Wat maakt dat sommige mensen tijdens deze crisis zelfs beter gedijen dan normaal?

Geestelijke gezondheid Lockdown, recessie, anderhalvemetersamenleving: het zijn zaken die invloed hebben op het mentaal welbevinden. Welke gevolgen heeft de crisis?

Nieuwe looproutes voor kinderen op een Franse school.
Nieuwe looproutes voor kinderen op een Franse school. Foto Benoit Tessier/Reuters

Toen de Groningse persoonlijkheidspsycholoog Bertus Jeronimus begin maart zag hoe de dreigende coronacrisis steeds reëler werd, besefte hij: dit is een natuurlijk experiment van wereldformaat. Een kans die je als gedragsonderzoeker hooguit één keer in je loopbaan krijgt. Samen met collega’s van de Rijksuniversiteit Groningen zette hij een grote internationale enquête op over geestelijke gezondheid tijdens de coronacrisis: PsyCorona.

„In de week van 11 maart, toen de Wereldgezondheidsorganisatie de coronacrisis tot pandemie verklaarde, verstuurden we de eerste lijst”, zegt hij. „Inmiddels vullen ruim 50.000 mensen uit meer dan zestig landen de enquête wekelijks in.” Ze geven antwoord op vragen als ‘Hoe gaat u in het algemeen met stressvolle situaties om?’ en ‘Hoe vaak hebt u de afgelopen week uw huis verlaten?’ Zo willen de onderzoekers in kaart brengen hoe mensen zich nu voelen én welke samenhang er is met persoonlijkheidskenmerken als extraversie en vriendelijkheid.

Covid-19, de lockdown, de economische crisis en de anderhalvemetersamenleving hebben stuk voor stuk invloed op ons mentale welbevinden. Maar waar de ene persoon eenzaamheid, angst, slapeloosheid rapporteert, ervaart de ander juist rust, ontspanning, saamhorigheid. Uit een steekproef van het Rotterdamse instituut Ehero (Erasmus Happiness Economics Research Organization) bleek dat bij iets meer dan 65 procent van de ondervraagde mensen het geluksgevoel was gedaald in de eerste weken van de lockdown. Bij 23 procent was het gelijk gebleven en ruim 11 procent was zich juist gelukkiger gaan voelen.

Hoe kan het dat mensen zo verschillend omgaan met deze crisis? Ten dele heeft dat te maken met zaken buiten onze invloedssfeer: alleen wonen, werkloosheid of het verlies van een dierbare. Daarnaast spelen persoonlijkheid en eventuele psychische stoornissen een rol. Jeronimus: „Juist in tijden van crisis zie je dat kwetsbaarheden worden uitvergroot. Iemand die zich al somber voelde, kan sneller in depressie belanden. Iemand met een kort lontje zal eerder agressief gedrag vertonen – uit meerdere onderzoeken blijkt een toename van huiselijk geweld tijdens de coronacrisis. Ook het aantal scheidingen neemt toe, net als bijvoorbeeld drugs- en alcoholgebruik.”

En lift in Colombo, Sri Lanka.
Foto Chamila Karunarathne/EPA

Vijf karaktertrekken

Om grip te krijgen op verschillen tussen mensen, gebruiken onderzoekers diverse modellen. Een internationaal veelgebruikte methode is het vijffactorenmodel. Daarin staan vijf karaktertrekken centraal: extraversie, openheid, vriendelijkheid, consciëntie (‘gewetensvol’ gedrag) en neuroticisme (emotionele instabiliteit). Het zijn glijdende schalen: iemand die laag scoort op de extraversieschaal wordt als introvert gezien, maar iemand in het midden vertoont zowel introvert als extravert gedrag. Die kenmerken liggen niet vast, zegt Jeronimus. „Naarmate we ouder worden scoren we vaak hoger op introversie en lager op neuroticisme. Zo bezien is het niet gek dat uit de eerste resultaten van PsyCorona naar voren komt dat vooral jongeren het moeilijk hebben met de lockdown. Normaal gesproken kunnen ze allerhande prikkels en sociale contacten opzoeken, maar die vallen nu weg. Dat kan stress of somberheid veroorzaken.”

Ook uit onderzoek van Ehero blijkt dat de strikte maatregelen voor extreem extraverte mensen een negatief effect hebben, terwijl die voor introverte mensen juist positief zijn. Toch betekent dat niet dat extraverten nu slechter af zijn, benadrukken de onderzoekers: extreem introverte mensen vertonen nog steeds meer depressieve symptomen dan extreem extraverte mensen. Dat zou onder meer kunnen komen doordat extraverte mensen na een tijdje nieuwe mogelijkheden vinden om hun honger naar sociale contacten te stillen, oppert Indy Wijngaards, een van de onderzoekers.

Iemand met een extraverte persoonlijkheid zal sociaal isolement wellicht sneller ondraaglijk vinden, en geneigd zijn de grenzen op te zoeken of eroverheen te gaan, zegt Jeronimus. „Net zo goed zullen mensen die heel consciëntieus zijn zich makkelijker consequent aan de regels houden. In Italië en Spanje zag je dat mensen daar, net voor de lockdown inging, hun woonplaatsen ontvluchtten en vakantiehuizen aan de kust opzochten. Heel consciëntieus is dat niet.” Een hoge score voor de factor ‘openheid’ zal mensen vooral in staat stellen beter om te gaan met veranderingen en nieuwe regels, doordat ze gewend zijn zich flexibel op te stellen. En iemand die heel vriendelijk is zal zich empathischer opstellen. „Als we beter begrijpen hoe verschillende mensen op verschillende manieren op de crisis reageren, kunnen we beter inschatten waar het punt zit waarop ze zich niet langer aan de maatregelen houden – en met welke boodschap je ze het beste kunt bereiken.”

Depressieve klachten

„Je kunt bij onderzoek naar de mentale gezondheid niet over ‘de populatie’ spreken”, zegt ook Brenda Penninx, hoogleraar psychiatrische epidemiologie bij Amsterdam UMC. „Op verschillende mensen zal de crisis verschillende effecten hebben. Ik heb er daarom moeite mee als mensen zeggen dat de coronacrisis sowieso een nadelige invloed zal hebben op de mentale gezondheid.”

Penninx is met collega’s van het Amsterdam Public Health-onderzoeksinstituut een onderzoek begonnen naar de invloed van Covid-19 op angst en depressie. „We versturen vragenlijsten naar zo’n 3.000 mensen met depressie- en/of angstklachten – bijvoorbeeld een sociale fobie of een obsessief-compulsieve stoornis (OCD) zoals smetvrees – die we al jaren volgen. Het voordeel daarvan is dat we ontzettend veel achtergrondinformatie hebben, waardoor we eventueel ontregeld gedrag goed kunnen zien, omdat we weten hoe de mentale gezondheid van deze mensen was voor de Covid-19-pandemie.”

Wat maakt dat sommige mensen zelfs beter gedijen?

Brenda Penninx hoogleraar

Met de vragenlijst meten Penninx en haar collega’s niet alleen depressieve klachten en angstklachten, maar brengen ze ook het slaapgedrag, eenzaamheid en leefstijl – zoals alcoholgebruik of snackgedrag – van de deelnemers in kaart. „De verwachting is dat de impact van de pandemie op de mentale gezondheid bij de deelnemers sterk uiteenloopt”, benadrukt Penninx. „Naar die variatie zijn we juist benieuwd. Wij willen onderzoeken wat de risicofactoren en omstandigheden zijn voor een toename van stress, een belangrijke risicofactor voor depressie of angst. Maar ook: wat maakt dat sommige mensen veerkrachtig zijn, of zelfs beter gedijen dan normaal? Als we meer inzicht krijgen in verschillende cognitieve strategieën die mensen toepassen, kunnen we daar lering uit trekken voor toekomstige behandelmethodes.”

Foto Merlin Daleman

Natuurlijk is angst in het geval van een opkomende pandemie deels ook gegrond. „Maar de eerste, acute angst is nu weggeëbd, het is afwachten wat de langetermijneffecten zijn. De voorspelling is dat het aantal suïcides toeneemt als gevolg van de lockdown. Dat effect is – in ieder geval in Nederland – gelukkig nog niet zichtbaar, maar mogelijk verandert dat wanneer bijvoorbeeld de sociale en economische gevolgen voor mensen duidelijk voelbaar worden. In Nederland zagen we in eerdere recessies wel een stijging aan suïcides. Daarom is het belangrijk om vooral ook de langetermijneffecten van de pandemie op de mentale gezondheid goed in kaart te brengen.”

Penninx is ook betrokken bij een ander, Europees onderzoek – dat eveneens voor de crisis al begon – waarbij de stemming en het slaap- en bewegingspatroon van 600 mensen wordt gevolgd met hun smartphone, een Fitbit en een gps-tracker. „Daardoor kunnen we kijken hoe stemming, sociale interactie en beweging met elkaar samenhangen.” Het onderzoek wordt gelijktijdig in Nederland, Spanje en Groot-Brittannië uitgevoerd. „Het is interessant om te zien of er de afgelopen maanden verschillen tussen die landen waren, omdat de lockdown er natuurlijk anders is verlopen.”

De onderzoekssetting tijdens de coronacrisis is uniek, zegt Penninx. „Toch is het niet makkelijk om oorzakelijke verbanden direct aan te wijzen, omdat er zoveel factoren tegelijkertijd een rol spelen. Als onderzoeker sta je voor twee uitdagingen: ten eerste is de controlegroep afwezig – iedereen heeft te maken met de crisis – en ten tweede is de onderzoeksopstelling een grote black-box, met heel veel verschillende stressoren… Het is lastig om een specifiek ingrediënt aan te wijzen.”

Supermarkt als stressfactor

De invloed van de coronacrisis op de mentale gezondheid is zo divers dat juist dát de grote gemene deler lijkt de zijn: mensen reageren heel uiteenlopend op de situatie. Dat geldt niet alleen voor onderzoek naar persoonlijkheid en naar angst en depressie, maar ook voor ontwikkelingsstoornissen als autisme. Danna Oomen, Annabel Nijhof en Roeljan Wiersema van onderzoeksgroep Explora (Universiteit Gent) maakten een online vragenlijst gericht op volwassenen met autisme. 839 mensen uit Nederland, België en het Verenigd Koninkrijk deden mee, van wie er 473 een formele klinische diagnose van een autismespectrumstoornis hadden.

„In de enquête vroegen we onder meer hoeveel tijd mensen per dag bezig zijn met het opzoeken van informatie over de coronacrisis, en in hoeverre de crisis hun dagelijkse leven beïnvloedt”, vertelt onderzoeker Annabel Nijhof. „De volwassenen met autisme rapporteerden een grotere toename in angst- en depressieve klachten dan respondenten zonder autisme.” De onderzoekers voegden ook open vragen aan de lijst toe, waarin mensen onder meer konden aangeven of er veranderingen zijn waardoor ze extra stress en angst ervaren. „Wat daarbij opviel, was dat mensen met autisme aangaven dat boodschappen doen een grote stressfactor is. Dat lijkt onverwacht – je zou ook kunnen denken dat de 1,5 meter afstand juist voor meer rust zou zorgen. Maar de routine is weg, de looproutes zijn anders, niet alles is op voorraad. Dat kan voor onrust zorgen.”

Ook de maatregelen omtrent social distancing kunnen de stress verhogen. Nijhof: „Er wordt ten onrechte gedacht dat mensen met autisme geen behoefte hebben aan sociale contacten. Misschien is hun sociale kring wat kleiner, maar als de contacten die ze hebben wegvallen missen ze die wel degelijk.”

Een ander probleem kan ontstaan door het gebruik van mondkapjes. „Veel mensen met autisme hebben een minder natuurlijke neiging om oogcontact te maken. Soms hebben ze zich daarom aangeleerd om non-verbale signalen af te lezen aan de mond: zo zien ze bijvoorbeeld of iemand lacht. Maar als die lach wordt afgedekt door een mondkapje, blijft er wel heel weinig over van het gezicht.”

De onderzoekers vroegen ook naar eventuele positieve gevolgen van de coronacrisis. „Daaruit kwam onder andere naar voren dat veel respondenten met autisme het prettig vinden dat ongevraagd fysiek contact – zoals verjaardagszoenen – nu makkelijker kan worden vermeden. Wel blijft de behoefte aan zelfverkozen fysiek contact uiteraard aanwezig.”

Er zijn natuurlijk ook grote verschillen tussen personen met autisme onderling, benadrukt Nijhof. „We willen in de onderzoeksresultaten in meer detail kijken naar de combinatie van autisme met de leef- en gezinssituatie, met geslacht en met eventuele andere diagnoses – bijvoorbeeld ADHD.”

Hoe iemand de crisis ervaart, zal ook door de tijd heen verschillen, zegt Nijhof. „Veel respondenten met autisme gaven aan dat ze de veranderingen in het begin lastiger vonden. Inmiddels hebben ze zich een nieuwe routine eigen gemaakt, en kan ook juist het wegvallen van maatregelen – en de onzekerheid daarover – tot nieuwe stress leiden.”

Station Montparnassein Parijs.
Foto Thomas Samson/AFP

UIT DE PRAKTIJK:
Femke van de Pas autismeconsulent bij Amarant

„Waarom zit heel Tilburg op het terras en mag ik mijn ouders nog altijd niet zien? Zulke vragen krijgen wij nu van onze cliënten, die autisme en een lichte verstandelijke beperking hebben. De laatste maanden is er regelmatig onrust vanwege alle onduidelijkheden. Mensen met autisme kunnen hyperrealisten zijn met een groot rechtvaardigheidsgevoel, en letten vaak beter op de regels dan mensen zonder autisme. Zij snappen niet waarom ze buiten de supermarkt op hun begeleider moeten wachten terwijl puberende kinderen wél met hun ouders mee naar binnen mogen.

Voor sommige cliënten brengt de lockdown ook rust. Geen transfers naar de dagbesteding, minder ingewikkelde sociale interacties… Maar juist nu we richting een ‘nieuw normaal’ gaan, ontstaat onrust. Die nieuwe situatie vertoont immers veel raakvlakken met de oude, maar opeens mogen er allemaal vertrouwde dingen niet meer. Dat veroorzaakt stress. Een cliënt die zijn ouders nu alleen nog van een afstandje mag zien, zei laatst: ‘Als het zo moet, dan heb ik liever dat ze helemaal niet meer komen.’

Ik heb allerlei mooie initiatieven van cliënten gezien tijdens de coronacrisis, zoals een spandoekenactie. En een cliënt die al maanden naar de Efteling wil, en die de begeleiders binnenkort een keer mee wilden nemen, weigert grootmoedig, want zijn vrienden mogen nog niet. ‘Dan vind ik het zielig voor de rest’, zegt hij.”

Henny Visser behandelaar en onderzoeker bij GGz Centraal

„Mensen met een angst- of dwangstoornis houden zich ontzettend intensief bezig met mogelijkheden. Als dit, dan dat… In hun hoofd spelen zich talloze denkbeeldige gevaren af. We zien bij hen tijdens de coronacrisis verschillende reacties. Allereerst zijn er mensen die zeggen: verrek, nu ervaar ik opeens het verschil tussen een denkbeeldig gevaar en een echt gevaar. Voor hen is dit een aha-erlebnis waardoor ze juist opknappen. Anderen noemen dat ze door hun angst al zo vaak voor hete vuren hebben gestaan dat de coronacrisis voor hen meevalt.

Er zijn ook mensen bij wie de angstklachten juist toenemen. Zij zien de huidige crisis als bevestiging van hun vrees. Maar we horen ook van cliënten dat ze zich eindelijk begrepen voelen. Dat vrienden en familie nu inzien hoe ontwrichtend angst kan zijn. In die zin werkt de crisis destigmatiserend.

Al met al is er geen eenduidig beeld. Sommige cliënten ervaren door de quarantaine een afname van stress en daarmee ook van hun klachten, want angst en dwang zijn vaak stressgerelateerd. Tegelijkertijd kan het wegvallen van routine en het ontbreken van contact ook voor meer stress zorgen. Of dat betekent dat er meer mensen angst- en dwangklachten zullen ontwikkelen, valt te bezien.”