Opinie

Een onbehouwen beeldenstorm slaat ook het debat aan diggelen

Beeldenstorm

Commentaar

Het is hét symbool geworden van de beeldenstorm die nu door de westerse wereld raast: het omverhalen van het standbeeld van Edward Colston in Bristol door antiracismedemonstranten, vorige week. Het beeld werd vervolgens naar de nabijgelegen haven gesleept en verdween in het water. De filantroop Colston bracht in de zeventiende eeuw rijkdom naar de Engelse havenstad. Keerzijde: hij verwierf zijn rijkdom door slavernij.

In de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en België zijn tal van beelden het doelwit van antiracismeactivisten, gericht op historische figuren die een aandeel hebben gehad in het koloniale of slavernijverleden. Zo zijn afgelopen week in de VS meerdere beelden van Christoffel Columbus omvergetrokken of beschadigd. In België moesten monumenten ter ere van koning Leopold II, die Congo meedogenloos als privébezit gebruikte, het ontgelden. De beeldenstorm lijkt voorlopig niet te gaan liggen.

Een onverwachte maar niet geheel verrassende wending van de protesten tegen racisme, naar aanleiding van de dood van de Afro-Amerikaan George Floyd door politiegeweld. Kritiek op de standbeelden klinkt al decennia. Lokale overheden zagen vaak geen dwingende reden om ze te verwijderen, of dachten met een bijsluiter de zaak voorlopig te kunnen laten rusten. Antiracismeactivisten grijpen nu het momentum aan om druk te zetten op autoriteiten.

Lees ook: Beeldenstorm tegen ‘foute’ historische figuren

„De trieste waarheid is dat een aanzienlijk deel van onze welvaart uit de slavenhandel is voortgekomen”, twitterde de Londense burgemeester Sadiq Khan. „Maar dit hoeft niet gevierd te worden in de publieke ruimte.” Het was de aankondiging van het verwijderen van het beeld van Robert Milligan, een achttiende-eeuwse slavenhandelaar, vlak voor het Museum of London Docklands. Tientallen andere Britse standbeelden staat nu hetzelfde lot te wachten.

De beeldenstorm in de VS en Groot-Brittannië zorgt ook voor een flinke bries in Nederland. Vergeleken met de Angelsaksische wereld zijn in Nederland weliswaar veel minder monumenten ter ere van historische ‘helden’ op een voetstuk geplaatst, en ook minder prominent in de openbare ruimte. Dat neemt niet weg dat ook hier omstreden figuren op een sokkel zijn gezet die behoorlijk wat op hun kerfstok hadden, en al geruime tijd op verzet mogen rekenen.

Het meest bekend (en berucht) is Jan Pieterszoon Coen (1587-1629), die ruim 15.000 inwoners van de Molukse Banda-eilanden uitmoordde om het nootmuskaatmonopolie van de VOC af te dwingen. Het optreden van Coen werd zelfs in de hardvochtige 17de eeuw als wreed beschouwd. Zijn standbeeld in Hoorn is daarom al jaren controversieel. Inmiddels is de sokkel voorzien van een begeleidende tekst waarop expliciet de wandaden van Coen worden genoemd. Een ander voorbeeld is Jo van Heutsz (1851-1924), die als gouverneur-generaal in Nederlands-Indië de gewapende opstand in Atjeh bloedig neersloeg. Aanvankelijk een gevierde held, niet veel later juist het gezicht van het koloniale geweld in de Oost.

Maar van andere historische persoonlijkheden is de erfenis ambivalenter. Johan van Oldenbarnevelt, die een standbeeld heeft staan in Den Haag en Rotterdam, wordt beschouwd als een van de grootste staatsmannen in de Nederlandse geschiedenis, maar stond ook aan de basis van de oprichting van de VOC. Piet Hein, met een standbeeld in zijn geboorteplaats Rotterdam-Delfshaven, voer als commandant onder de vlag van de WIC, maar stierf voordat de Nederlandse Republiek een rol begon te spelen in de trans-Atlantische slavenhandel.

In beeld: Omstreden standbeelden naar de vlakte na dood Floyd

Waar ligt de grens? Dat is een wezenlijke vraag als het gaat om het beoordelen van historische figuren. Een onbehouwen beeldenstorm slaat naast monumenten ook alle broodnodige discussie en nuances aan diggelen. Dat laat onverlet dat naarmate de tijd verstrijkt de openbare eerbetonen steeds problematischer worden. De monumenten zijn veelal in de 19de eeuw neergezet, onder meer met de bedoeling een nationaal besef en zelfbeeld te creëren. De geschiedenis als louter vehikel voor nationale trots zonder kritische zelfreflectie is nu hopeloos achterhaald. Bovendien is een standbeeld geen geschiedschrijving. Het eventueel verwijderen van beelden betekent niet dat de geschiedenis wordt toegedekt, zoals sommigen vrezen.

Voor de nazaten van de slachtoffers van slavernij en koloniaal geweld staan de beelden symbool voor een pijnlijke geschiedenis. Die hebben nu ook een stem, een die lang is genegeerd of niet serieus is genomen. Maar dan moet het gesprek wel gevoerd blijven worden, hoe verleidelijk het nu ook is om de gevallen helden versneld naar de schroothoop van de geschiedenis te dragen.