‘Ik wil mijn oude café terug’

Horeca Gasten én personeel hebben moeite met de maatregelen. Bezoekers zoeken de grens op, het personeel mist de oude gezelligheid.

Café Hart van Brabant in Den Bosch.
Café Hart van Brabant in Den Bosch. Foto Rob Engelaar / ANP

Acht vragen telt de verplichte checklist voor een reservering in de horeca. Had je last van neusverkoudheid in de afgelopen 24 uur? Hoestklachten? Koorts?

John Prins, eigenaar van restaurant Luden op Het Plein in Den Haag, kijkt ernaar met een dikke frons. „Denk je nou echt dat iemand die lekker een biertje wil drinken ‘ja’ antwoordt op een neusverkoudheid?”

En dan de regel dat je alleen van hetzelfde huishouden aan één tafel mag zitten. „Wat denk je zelf?” Op het terras kijkt Prins geregeld om zich heen en dan ziet hij genoeg gasten, van vrienden tot twee stelletjes of ouders met een bups kinderen, die heus niet samen in één huis wonen. Maar ze zeggen van wel. Natuurlijk. „Maar wie nemen we met z’n allen nou in de maling?”

De veiligheidsregio’s maken zich zorgen over de naleving van coronamaatregelen in de horeca. Gasten zouden volgens het Veiligheidsberaad steeds meer moeite hebben om anderhalve meter afstand te houden. Mensen willen niet – zoals verplicht – blijven zitten. Ze gaan staan, lopen door de zaak. In Maastricht sloot de gemeente café ’t Pötterke zaterdag omdat de eigenaren de anderhalve meter afstand op het terras niet konden handhaven. In het Eindhovens uitgaansgebied Stratumseind sloten cafébazen vorige week vrijwillig de deuren nadat de gemeente waarschuwde hen te beboeten omdat ze vanwege drukte de regels niet konden handhaven.

Twee weken na de heropening van de horeca neemt het draagvlak voor coronaregels in rap tempo af, zegt Koninklijke Horeca Nederland (KHN). In een reactie op het Veiligheidsberaad pleitte de bond maandag voor versoepeling van de regels. Horecaondernemers doen volgens de KHN heus hun best maar lopen vast omdat ze op onbegrip stuiten bij het publiek. „Gasten begrijpen niet waarom de regels in de horeca nog zo streng zijn, terwijl op andere plekken anderhalve meter geen issue meer lijkt te zijn.”

Wijnbar Lefebvre in Utrecht. Foto Dieuwertje Bravenboer

Geen gezelligheid meer

Raymond van ’t Hooft ziet het onbegrip in zijn eigen zaak, restaurant Barça, in de Amsterdamse buurt De Pijp. „De terrassencultuur is: bij mooi weer kom je aanwaaien. Maar dat kan nu niet. En als mensen dan toch een stoeltje aanschuiven en je zegt daar wat van, dan merk je: mensen zijn er klaar mee: ‘Anderhalve meter? Hou op met die bullshit’.” De discussie aangaan is nog lastiger na een paar alcoholische drankjes, als mensen losser worden. „Je wilt niet dat de vlam in de pan slaat.”

„Mensen komen naar de horeca om te ontspannen”, zegt Prins, eigenaar van vier horecazaken. „Ze komen ’s avonds voor een cocktail, een borreltje. Maar als je in de kroeg niet even mag staan, als je een heel intakegesprek moet houden voordat je naar binnen mag, wat is dan nog de ontspanning?”

Lees ook: De ziel van het café zal een knauw krijgen

Het bruine café Vulling in Breda is volgens eigenaar Nanda Koomans haar essentie verloren door de strikte maatregelen. Binnen staan nog drie tafeltjes overeind, een wereld van verschil met de bomvolle kroeg van een paar maanden terug, waar iedereen staand aan de bar met elkaar een drankje deed. „We zijn hier het café niet naar”, verzucht Koomans. „De gezelligheid is eruit gehaald.”

Bang voor een boete is ze niet, want de gemeente heeft veel begrip voor de horecaondernemers, merkt ze. „Zij zien echt dat wij ons stinkende best doen, en snappen dat iedereen onder die parasol duikt als er ineens een stortbui komt.” De gasten zijn daarentegen steeds moeilijker in het gareel te houden, en zijn klaar met alle regeltjes. „Hoe later het wordt, hoe moeilijker het voor ze is om netjes te blijven meewerken. Je spreekt ze erop aan, maar een half uur later zijn ze het weer vergeten. Het zijn net kinderen van vijf wat dat betreft. Je kan wel bezig blijven.”

Café ’t Pötterke in Maastricht. Foto Marcel van Hoorn / ANP

Braafste jongetje van de klas

Wat niet helpt, zegt Van ’t Hooft, is dat het aantal besmettingen afneemt, landen rondom versoepelen, de vliegtuigen straks weer vol zitten en mensen samenkomen om te demonstreren tegen racisme, „terwijl de horeca het braafste jongetje van de klas moet blijven”. In de hele stad ziet hij op terrassen een gedoogcultuur ontstaan. Mensen schuiven her en der een stoeltje bij, ze tasten af: waar ligt de grens?

En, welke horecaondernemer heeft nu nog zin om als een politieagent het terras leeg te jagen? De afgelopen periode was al zwaar genoeg en na de heropening hebben horecaondernemers hun verwachtingen moeten bijstellen. Toeristen en dagjesmensen blijven weg en binnen komen de gasten liever niet, omdat het minder gezellig oogt dan anders, of uit angst voor besmetting.

Lees ook: In deze Europese landen ging de horeca al eerder open. Hoe gaat het daar nu?

Koomans uit Breda vreest zelfs dat ze haar café binnenkort zal moeten sluiten, „omdat de mensen het niet meer leuk vinden”. Haar terras – dat nog de helft van het oorspronkelijke aantal stoelen telt – levert bij mooi weer nog íéts op, maar zodra het donker of koud wordt zijn de inkomsten „gewoon nul” en is er binnen weinig lol te beleven. „We zijn het beu”, verzucht ze. „Mensen willen dit niet meer, wij willen het niet meer. Ik wil gewoon mijn oude café terug.”

Van ’t Hooft kijkt zich elke dag helemaal kapot op de weerberichtsites. „We moeten het vooral hebben van mooi weer, dan zit het terras vol”, merkt ook hij. Maar dat mooie weer bleef de afgelopen weken uit. „Als de ene site regen voorspelt kijk ik op een andere, net zolang totdat de voorspelling beter is.” Want de afgelopen tijd, zegt Prins was lood- en loodzwaar. „Als ondernemer ben je gewend te zoeken naar kansen, maar de afgelopen periode was er nul perspectief. Alsof je met handboeien om in de boksring staat.”