Interview

‘Ik voel de pijn van de onrust in IJmuiden’

Henrik Adam Binnen de Nederlandse tak van Tata Steel vreest men een harde reorganisatie. „Wat het personeel boos maakt, is de onzekerheid”, zegt Henrik Adam, de Europese baas.

Henrik Adam, ceo van Tata Steel Europe.
Henrik Adam, ceo van Tata Steel Europe. Foto Olivier Middendorp

‘Henrik geen grappen, anders krijg je kla...” Bij stakingen horen spandoeken, en laat het maar aan de staalarbeiders van Tata Steel IJmuiden over om hun punt nog net wat sterker te maken. Niet dat je Henrik Adam, directeur van moedermaatschappij Tata Steel Europe, ermee van de wijs krijgt. „Het doet me pijn te zien dat er onrust is onder onze mensen”, zegt hij droogjes, gevraagd naar zijn emotie bij het spandoek.

Henrik Adam (56) is sowieso niet van de wijs te brengen. Ideaal voor zijn functie, aangezien de onrust rondom ‘IJmuiden’ de afgelopen weken snel toeneemt. Nadat de bij het personeel geliefde directeur Theo Henrar half mei plotseling vertrok, kwam sluimerende bezorgdheid onder de werknemers naar boven. Zij vrezen een ‘transformatieplan’ van de Europese directie: de verwachting onder het personeel is dat IJmuiden (9.000 werknemers) op zal draaien voor het merendeel van 1.250 te schrappen banen in Europa. Niet acceptabel, vinden zij, want in tegenstelling tot de Britse tak van Tata Steel Europe is IJmuiden – op vorig jaar na – altijd winstgevend geweest.

De kwestie bereikte inmiddels zelfs de landelijke politiek: in de Tweede Kamer werd een motie aangenomen die het kabinet opriep om eventueel „onconventionele middelen” te gebruiken om ervoor te zorgen dat de Nederlandse staalindustrie kan blijven „innoveren en verduurzamen”.

Als bestuursvoorzitter van Tata Steel Europe (21.000 medewerkers) richt de woede van het personeel zich veelal tegen Adam. Ze zien in hem de figuur die Henrar ontsloeg omdat hij zich verzette tegen de transformatieplannen. De afgelopen weken nam de onrust zozeer toe dat het personeel over ging tot stakingen, waarbij de staalproductie kwam stil te liggen.

Het interview met de in Bloemendaal en Düsseldorf wonende Adam stond eigenlijk gepland op woensdag, maar werd vanwege de staking die dag – de eerste – verplaatst naar vrijdagochtend. Op dat moment blijkt voor de tweede keer gestaakt te worden: het personeel van de verzendafdeling en het onderdelenmagazijn heeft het werk neergelegd. In het uitgestorven kantoorgebouw van het staalcomplex is daar echter niks van te merken.

Wat is er volgens u gebeurd waardoor de situatie zo uit de hand kon lopen?

„Wat het personeel boos maakt is volgens mij de onzekerheid. De staalindustrie verkeert in een lastige situatie: er is overcapaciteit, daar komt nu de coronacrisis bij. Dat maakt mensen onrustig, en daar komen emoties bij naar boven. We moeten samen een gesprek voeren over de gezamenlijke weg vooruit. Voor mij gaat het om de dialoog, ik ben geen confronterende persoonlijkheid.”

Denkt u dat het onverwachtse vertrek van Theo Henrar – waarvan de details nog altijd vaag zijn – goed is voor het creëeren van een dialoog tussen het personeel en de directeur?

„Kijk, ik denk dat u wel zal begrijpen dat ik uiteindelijk niet zoveel kan zeggen over die specifieke situatie. Weet je: it takes two to tango om een bedrijf te leiden, en om bij een bedrijf te vertrekken. Ik heb lang met Theo gewerkt, en de laatste maanden hebben we gesprekken gehad over de two to tango. En uiteindelijk hebben hij en ik een document getekend waarin staat dat hij het bedrijf wil verlaten.”

Dus jullie hadden andere visies op de toekomst?

„Ik kan daar niet over praten. Maar... het besluit dat hij het bedrijf verlaat, was een wederzijdse beslissing.”

Snapt u dat de medewerkers misschien niet geloven dat dit het hele verhaal is?

„Ik snap dat ze dat niet geloven. Maar zoals ik zei, it takes two to tango.”

Henrar en Adam hebben afgesproken, zo zegt hij later in het gesprek, niets over het vertrek naar buiten te brengen. „Dat die onzekerheid een zekere onrust creëert, dat is misschien het geval. Maar daar zou ik mijn beloftes niet voor breken.”

Adam is een man met een lange staalcarrière: hij komt uit Essen, in het Duitse Ruhrgebied, en werkte jarenlang voor ThyssenKrupp voordat hij in 2011 de overstap maakte naar Tata. Hij weet dat hij elk woord in het explosieve dossier moet wegen: af en toe valt de bestuursvoorzitter een paar seconden stil om voorzichtig te formuleren.

Zijn tempo gaat omhoog wanneer hij spreekt over hoe Tata Steel Europe er volgens hem in de toekomst uit moet zien. „De Europese staalindustrie verkeert in crisis.” Om ervoor te zorgen dat „kinderen van kinderen” ook bij Tata Steel kunnen blijven werken, moeten er volgens hem heel wat dingen in de toekomst verbeteren: het bedrijf moet duurzamer produceren, innovatiever zijn en betere producten in de markt zetten. „We willen minder ijzererts en minder cokes gebruiken om evenveel staal te maken. Dan worden we competitiever.”

Het transformatieplan moet dat allemaal bereiken – en is volgens Adam dus veel meer dan een „job killer” of een „cost killer”, zoals de buitenwereld het volgens hem vaak ziet. Het is de bedoeling dat de winst van Tata Steel Europe met zo’n 650 miljoen euro stijgt, en slechts een deel daarvan moet worden bereikt door te besparen op arbeidskosten. Eerdere winsten van de Europese tak van het Indiase concern zijn lastig te achterhalen gezien de complexe manier van rapporteren.

De marktomstandigheden waren in 2019 al slecht, toen ging het om het voornemen om 3.000 banen in Europa te schrappen. In maart communiceerden jullie 1.250 banen. Hoe zit dat?

„Maar we hebben nooit een cijfer genoemd.”

Waar komt die 1.250 dan vandaan?

„Ik heb geen idee. Ik weet vrij zeker dat we nooit een cijfer hebben genoemd.”

De 3.000 in elk geval wel?

„Die is van onze kant ook niet genoemd. We hebben in het transformatieplan een post voor arbeidskosten, meer nog niet.”

Tijdens het gesprek wordt besloten de cijfers later te checken. Het blijkt dat ze toch gecommuniceerd zijn, in een persbericht en in een brief van de directie aan het personeel. Adam laat vervolgens via zijn woordvoerder weten dat hij veronderstelde dat de vragen niet op de Europese activiteiten sloegen, maar op het banenverlies op de vestiging in IJmuiden. Daarvan is het officiële aantal niet bekend. In IJmuiden wordt uitgegaan van 1.000 te schrappen banen.

Volgens Adam moet de lokale, Nederlandse directie het transformatieplan voor de fabriek gaan uitwerken. Sinds het vertrek van Theo Henrar is Hans van den Berg de hoogste man in IJmuiden – op interimbasis, althans. „We praten vaak met elkaar. Hij zit één verdieping onder mij. Ik loop er naartoe, ik bel hem, ik whatsapp. Het is intensief.” Adam benadrukt dat het plan er nog niet is. „Daarom ben ik ook een beetje... verbaasd over de acties.”

Onder het personeel bestaat de angst dat Van den Berg vervangen zal worden door een nieuwe directeur die beter door een deur kan met Adam dan Henrar dat kon. Adam: „Er is daar een governance-proces voor waar we doorheen moeten. Dat kan wel even duren, ik wil daar geen verwachtingen over wekken.”

Het transformatieplan voedt bij sommigen het idee dat Tata de Europese staaltak klaarmaakt voor een verkoop na de mislukte joint venture met ThyssenKrupp.

„Ik hoor die geruchten en ik zie de logica. Maar er zijn nog veel andere logica’s. Onze aandeelhouder wil samen vooruit. Er is sinds de acquisitie in 2007 2,5 miljard geïnvesteerd in IJmuiden. Het zou makkelijk voor Tata zijn geweest om jaren geleden al te gaan verkopen.”

„Maar dat hebben ze niet gedaan, zelfs niet met de financieel moeilijke locaties in het Verenigd Koninkrijk. Want er is een langetermijnstrategie. Ik heb nog nooit eerder een aandeelhouder gezien met zo’n wil om voor de lange termijn te investeren.”

Kunt u zich voorstellen dat het voor IJmuidense werknemers raar klinkt dat ze moeten transformeren, terwijl de Britse fabrieken al jaren verlies draaien?

„Ik denk niet dat het goed is om de twee locaties te vergelijken. Port Talbot in Wales is een totaal andere fabriek.”

Bedoelt u: IJmuiden speelt in een hogere competitie?

„In termen van kostenefficiëntie, zeker. In Port Talbot staan kleinere hoogovens, maar daar moeten evenveel mensen aan werken. Dus de hoeveelheid medewerkers per ton staal is daar hoger.”

Adam benadrukt dat hij toekomst ziet voor béide locaties binnen Tata, niet alleen voor het winstgevende IJmuiden, maar ook voor de Britse vestigingen. Door investeringen en meer samenwerking bij bijvoorbeeld het inkoopbeleid. „Ik geloof dat omvang telt in deze industrie. Twee derde van onze klanten krijgt producten van de Britse én Nederlandse locaties. Wat er precies bij de Britse locaties gaat gebeuren hangt af van de analyse die het lokale management daar maakt.”

Lees ook: Samen tegen de eigenaar, zo werkt dat in IJmuiden

Hoe gaat u de relatie met de Nederlandse medewerkers repareren?

„Ik ga het lokale management steunen waar ik dat kan doen. Door te helpen zoeken naar de juiste oplossing, door toegankelijk te zijn. Te luisteren. En door de belangen van alle stakeholders te balanceren.”

Met medewerking van Joris Kooiman