Duurdere zorg plaatst politiek voor dilemma

Gezondheidszorg Sinds de coronacrisis oogst de zorg veel applaus. Maar er is ook het probleem van snel oplopende kosten. Wie durft dat aan de kaak te stellen?

Boven: onder ministers Hugo de Jonge (l) en Martin van Rijn (r) liepen de zorgkosten de laatste tijd flink op. Voorganger Edith Schippers (onder) had hier juist een rem op gezet.
Boven: onder ministers Hugo de Jonge (l) en Martin van Rijn (r) liepen de zorgkosten de laatste tijd flink op. Voorganger Edith Schippers (onder) had hier juist een rem op gezet. Foto’s Bart Maat, Martijn Beekman/ANP

De zorg is ‘kapotbezuinigd’, ziekenhuizen zijn gesloten en tienduizenden zorgmedewerkers op straat gezet. Het was een veelgehoord verwijt aan het kabinet tijdens de vele verhitte Kamerdebatten over de coronacrisis. Vooral PVV en SP uitten forse kritiek op de vermeende kaalslag in de Nederlandse gezondheidszorg, waardoor die bijzonder slecht voorbereid zou zijn op de uitbraak van het coronavirus in maart.

In een factcheck weerlegde NRC al eens de stelling van Geert Wilders dat 75.000 zorgmedewerkers zouden zijn ontslagen. Sinds afgelopen week weten we ook dat de claim niet klopt dat de zorg financieel is uitgekleed.

Het CBS publiceerde donderdag de voorlopige cijfers over de totale zorgkosten in 2019. Dat jaar groeiden de zorguitgaven in het hoogste tempo sinds 2009: met ruim 5 procent tot 106,2 miljard euro. Dat is ruim een derde van de totale overheidsuitgaven en ruim 13 procent van de omvang van de economie.

Ten opzichte van tien jaar geleden, toen het kabinet na de financiële crisis een omvangrijk bezuinigingsprogramma optuigde – eerst Rutte I, daarna Rutte II – liggen de collectieve zorguitgaven ruim 20 miljard hoger.

Het CBS werkt met het begrip ‘zorguitgaven in brede zin’, waarbij ook welzijn en kinderopvang worden meegerekend. Daarvoor gecorrigeerd vertonen de ‘pure’ zorgcijfers vrijwel hetzelfde beeld: 4,8 procent meer dan in 2018. De grootste toename van zorgkosten zit volgens het CBS in de huisartsenzorg (7,1 procent), verpleegzorg (6,9 procent) en thuiszorg (6 procent). Inmiddels werken ruim 1,3 miljoen mensen in de gezondheidszorg, 87.000 méér dan in 2010.

Het nieuwe record wijst op een ontwikkeling die al eerder zichtbaar was: de kosten van de gezondheidszorg stijgen harder dan de economische groei. Het toont ook dat de beteugeling van de zorgkosten die het vorige kabinet bereikte, maar tijdelijk is geweest. De vorige minister van Volksgezondheid, Edith Schippers (VVD), slaagde er in de jaren 2013-2015 in de groei van de zorgkosten af te remmen tot gemiddeld 0,6 procent.

Opnieuw investeren

Aan het eind van de vorige kabinetsperiode, toen het economisch herstel definitief was ingezet, nam de roep om weer in de zorg te investeren toe. Zo legde het oude kabinet nog vast dat er vanaf 2018 ruim 2 miljard euro extra, én structureel, naar de verpleeghuizen ging. Daarnaast leiden andere ontwikkelingen bijna automatisch tot oplopende zorgkosten, zoals stijgende lonen, innovatieve, kostbare behandelmethoden en de vergrijzing van de bevolking.

Het Centraal Planbureau (CPB) en het RIVM waarschuwen al langer voor het probleem dat de zorguitgaven een te grote hap uit de overheidsfinanciën nemen. Daardoor dreigen andere voorzieningen onbetaalbaar te worden. Volgens het CPB zullen de zorgkosten de komende jaren met gemiddeld 2,7 procent blijven toenemen. Het RIVM becijferde al eens dat zonder beleidswijzigingen de totale zorgkosten in 2040 liefst 174 miljard bedragen – dat zal tegen die tijd ruim 16 procent van het bbp zijn.

Hierbij is dan nog geen rekening gehouden met de gevolgen van de huidige coronacrisis. Daardoor zullen, in elk geval tijdelijk, de kosten voor de zorg toenemen. Het kabinet reserveerde voor de eerste drie maanden van deze crisis al ruim 830 miljoen euro, met name voor aanschaf van medische hulpmiddelen (mondkapjes, beschermingsbrillen) en beademingsapparatuur.

Ziekenhuizen vrezen miljarden extra kwijt te zijn door de corona-uitbraak. Dat zit enerzijds in kosten voor het ‘coronaproof’ maken van hun eigen faciliteiten (3 miljard euro) en anderzijds in het mislopen van inkomsten uit stilgelegde of uitgestelde non-coronabehandelingen. Voor de voorziene omzetderving van zo’n 700 miljoen euro per maand zouden zij graag door het Rijk gecompenseerd willen worden.

Een bijzonder lastig dilemma voor de politiek tekent zich af. Hoe zijn de oplopende zorgkosten in de hand te houden, terwijl het belang van de gezondheidszorg en alle mensen die daarin werken zo enorm is toegenomen? De waardering voor het zorgpersoneel zal ongetwijfeld uitmonden in eisen voor extra loon. En wie durft die nu af te wijzen?

Door de coronocrisis verslechteren de overheidsfinanciën intussen in hoog tempo en is de economie in een recessie beland. Economen en beleidsmakers, zoals afgelopen week nog DNB-president Klaas Knot in de Tweede Kamer, pleiten ervoor om niet overhaast de oplopende staatsschuld en het begrotingstekort weg te werken. Maar het probleem rond de uit de hand lopende zorgkosten blijft bestaan. Ook op andere beleidsterreinen is immers geld nodig.

Op enig moment zullen daarom toch hervormingen en besparingen in de gezondheidszorg nodig zijn. Maar welke politieke partij durft, met de Tweede Kamerverkiezingen voor de deur – maart volgend jaar – bezuinigingsvoorstellen of de immer omstreden verhoging van het eigen risico in haar programma op te nemen?

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: De zorg: kosten, beleid en corona

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.