Analyse

Leiderschapsstrijd bij het CDA gaat richting een ontknoping

CDA-lijsttrekker Het CDA versnelt de zoektocht naar een lijsttrekker. De partij heeft dringend een vaste koers nodig. Wordt het Wopke Hoekstra, Hugo de Jonge, Mona Keijzer of nog iemand anders?

Mona Keijzer en Wopke Hoekstra tijdens een partijcongres van het CDA.
Mona Keijzer en Wopke Hoekstra tijdens een partijcongres van het CDA. Foto ANP/Vincent Jannink

Het CDA, dat al ruim een jaar ronddobbert als een schip zonder kapitein, wil snel een nieuwe leider aanwijzen. Partijvoorzitter Rutger Ploum heeft de procedure voor het lijsttrekkerschap versneld. Bovendien maakt hij er een echte verkiezing van, zo bleek maandag. Nog voor het zomerreces moet het CDA een nieuwe leider hebben.

Tot volgende week woensdag kunnen kandidaten voor het lijsttrekkerschap zich melden. Twee dagen later, op 26 juni, doet het partijbestuur een voordracht. Het bestuur kan twee dingen doen: het kan één kandidaat naar voren schuiven, of een meervoudige voordracht doen. In het laatste geval zal er een echte strijd ontstaan, met debatten en een campagne. In het eerste geval kunnen zich ook nog tegenkandidaten melden, maar die weg is moeilijk. Kandidaten hebben dan vooraf al de steun nodig van drie provinciale afdelingen, tien gemeentelijke afdelingen of 1 procent van de leden.

Het gaat dus vooral om de vraag of het bestuur één of meer kandidaten voordraagt. De leden kiezen tussen 6 en 9 juli digitaal de lijsttrekker. Het wordt zo georganiseerd, omdat het CDA vanwege de coronacrisis geen verkiezingscongres kan houden waar de aanwezige leden kunnen instemmen met een kandidatuur.

Uit een filmpje waarin Rutger Ploum in een cabrio rondrijdt met een grote witte ‘1’, wordt duidelijk dat het CDA rekening houdt met drie kandidaten. Ploum bezoekt achtereenvolgens het ministerie van Financiën, Volendam en Rotterdam. Dat zijn verwijzingen naar minister Wopke Hoekstra (Financiën), staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken) en minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid). Zij zijn al maanden de meest genoemde kandidaat-lijsttrekkers. Onduidelijk is of zij zich ook gaan kandideren. Hugo de Jonge en Wopke Hoekstra zijn hoofdrolspelers in de coronacrisis geworden. Dat heeft ze bekend gemaakt bij een groter publiek, maar het heeft, zeggen betrokkenen, de afgelopen maanden ook al hun aandacht opgeslokt.

Meer profiel door de coronacrisis

Hugo de Jonge heeft, zo lijkt het, politiek het meest geprofiteerd van de coronacrisis. Hij stond wekelijks naast premier Rutte (VVD) op persconferenties, en kreeg daardoor meer profiel. De steun onder kiezers voor het coronabeleid van het kabinet is nog altijd groot. Maar dat kan veranderen, bijvoorbeeld als de komende maanden blijkt dat er fouten zijn gemaakt door het kabinet.

Wel zei De Jonge in maart dat hij weinig voelt voor een echte lijsttrekkersverkiezing in het CDA. Zo’n strijd „brengt niet het beste naar boven” in een partij, vindt hij. Dus: „Als Wopke Hoekstra de beste is, dan moet hij het doen. Als ik misschien de beste ben, moet ik het doen.” Hoekstra zei hierop dat hij open staat voor een lijsttrekkersverkiezing, mocht hij zich kandideren.

Wopke Hoekstra was lange tijd de grootste favoriet voor het CDA-lijsttrekkerschap. In de top van het CDA vragen sommigen zich alleen wel af of Hoekstra er nog voldoende gemotiveerd voor is. Hoekstra’s reputatie raakte in de coronacrisis internationaal beschadigd door zijn houding ten opzichte van financiële steun aan Zuid-Europese landen. In de internationale pers en bij buitenlandse collega’s kreeg Hoekstra harde kritiek om zijn zuinige houding. Toch, en dat is het goede nieuws voor Hoekstra, blijkt uit een recente peiling van I&O Research dat een grote meerderheid in Nederland zijn beleid steunt.

Wat de inhoudelijke verschillen tussen Hoekstra en De Jonge precies zijn, is lastig te bepalen. Het verschil zit hem meer in de stijl. De Jonge staat onder CDA’ers bekend als toegankelijk en communicatief. Hoekstra staat bekend als afstandelijker.

De Jonge verwijst veel naar de Bijbel en christelijke waarden. Hij verwierp in een lezing vorig jaar het „neoliberale mensbeeld”, maar toonde zich in deze krant streng op het gebied van migratie. Hoekstra profileert zich als rechts-conservatief. Hij is kritisch op de stijgende kosten voor de zorg, en zei in 2019 in de HJ Schoo-lezing dat nieuwkomers „te vaak” niet hun best voor de samenleving doen.

Lees ook: CDA-kroonprinsen Hoekstra en De Jonge voeren campagne per speech

Flirten met rechts-populisme

De nieuwe CDA-lijsttrekker neemt een zware erfenis mee. Het CDA is zoekend naar een identiteit. Onder Sybrand Buma (partijleider tussen 2012 en 2019) zette de partij een rechts-conservatieve koers in. Dat leidde tot rumoer in het van oudsher wat linksere partijkader.

Ook nu het CDA geen leider heeft (fractievoorzitter Pieter Heerma beschouwt zichzelf als tussenpaus), gaat dat debat door. Het CDA ging in Noord-Brabant de samenwerking aan met FVD.

Maar in de partijtop is aan een nieuwe ideologie gewerkt, die sterk lijkt op het CDA-geluid van vóór 2010. In dat jaar stapte het CDA in een gedoogcoalitie met de PVV, en begon de ruk naar rechts pas goed. Een commissie onder leiding van Leonard Geluk presenteerde vorig jaar het discussiestuk Zij aan Zij, dat voorzichtig afstand neemt van de cultureel-conservatieve jaren en het CDA weer presenteert als middenpartij. De verse lijsttrekker van het CDA moet dit geluid gaan vertolken.

Uit een enquête door NRC onder 158 CDA-bestuurders bleek dat er grote reserves bestaan over eventuele samenwerking met rechts-populistische partijen. Uit die peiling bleek ook dat Wopke Hoekstra (32,5 procent) populairder is dan Hugo de Jonge (16,2 procent), maar zijn overmacht is niet erg groot. Ruim de helft van de CDA’ers had geen mening, twijfelde nog tussen deze twee of wilde iemand anders.

Lees meer over deze enquête onder CDA-bestuurders: Geroeptoeter past niet bij het CDA en Baudet past er al helemaal niet