Analyse

Beeldbellen over kabeljauw in hoop op een Brexitdoorbraak

Brexit-onderhandelingen Boris Johnson en Ursula von der Leyen pogen de dialoog over samenwerking na de Brexit vlot te trekken.

Brexiteer-vissers in North Shields in het Verenigd Koninkrijk voerden vorig jaar actie voor een harde Brexit.
Brexiteer-vissers in North Shields in het Verenigd Koninkrijk voerden vorig jaar actie voor een harde Brexit. Foto Ian Forsyth/Getty

Een fysieke ontmoeting tussen Boris Johnson en Ursula von der Leyen komt te vroeg, maar hun treffen via videobellen op maandag is daarom niet minder belangrijk. Als de gesprekken tussen de EU en de economisch grootste en strategisch belangrijkste buitenstaander tot een omvangrijk akkoord moeten leiden, moet er iets veranderen. De sfeer tijdens de afgelopen maanden van onderhandelen was slecht. Bij EU-onderhandelaar Michel Barnier kwam stoom uit de oren. Zijn Britse evenknie David Frost werd met de week kribbiger.

Toch is opgeven geen optie. In hun aantekeningen zullen de Britse premier en de voorzitter van de Europese Commissie in ieder geval drie cijfers treffen die aansporen tot een frisse poging nader tot elkaar te komen.

55 procent

Als de verbinding niet hapert en beide kanten hun microfoon aan hebben, zullen Johnson en Von der Leyen praten over kabeljauw, schar en schol. Visserij domineert deze fase van de gesprekken.

Is dat curieus? Ergens wel. Economisch gezien draagt de sector marginaal bij aan de twee economieën. Maar visserij is nauw verbonden met nationale identiteit en dus politiek belangrijk. En beide kanten spraken eerder de intentie uit „hun best” te doen om voor 1 juli een deal te hebben over de verdeling van de Noordzee.

Het Britse deel van de zee is belangrijk voor de Europese sector. Denemarken (38 procent), Nederland (55), Frankrijk (30) en België (45) halen een aanzienlijk deel van hun Noordzeevangst uit Britse wateren, berekende denktank UK in a Changing Europe.

De EU wil daarom dat afspraken over toegang tot elkaars wateren en vangstquota lijken op de afspraken van vóór de Brexit. Quota en rechten worden toegewezen op basis van aanspraak en vangst uit het verleden. Britse vissers komen er in hun ogen dan bekaaid van af. De Britse regering wil dat vangstquota worden gekoppeld aan hoeveel vis zich bevindt in de wateren van een kuststaat.

Aanvankelijk had de EU een slimmigheid ingebouwd in de gesprekken. De visserij-deadline van juli viel tegelijk met de deadline om verlenging van de gesprekken aan te vragen tot na eind dit jaar. Instemmen met een compromis over visserij was dan de prijs die de Britse regering zou moeten betalen om de economische schade van een Brexit zonder handelsakkoord te vermijden. Dat trucje gaat niet door. De Britse minister Michael Gove bevestigde vorige week een publiek geheim: het VK wil geen verlenging.

Lees ook: Voorlopig geen licht aan einde Brexit-tunnel

De EU heeft een andere troef. Een groot deel van de vangst (makreel, langoustines, kabeljauw) van Britse vissers wordt door EU-burgers gegeten. Britse vissers moeten toegang hebben tot de Europese markt om te overleven. Een compromis zal wellicht bestaan uit een ruil: toegang tot Europese consumenten voor toegang tot Britse wateren. Maar nu de deadline van 1 juli geen deadline meer is, kan het tot dit najaar duren voordat een compromis appetijtelijk is.

193 miljard euro

Als Fransman weet Michel Barnier hoe dichtbij het VK is en hoe dichterbij, hoe meer handel. De waarde van de handel in goederen tussen het VK en de EU bedroeg vorig jaar 511 miljard euro, de waarde van de Britse export naar de EU 193 miljard euro. Alleen China en de VS verscheepten meer spullen naar de interne markt.

Juist wegens de geografische nabijheid wil Barnier dat de Britten zich aan dezelfde spelregels houden voor staatssteun, arbeidswetgeving, milieuregels en andere normen. Dit ‘gelijke speelveld’ dient om erop toe te zien dat de Britten niet straks onbeperkte toegang krijgen tot de interne markt, maar wel het mes kunnen zetten in regelgeving om goedkoper te produceren en zo een oneerlijk concurrentievoordeel te behalen.

Het is logisch dat de onderhandelingen over het gelijke speelveld vastzitten. Baas in eigen huis zijn was juist het doel van de Brexit. Johnson zegt bereid te zijn de economische gevolgen te ondervinden.

In aanloop naar het referendum in 2016 beloofden prominente brexiteers dat het VK de interne markt niet wilde verlaten. Toen dat onhoudbaar bleek, beloofden ze dat een deal „frictieloze handel” (geen invoerheffing, geen douanecontroles) zou regelen. Nu erkent de regering-Johnson dat „beperkte invoerheffingen” wel degelijk mogelijk zijn. Dit levert schade op voor Britse bedrijven en onderhandelaars moeten soebatten over de hoogte van de heffingen. Dat vreet tijd en wakkert onzekerheid aan.

20,4 procent

De onderhandelingen die Johnson en Von der Leyen trachten vlot te trekken gaan over samenwerking de komende decennia, maar het hier en nu is ook belangrijk. Door corona kromp de Britse economie in april met 20,4 procent. De OESO voorspelt minstens 11 procent krimp dit jaar. Prognoses voor de EU zijn iets minder slecht.

Johnson en zijn regering verliezen in de peilingen rap het vertrouwen van kiezers. Een Brexit zonder deal zou het beeld van een tandeloze regering alleen maar versterken. Uiteindelijk zal de binnenlandse politieke druk op Johnson bepalen in hoeverre hij geneigd is in de komende maanden tot een akkoord met de EU te komen.

De kans is groot dat de politiek, zowel in de EU als het VK, dit najaar beheerst wordt door de recessie, werkloosheid en faillissementen veroorzaakt door het coronavirus. Bestuurders die bewust kansen om de economie te helpen – zoals een vrijhandelsakkoord – laten lopen, zullen moeite hebben zich te verantwoorden. Een crisis kan dwingend werken. Dat zullen Boris Johnson en Ursula von der Leyen ook beseffen.