Recensie

Recensie Muziek

Eerste concerten van het Concertgebouworkest zijn onwennig maar heerlijk

Het Concertgebouworkest in een bijna leeg Concertgebouw in Amsterdam, vrijdag. Foto Peter Tollenaar
Het Concertgebouworkest in een bijna leeg Concertgebouw in Amsterdam, vrijdag. Foto Peter Tollenaar

Lege foyers, een looproute en één voor één naar binnen: de eerste concerten van het Concertgebouworkest in het Concertgebouw in Amsterdam hebben niets van een nieuw normaal, meer van een uniek ongewoon – memorabel als je één van de dertig gelukkigen bent die in de Grote Zaal (capaciteit 2000 luisteraars) aanwezig mogen zijn.

Ton Koopman, blokfluitiste Lucie Horsch en een barokprogramma vormden vrijdag de ruggengraat van het tweede livestreamconcert na de versoepeling van 1 juni. Volgende week is er nog ééntje (Tsjaikovski o.l.v. Semyon Bychkov) volgens dit stramien. De concerten staan een week online. Niet langer: een lege zaal en zaalgordijn als akoestische stoplap zijn grote concessies aan het esthetisch ideaal.

De bezoekers zitten op de zijbalkons, opeens kun je horen wat de musici zeggen, welke grapjes ze maken. Als last minute verrassing voor de overige aanwezigen komen ook beschermvrouwe van het orkest koningin Maxima en koning Willem Alexander de zaal binnen. Concertgebouwdirecteur Simon Reinink sluit de geledingen. „Even zwaaien, jongens!”, roept hij joviaal naar het orkest. Altviolist Jeroen Quint zwaait monter terug.

Op het maximaal uitgebouwde podium met bordestrap aan de zaalzijde zit het orkest, drie van de veertig musici dragen een mondkapje. De strijkers vormen een ruim opgezette halve taart (op 1.5 meter), de blazers en slagwerkers twee meter daarachter. Dirigent Ton Koopman zorgt met zijn uitgelaten gestiek dat Händels Music for the Royal Fireworks direct spettert – al klinken de troms en pauken hard. Koopman haalt applaus door breed te lachen en diep te buigen naar de zaal – alleen is die leeg.

Lees ook het interview met Muziekprijs-winnaar Lucie Horsch (20): ‘Taal is een vorm van muziek, niet omgekeerd’

Het is door het extreem swingende en zingende spel van blokfluitiste en Muziekprijs-winnaar Lucie Horsch (o.a. in Vivaldi’s Sopranino concerto) dat je alsnog de omstandigheden vergeet. Ook Bachs Suite nr. 3 BWV 1068 in D is heerlijk: Koopman doet geen concessies, dwingt hoekige versnellingen af en maakt van de ‘Gigue’ een feestje.

Hora est. Het applaus klinkt waterig, hoe hard je ook klapt. Bij het verlaten van de zaal draait koningin Máxima zich nog snel even om een bemoedigend duimpje omhoog te steken naar de musici.

Voorlopig duurt de onwennigheid voort. Volgende week is de dirigentenmasterclass met Iván Fischer (gestreamd, geen publiek). Na de zomer herstart de huidige formule; nu al wordt een alternatieve herfstprogrammering met concerten van één uur (twee per avond) opgetuigd. Maar wat mag dan weer? Hoeveel publiek? Welke changementen? En mag de piano weer gestemd? Ook het orkest koerst in de mist.