‘Afrekencultuur verlamt politiek’

Oordeel Raad van State De Raad van State oordeelt hard over de dynamiek tussen ministers, ambtenaren en de Kamer. Die pakt te vaak averechts uit.

Minister Ank Bijleveld van Defensie (CDA) en Salima Belhaj D66) tijdens het Tweede Kamerdebat over het beleid van het ministerie van Defensie over transparantie over luchtaanvallen in de strijd tegen IS.
Minister Ank Bijleveld van Defensie (CDA) en Salima Belhaj D66) tijdens het Tweede Kamerdebat over het beleid van het ministerie van Defensie over transparantie over luchtaanvallen in de strijd tegen IS. Foto Bart Maat / ANP

Ministers informeren het parlement steeds slechter over dossiers, vaak uit angst voor politieke complicaties. Maar ook de Tweede Kamer schiet tekort en is soms meer bezig met ‘scoren’ dan met het daadwerkelijk controleren van de macht. Dit stelt de Raad van State in een kritisch en ‘ongevraagd advies’ dat maandagmiddag gedeeld is met minister-president Mark Rutte (VVD), minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66), de Eerste Kamer en de Tweede Kamer.

Volgens de belangrijkste juridische adviseur van de regering ontlopen ministers hun verantwoordelijkheid door incidenten binnen hun departement of lastige politieke dossiers te laten onderzoeken door externe commissies. De verantwoording die ministers moeten afleggen aan beide Kamers is daardoor „vertroebeld”. Het adviesorgaan waarschuwt voor de aantasting van de fundamenten van de parlementaire democratie.

Lees ook: Nederland wordt geregeerd door commissies

Verruwing van het samenspel

De combinatie van angst bij ministeries en scoringsdrift bij de Kamer leidt tot een „afrekencultuur”: een giftige dynamiek die verlammend en contraproductief werkt. In het advies wordt gesproken van een „verruwing van het samenspel tussen Kamerleden, kabinet en ambtenaren”. Doordat in de politiek steeds meer de focus op incidenten en de schuldvraag is komen te liggen, dekken bewindslieden zich vooraf in, door alles schriftelijk vast te leggen. De stortvloed aan informatie sturen ze naar de Kamer met als averechts effect dat Kamerleden het overzicht verliezen. „Het is vaak meer papieren opsturen dan echt antwoorden”, zegt Thom de Graaf, vice-president van het adviesorgaan.

Het is bijna twee jaar geleden dat de Raad van State ongevraagd advies uitbracht. De aanleiding is tweeledig: het adviesorgaan constateerde bij wetsvoorstellen die het ter beoordeling kreeg voorgelegd dat er vaak onduidelijkheid was over de ministeriële verantwoordelijkheid. En ook bij recente kwesties, zoals de luchtaanval in Hawija, de toeslagenaffaire of het ongeluk met de Stint, was onduidelijk wat bewindslieden kon worden aangerekend.

Lees ook: hoe het in de toeslagenaffaire steeds wachten was op de commissie-Donner

De Raad van State sprak met veertig (oud-)ministers, Kamerleden, ambtenaren en wetenschappers. Ambtenaren gaan gebukt onder de „afrekencultuur”. Zij werken vaak met ondoorzichtige archieven en zouden adviezen vaker voor zich houden, uit vrees dat interne discussies met bewindslieden op straat komen. Ambtenaren komen hierdoor „steeds minder” tot zelfstandige, deskundige adviezen en worden ingezet om hun baas „uit de wind te houden”.

In het nauw

De Raad van State maakt zich ook zorgen over de wildgroei aan onderzoekscommissies en zogenaamde zelfstandige bestuursorganen, organisaties die deels zelfstandig opereren, zoals bijvoorbeeld het COA, het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Deze zbo’s voeren sinds de jaren tachtig zelfstandig taken uit voor de overheid, waardoor de minister zijn handen vrij zou hebben. Maar de werkelijkheid is volgens de Raad van State anders: hoewel ministers ‘op afstand’ staan, kunnen ze in geval van problemen bij zulke bestuursorganen in het nauw komen. „Als [het] puntje bij paaltje komt, wordt de minister toch volledig verantwoordelijk gehouden”, aldus het adviesorgaan.

Ministers stellen te snel onderzoekscommissies in. Zo werden in het onderzoek naar politieke sturing door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, onderdeel van het ministerie van Justitie, drie commissies ingesteld. Dit roept „de schijn op” dat verantwoordelijkheid kan worden „opgeschort”. De Graaf: „Het wekt de suggestie dat een minister eronderuit wil kruipen.” En dat lukt doorgaans alleen maar tijdelijk, aldus de Raad van State.