Opinie

Slagerserotiek

Tommy Wieringa

Zeldzaam als een veldleeuwerik is het kind dat nog leest. Waar in dit land vind je nog een kind met een boek? Het wil niet meer. Thuis niet en op school niet. Talloos de onderzoeken die het uitwijzen: OESO, Sociaal en Cultureel Planbureau, Onderwijsinspectie – alarmbel, sirene, noodklok. Doof word je ervan en doof houden zich de verantwoordelijke autoriteiten. Een kwart van onze vijftienjarigen laaggeletterd? Geen minister of staatssecretaris die ervoor ter verantwoording wordt geroepen. Gepast zou zijn: 24 uur met Sven Kockelmann in een verhoorkamer. Maar geen haan die ernaar kraait dat nergens in de 37 OESO-landen jongeren zo’n pesthekel aan lezen hebben als in Nederland. Met die weerzin gaat onherroepelijk cultuurgoed, maatschappijbegrip en economisch kapitaal verloren.

Het ligt niet alleen aan de politiek, niet alleen aan de scholen, ook ouders spelen een rol. Beeldscherm aan, kind uit, schijnt in het gemiddelde huishouden het devies. Desastreuze imprint.

Waarom is leesvaardigheid zo belangrijk, vroeg deze week NRC-verslaggever Patricia Veldhuis aan hoogleraar psychologie Gijsbert Stoet. Stoet schreef mee aan een artikel in wetenschapstijdschrift PNAS waarin de afname van het aantal jongens in het hoger onderwijs in verband wordt gebracht met de dalende leesvaardigheid. „Lezen is een fundamentele vaardigheid”, antwoordde hij. „Als je niet goed in rekenen bent, kun je nog wel geschiedenis studeren. Voor lezen geldt dat niet: dat moet je overal voor kunnen, of je nou wiskunde gaat studeren of psychologie.” De oorzaken zijn niet moeilijk te vinden. „We hebben het kinderen de afgelopen jaren ontzettend makkelijk gemaakt om geen boeken te lezen. Er is bezuinigd op bibliotheken, ze werken met iPads in de klas. Boeken zijn minder aantrekkelijk geworden. En dat geldt vooral voor jongens: zij gamen liever. Dat is echt een maatschappelijk probleem.”

Je ziet het niet altijd even goed, hoe een beleidsmaatregel hier leidt tot laaggeletterdheid daar. Gelukkig wordt je soms een inkijkje vergund in de bovenkamer van mensen die het voor het zeggen hebben. In Amsterdam etaleerden twee liberale raadsleden een paar jaar geleden hun opzichtige boekenhekel. VVD-raadslid Rik Torn huiverde bij de wetenschap dat er in zijn stad bibliotheken waren die ‘slechts vijf minuten fietsen bij elkaar vandaan lagen’. Hij popelde om te kijken naar ‘nut, noodzaak en kosten’ van de Amsterdamse bibliotheekfilialen. Zijn mederaadslid en partijgenoot Samira Bouchibti meende dat het bibliotheekwezen in zijn geheel kon worden opgeheven: „Via websites als Marktplaats is de gehele Wereldbibliotheek voor een paar euro per titel te koop en eenmaal gelezen kan hetzelfde boek net zo gemakkelijk weer worden doorverkocht.” Zo zei ze het, zo stond het er. Het moet strategie zijn: zoveel stompzinnigheid rondstrooien dat er geen beginnen aan is om het te weerspreken. Bouchibti is inmiddels iets voor zichzelf gaan doen, Torn zit er nog altijd. Op Amsterdam.nl zet hij zijn droom voor de stad uiteen: „Het mes in de gemeentelijke uitgaven, bijvoorbeeld door te snijden in subsidies.” Slagerserotiek. Je vreest de dag dat zo iemand wordt uitgenodigd om het gat te vullen dat Halbe Zijlstra achterliet.

Hoe het dan wel moet? Door ergens te beginnen. De Volkskrant publiceerde vorige week een oproep van academici, schrijvers en cultuurstichtingen om een leesoffensief te starten. Een gezamenlijke inspanning van schrijvers, theatermakers en lettereninstellingen om de leesvaardigheid van scholieren te herstellen en plezier voor het lezen over te dragen. Want lezen moet je leren. Acquired taste. Op kleine schaal ben ik er een paar jaar geleden alvast mee begonnen. Op de school van mijn dochters las ik voor de coronacrisis met wisselende groepjes leerlingen. Het onderwijzersgeluk was met mij toen op een dag een van hen gegrepen raakte en zijn spreekbeurt hield over het boek dat we samen lazen. Dat het een jongen was, droeg aan de vreugde bij. Hij, die aanvankelijk uitsluitend van gamen zei te houden, was aangeraakt door het boek. Karel de Grote zei het al: „Er moeten scholen worden opgericht om jongens te leren lezen.”

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.