Opinie

Over ‘institutioneel’ racisme zoekt de krant nog tussen anekdotiek en analyse

De ombudsman

Heeft u de racist in uzelf al ontdekt? Sarah Sluimer riep er deze week toe op, in een veelgelezen opiniestuk. Daarin zet ze zich af tegen alle vrome belijdenissen van witte mensen die om het hardst roepen uiteraard óók tegen racisme te zijn, maar zonder enig pijnlijk zelfonderzoek.

Ik geef toe, ik heb een oneerlijke voorsprong. Na een kritische kanttekening bij het idee dat zwarte mensen het beste door zwarte journalisten kunnen worden geïnterviewd, ontving ik een lange, goed bedoelde pedagogische vermaning van een (witte) lezeres. Waarom ik dacht dit zomaar te kunnen vinden. Het herderlijke schrijven culmineerde in een nauwgezette studie van mijn fotootje: een en al de geprivilegieerde witte man, „in pak maar wel casual”, „zo normaal, zo nonchalant” en ook zo „objectief”.

Kortom, wat zagen we hier? Nu ja, dit: „Het resultaat van vijfhonderd jaar kolonialisme en diepgewortelde superioriteit.”

Tjonge. Nooit gedacht dat een ombudsman nog eens zoveel statuur toegedicht zou krijgen. Eerst een vermelding in het regeerakkoord en nu dit. Mag het op mijn sokkel, nu het nog kan?

Het geeft aan hoe intens, persoonlijk én ad hominem het debat over racisme kan worden. Ik heb er vaker over geschreven, waarbij ik vaststelde – overigens tot afgrijzen van anti-racisten die de krant nog altijd een wit bolwerk vinden – dat NRC in dit dossier als geheel eerder aan de anti-racistische kant zit dan aan die van bagatelliseerders of zelfs ontkenners.

De zaak is nu op scherp gesteld door de politiemoord op George Floyd in de VS, die inmiddels wereldwijde repercussies heeft, ook in Nederland. Racisme is het Vietnam van de millennials – en overigens een bewijs dat de multiculturele samenleving een feit is.

Leidt dat tot een verschuiving in de berichtgeving? Ja, niet alleen bij NRC, ook in andere media gonst het opeens van het ‘institutionele’ racisme. De tijd dat racisme nog vooral werd gezien als ‘een hekel hebben aan buitenlanders’ lijkt definitief voorbij – en dat is analytische winst.

Over het begrip racisme heerst nog altijd spraakverwarring. Aan de ene kant staat het individualistische idee dat het gaat om opvattingen en mentaliteit (uiteraard bij voorkeur die van anderen). Met als extreme versie het kalmerende idee van ‘een paar rotte appels’ in een schone mand. Daar tegenover staat de bij onderzoekers en activisten al veel langer gangbare ‘institutionele’ interpretatie van racisme als ‘vooroordelen plus macht’, een systeem van uitsluiting en onderdrukking.

Die laatste interpretatie vindt nu brede ingang; zelfs premier Rutte nam al ‘systemisch’ in de mond, overigens ogenschijnlijk zonder precies te weten wat hij ermee bedoelde. Dat die bewustwording hier zo laat komt, zal te maken hebben met wat Gloria Wekker ‘witte onschuld’ doopte: de Nederlandse neiging om racisme alleen elders te zien. Niet zo verwonderlijk, want terwijl de VS op eigen grond een slaveneconomie kenden en een huiveringwekkende historie van racistisch geweld, speelde de Nederlandse slavernij zich vooral ver weg af.

Ook van die nieuwe ‘systemische’ benadering bestaat een radicale variant, die de witte of westerse cultuur aanklaagt als unieke bron van alle planetaire kwaad, van anti-zwart racisme en slavernij tot islamofobie en klimaatcrisis. Dat kan zo abstract worden dat het verschil tussen Nederland anno 2020 en het Zuid-Afrika van de Apartheid of Mississippi in de vorige eeuw, wordt gereduceerd tot een kwestie van gradatie: eigenlijk is het ‘hetzelfde’.

Dat lijkt me geen uitgangspunt voor journalistiek die de zaken onderzoekend wil aanpakken.

Hoe doet NRC het? Over de situatie in Amerika bracht de krant een prima stuk van Bas Blokker waarin hij de segregatie blootlegde die in de VS tot op de dag van vandaag doorwerkt. Ook de Volkskrant had zo’n indringende reportage hoe beleid om zwarte inwoners letterlijk uit de buurt van witte te houden, van Minneapolis de op drie na meest gesegregeerde stad van de VS heeft gemaakt. Dat zijn stukken die inzicht geven en waar je wat van opsteekt.

De vele reportages over Nederland, ook in andere media en op televisie, gaan intussen nog vooral om persoonlijke ervaringen. Dat is een noodzakelijke fase, maar je kunt je op den duur een meer analytisch accent voorstellen. Ook in journalistiek onderzoek zijn aan racisme en discriminatie meer dimensies te onderscheiden: een horizontale of ‘alledaagse’ (inclusief repeterende vragen als ‘waar kom je vandaan’), een verticale ‘institutionele’ (bij organisaties en instanties) en een meer expliciet ‘theoretische’ (politiek, media en wetenschap). De VS, met een historie van anti-zwarte Jim Crow-wetten, zouden in elk geval hoog scoren op de institutionele dimensie. Nederland een stuk lager, maar wie weet juist hoog op de alledaagse dimensie (en met de opkomst van boreale partijen ook op de theoretische as). En uiteraard staan die dimensies niet los van elkaar.

Zo’n meervoudige benadering lijkt me uiteindelijk zinvoller dan racisme zien als louter individuele ervaringen of, van de weeromstuit, veel te algemeen als een anoniem gif dat universeel menselijk is of juist in 1492 is ontsnapt uit een pervers laboratorium genaamd ‘de westerse cultuur’.

Hoe gevoelig het verwijt van racisme inmiddels ligt, blijkt uit een recente Correctie: NRC moest een verwijzing naar „Marokkanenverdelgers” aanvullen met de mededeling dat onderzoek bij de Haagse politie „geen bewijs’’ opleverde dat die term was gebruikt.

Nee, dat kan zijn – maar „geen bewijs” betekent natuurlijk nog niet: bewijs van het tegendeel.

Ik mag het zeggen, sinds ik een beetje weet hoe het voelt om te worden geobjectiveerd, als resultaat van 500 jaar kolonialisme.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.