Opinie

Deprimerende waanzin: het voetbal is terug

Dagboek Coronavirus

Het was al toegestaan om de mis weer te vieren en nu is ook de werkelijke religie van Italië uit haar lockdown verlost.

De twee returns van de halve finale van de Coppa Italia zijn gespeeld. Op vrijdagavond eindigde Juventus-Milan, de eerste profvoetbalwedstrijd sinds 95 dagen, in een bloedeloze 0-0. Op zaterdag werd het 1-1 tussen Napoli en Inter. Beide wedstrijden werden gespeeld in lege stadions, zonder publiek. De minimumafstand van een meter werd op het veld niet gehandhaafd. Op grond van de resultaten van de heenwedstrijden in een ander era, in februari, hebben Juventus en Napoli zich gekwalificeerd voor de bekerfinale.

Ook de Italiaanse competitie zal worden uitgespeeld. De financiële belangen zijn te groot om dat niet te doen. Om het programma voor de zomer af te ronden, zal er elke drie dagen een speelronde zijn, met een reëel risico op competitievervalsing. Bij de clubs uit het noorden zijn meer spelers besmet geweest dan bij de zuidelijke clubs. Ze hebben een significantie conditieachterstand. Rijke clubs hebben een grotere selectie en meer mogelijkheden om ex-patiënten te ontzien.

Het is deprimerende waanzin. Het ergste zijn de interviews met afatische multimiljonairs, rolmodellen voor de jeugd, die zich met de arrogantie van eclatante ignorantie beklagen over de gedwongen pauze van drie maanden. Ook voor de quarantaine was voetbal allang verworden tot een imbeciele hoogmis van het grootkapitaal, opium voor het volk waaraan enkelen zich exorbitant konden verrijken, maar nu de protagonisten van deze perverse show na drie maanden in een veranderde wereld als niet te verdelgen kakkerlakken tevoorschijn kruipen om met vanzelfsprekendheid opnieuw een hoofdrol op te eisen in onze levens, valt het des te meer op.

Gaan we het voetbal en zijn miljoenencontracten, na tienduizenden doden en een economische ineenstorting, nu werkelijk als gedachteloze en infantiele consumenten opnieuw belangrijk vinden?

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.