Recensie

Recensie

De omstreden laatste opera van Wagner

Richard Wagner Is Wagners afscheidswerk Parsifal een kleine, maar toch onmiskenbare stap terug na eerdere mirakels? Of is deze opera juist de culminatie en het hoogtepunt van Wagners kunst?

Decorontwerp van Paul von Joukowsky voor de uitvoering van Parsifal in Bayreuth in 1882, dat nu is te zien in het Richard-Wagner-Museum in Bayreuth.
Decorontwerp van Paul von Joukowsky voor de uitvoering van Parsifal in Bayreuth in 1882, dat nu is te zien in het Richard-Wagner-Museum in Bayreuth. Foto DeAgostini/Getty Images

Ook onder de bewonderaars van Richard Wagner is zijn laatste werk Parsifal soms nog steeds omstreden. Is Wagners afscheidswerk een kleine, maar toch onmiskenbare stap terug na de mirakels van Der Ring des Nibelungen, Tristan und Isolde en Die Meistersinger von Nürnberg? Of is Parsifal juist de culminatie en het hoogtepunt van Wagners kunst?

Dat blijft misschien een kwestie van smaak. De bekende Britse conservatieve filosoof Roger Scruton (1944-2020) behoorde evident tot het tweede kamp. Kort voor zijn overlijden in januari voltooide hij zijn beknopte, maar diepgravende beschouwing Wagner’s Parsifal. The Music of Redemption. Eerder schreef Scruton Death Devoted Heart (2004), over Tristan und Isolde, en The Ring of Truth (2016), over Der Ring des Nibelungen.

In Parsifal grijpt Wagner terug op middeleeuwse legenden en sagen. Het werk draait om een gemeenschap van graalridders die waken over twee relieken van het christendom: de speer waarmee Jezus aan het kruis is verwond en de schaal, die de heiland gebruikte bij het laatste avondmaal en waarin later zijn bloed is opgevangen aan het kruis.

Seksualiteit

De hoeders van de graal en de speer zijn vanwege hun zondigheid in de greep gekomen van een diepe spirituele malaise. Alleen de ‘heilige dwaas’ Parsifal kan die opheffen. Daarvoor moet Parsifal eerst de verleidingen van het vlees weerstaan tijdens zijn confrontatie met de gespleten tovenares Kundry en de bevallige bloemenmeisjes, die hem willen verleiden in de tuin van de demonische magiër Klingsor. Parsifal doorstaat de beproevingen, wordt ‘door medelijden wetend’ en herstelt het heilige ritueel van de graal.

Scruton neemt de religieuze dimensie van Parsifal volstrekt serieus. Scrutons analyse draait om ‘het heilige’ in Parsifal en de ‘enorme inspanning’ die nodig is om ‘het heilige tot stand te brengen.’ Hij leunt sterk op de antropologische theorieën over spirituele ‘zuiverheid’ en ‘besmetting’ in de menselijke cultuur van Mary Douglas en de beroemde analyse van de zondebok van René Girard. Het belang van rituelen, thuis zijn in een gemeenschap, de ontwikkeling van een spiritueel-ethische verhouding tot seksualiteit zijn thema’s, die ook uit Scrutons andere werk bekend zijn. Daarmee weet hij een aantal essentiële elementen van Parsifal te benoemen. Maar Scrutons preoccupaties zijn niet per se gelijk aan die van Wagner. Zo speelt de filosofie van Arthur Schopenhauer, die Wagner en daarmee Parsifal diep heeft gevormd, slechts een ondergeschikte rol bij hem. Begrijpelijk, want Schopenhauer was een atheïst, al was hij naar eigen zeggen ‘een atheïst met religieuze sympathieën.’

Onthechting

Schopenhauer, de grote pessimist, beschouwde het leven als een diep tragische aangelegenheid. Al het levende staat in het teken van de wil tot leven en overleven. Daarmee zijn permanente strijd, egoïsme en bloedvergieten onvermijdelijk. De enige manier om – tijdelijk – te ontsnappen is onthechting door middel van contemplatie van diezelfde wil.

Ook het inzicht dat alles – plant, mens en dier – onderdeel is van dezelfde levenswil biedt een tijdelijke ontsnappingsmogelijkheid aan het blinde najagen van de wil. Schopenhauer hechtte daarom grote waarde aan medelijden.

De strijd van allen tegen allen is slechts de verschijningsvorm van wat in werkelijkheid één ondeelbaar geheel vormt; een mystieke eenheid. Twee religies hadden bij Schopenhauer daarom een streepje voor, al geloofde hij niet in God: het christendom en het boeddhisme, omdat die religies zo sterk de nadruk leggen op lijden, onthechting, medelijden en solidariteit.

Dat zijn inzichten die Parsifal diep beïnvloedden. Wagner verklaarde zonder omhaal van woorden dat hij ‘niet geloofde in God, wel in het goddelijke.’ Hij had een grote fascinatie voor de figuur van Jezus, als het hoogste symbool van zelfopoffering en mededogen. Maar of Wagner ook heeft geloofd dat Jezus echt bestond?

Doe-het-zelver

Als hij niet geloofde in een persoonlijke God en niet in een Schepper, kan hij moeilijk hebben geloofd dat Jezus de zoon van God was.

Wie zich sterk verbonden voelt met de tradities en dogma’s van het christelijk geloof kan in Parsifal daarom alleen een hoogst problematisch werk zien. Wagner hield er een zeer persoonlijke vorm van religiositeit op na, afkomstig uit de meest uiteenlopende westerse en oosterse bronnen. Als spirituele doe-het-zelver was hij daarmee bij uitstek ‘modern’, hoezeer hij verder ook tekeer ging tegen het platte materialisme, de uitbuiting van mens en natuur en de commercie van de moderne wereld.

Scruton is te serieus en integer om te willen verhullen dat Wagner er een vanuit conservatief perspectief hoogst eigenaardige vorm van religie op nahield: een christendom zonder schepper, zonder hiernamaals, zonder wederopstanding. De heilsgeschiedenis van Parsifal speelt zich volledig af op aarde. Maar Scruton lijkt er niet erg mee te zitten. Dat roept dan weer de vraag op hoe serieus en letterlijk Scruton zijn eigen geloof nam; hij keerde op latere leeftijd terug in de boezem van de Anglicaanse kerk, die hij vooral koesterde vanwege zijn nationale, typisch Britse eigenschappen.

Drankmisbruik

De expliciet progressieve kant van Wagners wereldbeschouwing valt bij Scruton van tafel. In 1849 had Wagner zij aan zij gestaan met de grote anarchist Bakoenin op de barricaden van Dresden. De revolutie mislukte. Wagner ontdekte Schopenhauer. Toch bleef hij zich ook in zijn latere jaren koesteren in wat hij zijn ‘natuurlijke anarchie’ noemde. Wagner was tot het einde een vurige maatschappijhervormer. Daarbij vestigde hij zijn hoop op verenigingen van vegetariërs, strijders tegen vivisectie en ander dierenleed, de bonden tegen drankmisbruik en de sociaal-democraten. Sporen van Wagners anti-militairisme, vegetarisme en pacifisme zijn in Parsifal niet moeilijk terug te vinden.

Voor Wagner kon de christelijke boodschap alleen voor de hele mensheid gelden. Hij verwierp in zijn laatste levensfase alle goden die zich beperkten tot een specifieke groep, natie of stam. Zulke goden zouden immers de strijd van de blinde wil van allen tegen allen maar verder aanwakkeren. Dat gold voor antisemiet Wagner natuurlijk voor de God van het Joodse volk in het Oude Testament. Maar de boodschap van universele naastenliefde van Christus overtrof voor hem ook die van de heidense Goden, die hij zo monumentaal had geëerd in Der Ring des Nibelungen. Wagners afscheidswerk was gericht aan de hele mensheid. Daar kan weinig twijfel over bestaan.