Invoering van minimumtarief voor zzp’ers afgeblazen

Zelfstandigen Hoewel het in het regeerakkoord stond, ziet het kabinet af van een minimumtarief voor zzp’ers. Er was te veel kritiek op zo'n regeling, zowel van zelfstandigen als opdrachtgevers.

Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (D66).
Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (D66). Bart Maat / ANP

Het kabinet ziet af van een minimaal uurtarief voor zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Dat hebben minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) en staatssecretaris Hans Vijlbrief (Financiën, D66) maandag gemeld aan de Tweede Kamer.

Dit voornemen stond in het regeerakkoord, maar stuitte op kritiek van onder meer zelfstandigenorganisaties, vakbonden, werkgevers en de onafhankelijke commissie-Borstlap, die begin dit jaar in opdracht van het kabinet een advies heeft uitgebracht over nieuwe regels rond werken.

Lees ook: 47 adviezen over de arbeidsmarkt - dit zijn de belangrijkste

Koolmees publiceerde in november zijn conceptwetsvoorstel, waarin zzp’ers worden verplicht om een tarief van minimaal 16 euro per uur te hanteren. Dat riep al snel vragen op bij zelfstandigen en opdrachtgevers.

Zo krijgen veel zzp’ers per opdracht betaald en mogen zij vervolgens zelf bepalen hoe lang zij over die klus doen. Zij zouden voortaan op papier aannemelijk moeten maken dat zij het minimumuurtarief verdienen. Wie daarin tekortschiet, zou een boete kunnen krijgen. Ook opdrachtgevers zouden een boete riskeren als zij een laag uurtarief betalen.

Gezamenlijk beklag

Werkgevers en vakbonden deden al snel hun beklag in een gezamenlijke brief aan het kabinet. Het voorstel zou leiden tot een „grote toename van de administratieve lastendruk”, voor zowel zzp’ers als hun opdrachtgevers, vreesden de sociale partners.

In januari kwam daar de harde kritiek van de commissie-Borstlap overheen. Het is „zeer de vraag”, schreef deze commissie in januari, „of een dergelijke bodem in de uurtarieven van zelfstandigen te handhaven is en het beoogde effect zal hebben”.

Dat realiseert ook Koolmees zich nu, schrijft hij in zijn brief aan de Tweede Kamer.

Deze wet had alleen gehandhaafd kunnen worden, schrijft hij, door zzp’ers en ondernemers op te zadelen met zware administratieve verplichtingen. Anders kon „de zelfstandige niet aantonen dat hij het juiste tarief in rekening brengt”.

Aanpak schijnzelfstandigen

Wel gaat het kabinet door met maatregelen die schijnzelfstandigheid moeten aanpakken.

Het inhuren van zzp’ers is vaak aantrekkelijk voor bedrijven: er gelden geen ingewikkelde ontslagregels en je hoeft geen sociale premies te betalen. Maar het is lang niet altijd toegestaan. Sommige soorten werk moeten door een werknemer worden verricht, bijvoorbeeld als diegene weinig vrijheid krijgt om de klus op zijn eigen manier of eigen tijdstip uit te voeren.

Wie zulk werk tóch door een zzp’er laat doen, riskeert naheffingen en boetes van de Belastingdienst. Maar de overheid heeft die regels nog nooit streng gehandhaafd.

Dat wil het kabinet veranderen. Om te beginnen moeten bedrijven binnenkort via een online vragenlijst kunnen ontdekken of zij voor hun opdracht een zelfstandige mogen inhuren. Pas daarna wil het kabinet streng gaan handhaven, aldus Koolmees en Vijlbrief aan de Tweede Kamer. Dat zal in ieder geval niet voor 1 januari zijn.

Gevrijwaard van boetes

In dat online vragenformulier moeten bedrijven die een zzp’er willen inhuren allerlei vragen beantwoorden over het karakter van de opdracht en de werkomstandigheden. Daarna volgt een oordeel: het mag, het mag waarschijnlijk niet, of het online formulier kan geen oordeel geven.

Als het mag, krijgt het bedrijf die conclusie zwart op wit, in een ‘opdrachtgeversverklaring’. Vanaf dat moment is het bedrijf gevrijwaard van boetes. Als de Belastingdienst naderhand concludeert dat de opdracht tóch door een werknemer gedaan moest worden, hoeft het bedrijf geen naheffing of sociale premies te betalen. Tenminste: zolang het formulier naar waarheid is ingevuld en overeenkomt met de praktijk.

Lees ook dit interview met minister Koolmees: ‘Ik kan niet zeggen dat een leraar nooit een zzp’er kan zijn’

Het internetformulier wordt nog verbeterd. Wel wil het kabinet komend najaar een testversie online zetten. Bedrijven kunnen dan alvast nagaan of zij zich aan de regels houden, maar ze kunnen nog geen rechten ontlenen aan de uitkomst.

Een eerdere test met het internetformulier – onder 84 bedrijven die zzp’ers inhuren – leidde in bijna de helft van de gevallen tot de conclusie dat de opdracht waarschijnlijk níét door een zzp’er gedaan mag worden, schrijven Koolmees en Vijlbrief. Bij een kwart was de zzp-opdracht in orde en zou een ‘opdrachtgeversverklaring’ afgegeven kunnen worden. Bij nog eens ruim een kwart kwam het formulier niet tot een oordeel.

‘Zorgwekkend’

Koolmees en Vijlbrief noemen het „zorgwekkend” dat er zo vaak sprake lijkt van schijnzelfstandigheid. Maar strenge handhaving alleen gaat dat niet oplossen, schrijven ze. Er is „allereerst duidelijkheid” nodig, via het internetformulier. Ook is het kabinet de verschillen tussen zelfstandigen – die een beperkt sociaal vangnet hebben – en goedbeschermde werknemers al aan het verkleinen.

Nog voor de zomervakantie komt Koolmees met een voorstel voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers, zoals vorig jaar is afgesproken in het pensioenakkoord met vakbonden en werkgevers.

Verder wordt het belastingvoordeel van zelfstandigen langzaam afgebouwd. Nu nog leidt dat ertoe dat zzp’ers voor bedrijven vaak fors goedkoper kunnen zijn dan werknemers.

Al deze maatregelen hebben één doel, zei Vijlbrief in een toelichting. „Prikkels om zelfstandige te worden terwijl je dat niet bent, kwijtraken.”