In de moderne stad woedt een oorlog tegen de armen

Zap Voor ‘Na de klap’, een serie over door rampen getroffen gemeenschappen, trok Tom Kleijn naar Londen en sprak hij met slachtoffers en getuigen van de brand in de Grenfell Tower.
Frances Dean kijkt met Tom Kleijn naar de Grenfell Tower in 'Na de klap'.
Frances Dean kijkt met Tom Kleijn naar de Grenfell Tower in 'Na de klap'. Beeld KRO-NCRV

Het was geen gezicht vanaf de fraaie huizen op de heuvel in Kensington, die armemensentoren in de wijk. Kon daar niets aan worden gedaan? Er werden gevelplaten aangebracht om de rot aan het zicht te onttrekken – voor weinig geld, en sommige ondersteboven. Daarmee ging volgens buurtbewoner Piers Thomsen, die eruitziet alsof hij 35 jaar geleden een van The Young Ones was, de ‘brutalistische schoonheid’ van het gebouw verloren.

Was dat het ergste maar geweest. Drie jaar geleden, op 14 juni 2017, werd Grenfell Tower wereldnieuws. Door de extreme brandbaarheid van de gevelplaten breidde een brand zich razendsnel uit: binnen een half uur stond de toren in lichterlaaie, 72 mensen kwamen om. De resten van het gebouw zijn nu ingepakt, maar het steekt nog steeds als een wrange herinnering boven de omgeving uit – en als symbool voor de verwaarlozing van de arme bewoners van de stad. Dit is ons land, aldus een van de buurtbewoners: „Broken, burned Britain.”

Het citaat werd vastgelegd door journalist Tom Kleijn. Voor Na de klap (KRO-NCRV), zijn serie over door rampen getroffen gemeenschappen trok hij naar Londen en sprak hij met slachtoffers en getuigen. Zo vertelt Frances Dean, een kleine sterke man op rode schoenen, hoe hij zijn vriendin aan de telefoon had terwijl hij probeerde het brandende gebouw binnen te gaan waar zij met haar jonge kind binnen zat. Vergeefs. Nog steeds kan hij eindeloos naar de toren staren.

Kleijn slaagt erin tussen de ellende en het onrecht een paar hoopvolle verhalen te vinden, zoals een vrouw die een natuurclub voor kinderen leidt. Ze waren begonnen met fikkie stoken, zodat de kinderen vuur ook weer met popcorn of warme chocolademelk konden associëren. Maar het woord ‘Grenfell’ durft ze niet binnen gehoorafstand van de kinderen uit te spreken.

Op de achtergrond van Kleijns reportage speelt de ongelijkheid in Kensington. Urbane ellende kwam een paar dagen geleden ook scherp naar voren in Push (VPRO), een documentaire van de Zweed Fredrik Gertten. Die heeft een heldere boodschap: in de moderne stad woedt een permanente oorlog tegen de armen. Niet tegen armoede; tegen de armen.

We zien hoe overal ter wereld hetzelfde gebeurt: nieuwe huiseigenaren proberen arme mensen uit hun huizen te krijgen om op de vrijgekomen plaats te investeren: vastgoed dat de verjaagden nooit in hun leven zullen kunnen betalen. De term ‘gentrificatie’ valt een paar keer, maar die ontlokt hoogleraar Saskia Sassen (Columbia University) een schampere lach: „Wás het dat maar!” Het doel is investering, niet huisvesting en met lege gebouwen is het makkelijker ‘spelen’.

Zo ook in Londen, waar 80 procent van het vastgoed dat in handen is van buitenlandse bedrijven leeg staat. We zijn hard op weg naar „the end of the city as we know it”, zegt Leilani Farha, die de wereld rondreist als speciaal rapporteur van de Verenigde Naties voor huisvesting.

Ook die effecten spelen een rol in de nasleep van de Grenfell-ramp. Tom Kleijn sprak Munira Rasoel, een overlevende die na de brand negentien maanden in een hotel moest wonen – er was geen vervangende woonruimte voor haar te vinden in de stad.

Rasoel miste vooral haar keuken; anderhalf jaar afhaalvoedsel eten is de voortzetting van de hel met andere middelen. Uiteindelijk ging ze in de moskee vragen of ze voor haar verjaardag dáár mocht koken. Nu maakt ze daar elke avond eten voor 150 man, wat ook een soort therapie is. „Soms zing ik en bid ik, alsof iemand me hoort. Maar het is alleen ik en het eten.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.