Een pionier met de wind in de rug

Flessenpost

Vanuit de Verenigde Staten schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: Op Princeton wordt gevierd dat voor het eerst een zwarte student valedictorian is.
Illustratie Eliane Gerrits

Tussen alle protesten tegen het diepgeworteld racisme, in Amerika en over de hele wereld, valt er iets te vieren. Voor het eerst in het 274-jarige bestaan van de universiteit van Princeton was er een zwarte valedictorian. Deze eer van ‘vaarwelzegger’ valt traditioneel te beurt aan de student met de hoogste cijfers. Dit jaar mocht Nicholas Johnson zijn klasgenoten uitluiden tijdens de virtuele afstudeerceremonie. Het was groot nieuws: The New York Times, CNN, felicitaties van senatoren en oud-student Michelle Obama. De bijeenkomst was extra beladen door het coronavirus en de moord op George Floyd.

Racisme lijkt ver weg op deze idyllische campus. Maar het spook van de slavernij schuilt ook tussen de gotische torens. De eerste negen presidenten van de universiteit, wier portretten hangen in het statige hoofdgebouw, waren allen slavenhouders. In een van die fraaie gebouwen werd in 1766 de inboedel van president Samuel Finley geveild, waaronder, volgens de krant, „two negro women, a negro man, and three negro children” samen met paarden, koeien, meubels en een keur aan boeken. Rond 1850 kwam bijna de helft van de studenten uit de slavenhoudende zuidelijke staten. De archieven vermelden de schermutselingen tussen studenten en hun zwarte bedienden. Die laatsten kregen per definitie de schuld en werden gestraft, zo lezen we, „met stokslagen die ze, tot veler tevredenheid, ternauwernood overleefden.” Pas in 1948 studeerde de eerste zwarte studenten af en vandaag de dag vormen ze een minderheid van maar 8 procent. Michelle Obama voelde zich mede daarom nooit echt op haar gemak.

Op de grote dag zitten we rondom een computer in de tuin. Ondanks de afwezigheid van professoren in hun met bont en fluweel versierde toga’s en opgewonden studenten met hun ouders, grootouders en broertjes en zusjes, is de sfeer plechtig. De president, moederziel alleen voor Nassau Hall, spreekt de afwezige Great Class of 2020 toe. „Van jullie worden grootse dingen verwacht.” Ik kijk naar onze zoon en zijn vrienden, zonder cap and gown, in korte broek. Op de achtergrond de trampoline waarop ze eindeloos hebben gesprongen.

Dan is het woord aan Nicholas Johnson. Vanuit zijn ouderlijk huis praat hij over de mooie tijd, zijn professoren en vertelt hoeveel hij geleerd heeft van zijn vrienden. „Hij is niet alleen heel slim, maar vooral ook heel erg grappig”, zegt onze zoon. Ik zie een vrolijke, knappe jongen van 22, zijn gedachten al bij zijn toekomst. Een prima toespraak, maar niet anders dan andere jaren.

Nicholas heeft als eerste zwarte student de top van de top bereikt. Belangrijk om te markeren. Maar het verhaal is altijd ingewikkelder. Hij is Canadees, geboren in Montreal en ging naar een elitaire privéschool. Zijn vader werkt als kaakchirurg in Ottawa en studeerde aan Harvard. Nicholas specialiseerde zich in financiële wiskunde en alle grote bedrijven trekken aan hem. In bijna alle opzichten vertegenwoordigt hij niet het leven van de typische zwarte Amerikaan.

Maar dat kunnen we hèm niet verwijten. Hij is een pionier. Het is geen wonder dat de eerste die over de finish gaat de meeste rugwind heeft gehad.

Reacties naar pdejong@ias.edu