Regio’s verkiezen dure zonne-energie boven wind

Energietransitie Bestuurders hebben liever zonnepanelen dan windmolens, blijkt uit hun plannen. Dat kost Nederland zeker een miljard euro meer.

Windmolens in de Gooijumer- en Zuricherpolder.
Windmolens in de Gooijumer- en Zuricherpolder. Foto Siebe Swart

De kosten van de vergroening van de stroomvoorziening tot 2030 dreigen veel hoger uit te vallen omdat veel regionale bestuurders zonne-energie boven windenergie prefereren. De meerkosten door de dominantie van zon lopen op tot boven een miljard euro. Dat blijkt onder meer uit berekeningen die regionale netbeheerders op verzoek van NRC maakten.

Zonnepanelen zijn in Nederland duurder dan windmolens, en vergen meer van het elektriciteitsnet. Als er zo sterk wordt gekozen voor zon, wordt het ook moeilijk om voor 2030 de benodigde verzwaring van het stroomnet te voltooien. In sommige regio’s is het zelfs onmogelijk.

Sinds vorig jaar overleggen gemeenten, waterschappen en provincies over de toekomstige productie van groene stroom op het Nederlandse vasteland. Vorig jaar zijn vanwege het klimaatakkoord voor 2030 dertig ‘energieregio’s’ gevormd.

De bedoeling is dat daar op regionaal niveau richting wordt gegeven aan de vergroening, met name op het gebied van elektriciteit en warmte. Het gezamenlijke doel is om in 2030 35 terawattuur (TWh) stroom met zon en wind op te wekken, ongeveer 30 procent van het Nederlandse elektriciteitsverbruik.

Lees ook: Windmolenparken? Dan veel liever zonnepanelen

Weerstand van bewoners

De afgelopen maanden hebben bijna alle energieregio’s hun voorlopige plannen openbaar gemaakt. Daaruit blijkt dat zij weinig zin hebben grote nieuwe windparken in te plannen. Dat geldt met name in provincies zoals Drenthe, Flevoland en Groningen waar tot nog toe juist grote windparken zijn neergezet, deels op initiatief van het Rijk. Een deel van die windparken stuitte op soms felle weerstand van bewoners.

Veel regio’s sturen daarom nu eerder aan op de grootschalige aanleg van zonnepanelen, in zonnevelden en op daken. Zonnedaken zijn ook belangrijk in de plannen van stedelijke regio’s. De panelen passen goed op bijvoorbeeld parkeergarages en distributiecentra.

Volgens regionale netbeheerders verschuift daardoor de verhouding tussen wind en zon op het elektriciteitsnet van 40:60 nu naar 20:80 in 2030. Omdat windturbines drie keer zo veel stroom leveren als zonnepanelen (bij hetzelfde geïnstalleerd vermogen), is de nieuwe verhouding veel minder efficiënt. Dat leidt tot hogere kosten, zowel voor de installatie van de panelen als voor de aansluiting op het elektriciteitsnet. Die meerkosten moeten worden gedragen door de samenleving.

Door de hogere kosten is voor zonne-energie enkele malen meer overheidssubsidie nodig dan voor dezelfde hoeveelheid windenergie. De meerkosten daarvan zijn moeilijk in te schatten, omdat de subsidievoorwaarden sterk verschillen per project. Het gaat echter zeker om honderden miljoenen euro’s extra, nu er zo veel zonne-energie voorzien is.

Netbeheerders voorzien ook veel meer kosten, blijkt uit navraag bij de drie grote regionale netbeheerders Enexis, Liander en Stedin. Enexis schat dat het in het komende decennium 300 à 400 miljoen euro méér moet investeren in hoogspanningsstations als de plannen zo sterk op zon blijven leunen. Netbeheerder Liander denkt ten minste aan 270 à 390 miljoen. Stedin, dat ongeveer even groot is als de andere twee, kreeg uit zijn regio’s onvoldoende gegevens om al een inschatting te maken. Daarnaast stijgen door de dominantie van zonne-energie de kosten voor het verzwaren van het hoogspanningsnet, waarvoor netbeheerder Tennet verantwoordelijk is.

„Het gaat niet alleen om kosten, maar ook om haalbaarheid”, aldus directeur netstrategie Han Slootweg van Enexis, dat het net in vooral het noordoosten en zuiden van het land beheert. „Als we heel veel moeten gaan bouwen, wordt het risico ook groter dat het einddoel averij oploopt.”

Weinig oog voor kosten

In meerdere regio’s worden al concrete problemen voorzien. De Zaanstreek, bijvoorbeeld, wil heel veel zon op daken leggen, maar volgens netbeheerder Liander leidt dat plan tot „knelpunten” op transformatorstations en het net. De regio Midden-Holland (een deel van de provincie Zuid-Holland) rekende al voor dat de regio met enkel zon niet zo veel stroom kan produceren als het zou willen.

Directeur Olof van der Gaag van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie denkt dat in de energiestrategieën weinig oog is voor kosten, omdat die minder gevoeld worden in de regio zelf. „Er zijn vier factoren waarop bestuurders gevraagd is hun plannen te toetsen: draagvlak, ruimte, kosten en systeemefficiëntie. De eerste twee zitten erg voorin het hoofd van bestuurders. Maar als er iets mis gaat met kosten of efficiëntie, dan merken ze daar niets van.”

Regionale strategieën pagina E4-5

Correctie 17 juni: de huidige verhouding tussen wind en zon is niet 60:40 zoals eerst vermeld, maar 40:60. Na publicatie meldde het Nationaal Programma RES dat het verkeerde gegevens had verstrekt. De aanpassing heeft geen invloed op genoemde bedragen en op de boodschap van het artikel.