Pensioenhervorming dichterbij dan ooit, maar verzekeraars morren

Pensioenakkoord Na lange onderhandelingen werd minister Koolmees het vrijdag eens met vakbonden en werkgevers over een nieuw pensioensysteem. Maar de vakbondsachterban moet nog akkoord gaan en verzekeraars zijn boos.

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) licht de pensioenafspraken toe, in het bijzijn van vakbonds- en werkgeversvoorzitters.
Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) licht de pensioenafspraken toe, in het bijzijn van vakbonds- en werkgeversvoorzitters. Foto Phil Nijhuis / ANP

Veel kabinetten hebben het geprobeerd, maar nooit kwam iemand zo dichtbij als minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66): de grootste aanpassing van het Nederlandse pensioensysteem, sinds dat in de jaren vijftig bedacht is.

Vrijdag bereikte Koolmees overeenstemming met vakbonden en werkgevers over de laatste knelpunten in de uitwerking van hun vorig jaar juni gesloten pensioenakkoord. Het gaat om grote belangen en veel geld: in de pensioenpotten zit zo’n 1.500 miljard euro. Daarom waren er de afgelopen maanden – net als een jaar geleden – vrijwel dagelijks vergaderingen, een enkele keer tot diep in de nacht, met technisch gepuzzel en felle discussies.

Lees ook: Uitwerking pensioenakkoord afgerond, Koolmees stelt kortingen uit

Nog steeds zijn er onzekerheden: vakbonden en werkgeversorganisaties leggen de afspraken komende week voor aan hun achterban. Binnen de werkgeversorganisaties wordt gemord door de verzekeringsmaatschappijen, die ook pensioenregelingen aanbieden. Zij vinden dat er in de afspraken te weinig rekening met hen is gehouden.

In de vakbeweging is vooral de achterban van de FNV onvoorspelbaar. En het bestuur van vakcentrale VCP klonk vrijdagavond opvallend terughoudend. Vicevoorzitter Gerrit van de Kamp zei nadrukkelijk dat er nog géén definitief akkoord is, omdat de „weging” nog moet plaatsvinden.

Er blijven obstakels

Onduidelijk is ook nog hoe het nieuwe pensioen uitpakt voor verschillende generaties – en in uiteenlopende economische scenario’s. De berekeningen van het Centraal Planbureau stuurt Koolmees waarschijnlijk vrijdag naar de Tweede Kamer. Dat zijn slechts gemiddeldes. Pas over enkele jaren kunnen de ongeveer tweehonderd pensioenfondsen in Nederland hun eigen werknemers en gepensioneerden vertellen hoe de nieuwe regels voor hen zullen uitpakken. Het is de bedoeling dat fondsen tussen 2022 en 2026 overstappen op het nieuwe systeem.

Toch waren de meeste betrokkenen vrijdag blij met de moeizaam bereikte overeenstemming. Werknemers krijgen nu zicht op een persoonlijker pensioen, benadrukte Koolmees, dat ook „beter aansluit bij de moderne arbeidsmarkt”, waar mensen vaker van baan wisselen of besluiten zzp’er te worden.

Hans de Boer van werkgeversorganisatie VNO-NCW benadrukte dat er nu een einde komt aan de al jarenlang oplopende pensioenpremies. „Toen ik me zes jaar geleden met pensioenen ging bezighouden”, zei hij vrijdag, „moest je bij een werkweek van vijf dagen gemiddeld één dag voor je pensioen werken, als je de AOW-premies meetelt. Nu is dat anderhalve dag. Die kosten lopen enorm op. Daar willen we vanaf.”

Geen beloftes meer

De kern van het nieuwe pensioen is dat fondsen niks meer beloven. Nu bouwen werknemers iedere maand een klein stukje van hun toekomstige pensioenuitkering op, een ‘aanspraak’.

Die toekomstbeloftes hebben pensioenfondsen de afgelopen jaren klemgezet. Door de dalende rente moesten zij steeds meer geld oppotten om die beloftes te garanderen. Daardoor zijn de meeste pensioenen al tien jaar niet gecorrigeerd voor de stijgende prijzen in de winkel.

Met de rente moeten pensioenfondsen berekenen hoeveel geld ze nú nodig hebben om al hun toekomstbeloftes na te komen. Een voorbeeld: voor een uitkering van 100 euro die over dertig jaar moet worden uitbetaald, moest een pensioenfonds een jaar geleden 72 euro in kas hebben. Door de gedaalde rente is dat nu 92 euro.

Lees ook: Geld sparen in een pensioenfonds, hoe slim is dat nog?

In het nieuwe systeem mogen pensioenfondsen beleggingswinsten sneller uitdelen, omdat zij geen harde beloftes meer doen over de hoogte van de toekomstige uitkering.

Werknemers zien vooral hoeveel vermogen zij nú hebben opgebouwd, door de premies die zij hebben betaald en het rendement dat daarmee gemaakt is. Hoe hoog de uitkering wordt, wordt alleen nog voorzichtig voorspeld.

Geen buffers meer

Fondsen hoeven ook geen grote financiële reserves meer aan te leggen voor slechte tijden. Daardoor gaan de pensioenen meer schommelen op de golven van de financiële markten.

Het pensioen van jongeren gaat het meest bewegen. Want er is afgesproken dat werknemers tijdens hun loopbaan steeds minder risico gaan lopen. Hoe ouder je wordt, hoe kleiner het deel van het beleggingsresultaat je krijgt: je profiteert wat minder van de winsten én hebt minder last van de verliezen. Zo wordt het pensioen steeds stabieler naarmate de pensioendatum dichterbij komt.

Onduidelijk is nog hoe dit pensioen uitpakt voor verschillende generaties

Door het loslaten van de beloftes klinkt het nieuwe pensioen veel onzekerder. Maar in werkelijkheid is het pensioen allang onzeker geworden. Dat komt doordat pensioenfondsen de afgelopen decennia steeds meer risico zijn gaan nemen met hun beleggingen. Ze zijn meer aandelen gaan kopen en minder veilige staatobligaties, omdat er door de lage rente nog maar weinig geld te verdienen is met obligaties.

Toch is de vraag of mensen die schommeling zullen accepteren, vooral als er langdurig beleggingsverliezen zijn. De afgelopen jaren leidt iedere dreigende pensioenverlaging tot ophef. Daardoor zijn pensioenkortingen de afgelopen tien jaar al talloze keren doorgeschoven. Ook Koolmees kondigde vrijdag aan dat eind dit jaar pensioenkortingen doorgeschoven mogen worden, net als vorig jaar.

Lees ook: Waarom pensioenen korten zo moeilijk is voor politici

Geen subsidie jong naar oud

Minister Koolmees is vooral blij dat de pensioensubsidie van jong naar oud wordt afgeschaft. Nu nog krijgen jongeren voor elke euro van hun premie dezelfde toekomstige pensioenaanspraak als ouderen. Terwijl de euro van een jongere veel meer waard is: die kan langer renderen.

Jongeren betalen dus te veel pensioenpremie en ouderen te weinig. Deze zogeheten doorsneesystematiek werkt prima voor wie altijd bij hetzelfde pensioenfonds blijft. Maar wie op 45-jarige leeftijd zzp’er wordt en het pensioenfonds verlaat, heeft deze subsidie wél betaald en zal die niet meer ontvangen.

In het nieuwe systeem krijgen jongeren méér pensioenvermogen voor hun premie en ouderen minder.

Dat dreigde tot een probleem te leiden. Want in dit nieuwe stelsel zouden vooral veertigers en vijftigers de subsidie gaan mislopen die ze als jongere wél betaald hebben. Hoe worden zij gecompenseerd?

Voor verreweg de meeste pensioenfondsen is het prima te doen om hen te compenseren, staat in het uitwerkingsakkoord van vrijdag, dat in handen is van NRC. „Uit berekeningen van het Centraal Planbureau en dertien pensioenfondsen blijkt dat er (...) in veel gevallen geen nadeel, maar een voordeel is”, schrijven Koolmees, vakbonden en werkgevers.

Zo kan er met de nieuwe verdeelregels naar verwachting meer beleggingswinst gemaakt worden dan nu. Dat komt doordat er straks meer pensioengeld wordt toebedeeld aan jongeren – en dat geld kan langer renderen. Zo valt er geld vrij om veertigers en vijftigers mee te compenseren.

Verzekeraars zijn boos

Veel ingewikkelder is het compenseren van de ruim een miljoen werknemers die een pensioen opbouwen bij een verzekeringsmaatschappij. Zij werken met persoonlijke pensioenpotjes en mogen dus geen pensioengeld gaan verschuiven tussen verschillende deelnemers.

Er leken maar drie mogelijkheden te zijn, die alle drie op bezwaren stuitten. Werkgevers zagen het niet zitten om de pensioenpremie fors te verhogen. Vakbonden weigerden om werknemers minder pensioen te laten opbouwen, voor hetzelfde premiebedrag. En het kabinet weigerde te hulp te schieten met miljarden euro’s.

Daarom krijgen verzekeraars nu een uitzonderingspositie: voor huidige werknemers hoeven zij de regels niet te veranderen, maar voor nieuwe werknemers wel.

Ook dat heeft een groot nadeel: zij moeten straks twee verschillende pensioensystemen naast elkaar in de lucht houden. Dat leidt tot hogere kosten en meer gedoe. Dus reageerden verzekeraars zaterdag kritisch. Middelgrote en kleine bedrijven met zo’n verzekerde pensioenregeling „worden enorm in de problemen gebracht”, zei algemeen directeur Richard Weurding van het Verbond van Verzekeraars, dat is aangesloten bij werkgeversorganisatie VNO-NCW.

Verzekeraars willen volledig uitgezonderd worden van de nieuwe regels, óók voor nieuwe werknemers. Maar dat was politiek niet haalbaar, zei VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer vrijdag al tegen NRC. „Daar hebben we het dan mee te doen. We hebben een compromis moeten sluiten.”

FNV-vicevoorzitter Tuur Elzinga wuift de kritiek van verzekeraars weg. „Zij doen alsof werknemers en werkgevers hier slechter van worden, maar werkgevers en werknemers vinden allebei dat dit de beste oplossing is.”