armen, ook die wil opsporen en levens doorzoeken, maar de Belastingdienst heeft geen enkel excuus voor de goede bedoelingen die leiden tot discriminatie, knevelarij, armoede en ontwrichting van levens.

Hetzelfde geldt voor ander overheidsgeweld met opsporingstechnieken. Politiegeweld spreekt tot de verbeelding, maar er ontstaat grootschaliger en sluipender schade door software waarmee discriminatie wordt geautomatiseerd. Waarom moeten Amazon en IBM de stekker trekken uit gezichtsherkenningssoftware? Waarom letten overheden zelf niet op? Waarom komt het kabinet met een noodwet die grondrechten aantast?

De politie maakt zich wel eens zorgen over onze rechten. Nu de rest van de opspoorders nog.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.