Unilever vertrekt. Is dat erg?

Hoofdkantoren Het vertrek van Unilever uit Rotterdam ligt politiek gevoelig. Maar de nieuwe koplopers en hún hoofdkantoren, zoals Just Eat Takeaway, Adyen en JDE Peet's, blijven onderbelicht.

Unilever House (links) en de Blackfriars Bridge over de Theems in het hart van Londen.
Unilever House (links) en de Blackfriars Bridge over de Theems in het hart van Londen. Foto Simon Dawson/Bloomberg

Wat telt zwaarder? Het vertrek van een ‘half’ hoofdkantoor van een krimpende Brits-Nederlandse multinational als Unilever (van Dove tot de Vegetarische Slager) in Rotterdam? Of het hoofdkantoor van een expansief bedrijf als maaltijdbezorger Just Eat Takeaway (4.400 werknemers, hoofdkantoor in Amsterdam), dat deze week een van de grootste Nederlandse overnames van de laatste jaren in de Verenigde Staten heeft gedaan en een wereldmarktleider wordt?

Over Unilever stuurde minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) een brief aan de Tweede Kamer met een opsomming van wat het concern in Nederland blijft doen. Over die Amerikaanse overname heerste stilte.

Zo verschillend als Just Eat Takeaway en Unilever zijn, zo duidelijk is dat de rationale achter hun acties vergelijkbaar is: een voorsprong nemen. Koploper willen zijn.

Terwijl een deel van het bedrijfsleven (horeca, openbaar vervoer, luchtvaart, toerisme) worstelt om zich aan te passen aan de anderhalvemetersamenleving, zetten bedrijven als Unilever en Just Eat Takeaway juist extra stappen om de omstandigheden naar hun hand te zetten.

Je ziet na drie maanden crisis een tweedeling in de economie ontstaan. Aan de ene kant sectoren die zich (nog moeten) aanpassen, maar daarnaast bedrijven die juist met extra kapitaal, met extra slagkracht, of met een gewaagde overname willen doorstoten.

Je ziet dit zelfs bínnen sectoren die zich nog moeten aanpassen, zoals sportscholen. Beleggers staken deze week nog eens ruim 130 miljoen euro in Basic-Fit. Samen met een deels door de overheid gegarandeerde banklening wil het bedrijf weer groeien op de Europese markt, terwijl kleine lokale concurrenten zich het hoofd breken over hoe ze moeten overleven.

Het is het nieuwe economische strijdtoneel: de koplopers versus de achterblijvers. Een zinnetje in het persbericht van Unilever verwoordt het zo: „Het is duidelijk dat de Covid-19-pandemie omstandigheden schept waarin het van cruciaal belang is dat bedrijven voldoende flexibiliteit en reactiesnelheid hebben.”

Unilever wil namelijk groeien én snoeien, het eindeloze aantrekken en afstoten dat multinationals doen om hun groeitempo en winstmarges te verhogen. Unilever kijkt bijvoorbeeld naar het afstoten van zijn theedivisie. De besteding van de opbrengst daarvan heeft baat bij de omvorming tot één concern.

Nederlaag voor Rutte

Het vertrek van Unilever rakelt ook het debat uit 2018 over de afschaffing van de dividendbelasting weer op. Unilever had last van die belasting en het kabinet-Rutte III wilde met de afschaffing het héle bedrijf plus hoofdkantoor naar Nederland en Rotterdam halen. No way, zeiden Britse beleggers, en Unilever zag ervan af: nederlaag voor premier Mark Rutte (VVD).

Waarom spendeerde Rutte daar toen zoveel politiek kapitaal aan? Het aantrekken van hoofdkantoren van multinationals is een van de pijlers van de Nederlandse economische politiek.

Grotere landen met een grotere thuismarkt helpen hun industrie een handje, zoals Frankrijk en Duitsland. Nederland mist die industriële traditie, maar gebruikt fiscale voordelen, de digitale infrastructuur en zijn fysieke bereikbaarheid via Schiphol en de Rotterdamse haven om hoofdkantoren van buitenlandse bedrijven te trekken. Hoofdkantoren zorgen voor banen. Ze versterken de dienstverlening (van adviseurs tot schoonmakers) en ze trekken weer andere hoofdkantoren aan.

Was premier Rutte deze keer bij het overleg met de Unilever-top betrokken? Het lijkt er niet op. De ministers Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) en Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) kregen donderdag een beleefd briefje: Dear Eric and Wopke, bedankt voor de „constructieve dialoog”. Dit zijn de afspraken die we bekend zullen maken en tot ziens. Was getekend: Nils Andersen en Alan Jope, samen de top van Unilever. De twee Nederlanders die in 2018 nog de top vormden, bestuursvoorzitter Paul Polman en president-commissaris Marijn Dekkers, zijn weg of hebben die functie niet meer.

Lees ook deze achtergrond: Den Haag blijft bedremmeld achter na ontknoping hoofdkantoorsoap Unilever

Troostprijzen

En Nederland nu dan? Unilever en het kabinet geven een overzicht van wat hetzelfde blijft. Nederland krijgt als troostprijs de belofte van de versterking van het hoofdkantoor van de voedingsdivisie, dat in Rotterdam blijft. Verder belooft het concern niet te tornen aan het vorig jaar geopende onderzoekslaboratorium in Wageningen. Maar dat lab was op zijn beurt al een afslanking en samenvoeging van een Nederlandse en een Engelse onderzoeksafdeling.

Juist de verzekering dat er verder niks verandert, maakt duidelijk dat het ook slechter had kunnen uitvallen. De teleurstelling van Wiebes en Hoekstra over het vertrek van het ‘halve’ Unilever-hoofdkantoor is, gezien de historie en het ontstaan van de Brits-Nederlandse combinatie begrijpelijk, maar ook mosterd na de maaltijd. Unilever was al half weg.

Daar komen hoofdkantoren met groeipotentie voor in de plaats. Zoals betaaldienst Adyen (1.350 medewerkers) en koffie- en theeverkoper JDE Peet’s (21.255 werknemers), dat vorige week naar de Amsterdamse beurs ging.

En ook zoals dat van Just Eat Takeaway, een Nederlands bedrijf waar oprichter, tevens grootaandeelhouder (15 procent) Jitse Groen nog steeds de leiding heeft.

Versneller van groei

Voor Just Eat Takeaway werkte de coronacrisis als een versneller van de groei. De afgrendeling van het maatschappelijk leven, de sluiting van de horeca en het massale thuiswerken in zijn belangrijkste markten (Engeland, Nederland, Duitsland) maakte maaltijdbezorgen tot winnende activiteit.

In april en mei boekte zijn bezorgdienst 41 procent meer bestellingen dan in de vergelijkbare maanden van 2019. Groen wist in het beurstumult in april met twee transacties voor 700 miljoen euro extra kapitaal te verwerven bij gretige beleggers. De overname à 7,3 miljard dollar (6,4 miljard euro) van Grubhub maakt zijn bedrijf nummer één buiten China.

De groeicijfers van Thuisbezorgd zijn om van te watertanden. Van elf bestellingen in Groens eerste maand met Thuisbezorgd in 2000, tot 593 miljoen bestellingen in 2019 (inclusief Grubhub).

De reactie van Wiebes en Hoekstra op het vertrek van Unilever illustreert dat de overheid in de crisis, wellicht noodgedwongen, in de verdediging zit. Zie de 2 tot 4 miljard euro kostende redding (en bescherming) van KLM. In de visie van het kabinet is dit ook broodnodig om samen met Schiphol de bereikbaarheid te garanderen en dus het hoofdkantorenbeleid levensvatbaar te houden.

De vertrouwde namen, zoals Unilever en KLM, hebben naast hun hoofdkantoren ook fabrieken en activiteiten waar duizenden mensen werken. Adyen en Just Eat takeaway zijn wel koplopers, maar niet de banenmotors uit de vroegere industrie.

De meest prikkelende toezegging die het kabinet van Unilever heeft gekregen is dat Nederland hét land van vestiging wordt als Unilever zijn voedingsdivisie op eigen benen zet. Loopt het concern daarmee vooruit op een verdere inkrimping? Het is nu geen concreet voorstel. Maar het zou wel naadloos passen in de beoogde verdere versimpeling en verhoging van de reactiesnelheid. Bovendien: Wiebes en Hoekstra zijn beide McKinsey-veteranen. Die hebben zich de afgelopen weken in het overleg met de Unilevertop toch niet met een dooie mus blij laten maken?