Syriërs de straat op tegen Assad uit wanhoop over economie

Protest President Assad wist de burgeroorlog te overleven maar weer gaan Syriërs de straat op. Ditmaal uit protest tegen de rampzalige economische toestand in het land. „Hij die zijn volk uithongert, is een verrader.”

De levensomstandigheden van Syriërs gaan rap achteruit. Hier wordt brood gekocht bij een winkel in Binnish, een plaats gelegen in het gouvernement Idlib.
De levensomstandigheden van Syriërs gaan rap achteruit. Hier wordt brood gekocht bij een winkel in Binnish, een plaats gelegen in het gouvernement Idlib. Foto Omar Haj Kadour/ AFP

Ondanks het risico van keiharde represailles zijn vooral in het zuiden van Syrië de afgelopen week dagelijks betogers de straat opgegaan om te protesteren tegen de regering van president Bashar al-Assad, uit wanhoop over de rampzalige economische toestand in het land. „Hij die zijn volk uithongert is een verrader”, riepen demonstranten in de plaats Sweida, waar de meeste demonstraties plaats hadden. „Weg met Bashar al-Assad”, riepen anderen. In Deraa, waar in 2011 de opstand tegen Assad die uitmondde in een burgeroorlog begon, zou ook weer zijn betoogd. Zelfs uit Latakia, een bolwerk van Assad, komen berichten over protesten.

De recente razendsnelle val van het Syrische pond, die heeft geresulteerd in hyperinflatie, brengt veel Syriërs in acute problemen. Elke dag veranderen de prijzen. Ten einde raad hebben in Syrië veel winkels hun deuren gesloten, omdat de winkeliers niet meer weten welke prijzen ze moeten vragen voor hun producten. Voor 50 pond kreeg een Syriër in 2011 omgerekend nog ongeveer 1 dollar, begin dit jaar was dat nog maar 10 dollarcent. Inmiddels is 50 Syrische pond zelfs nog geen 1,5 dollarcent waard. Syriërs die ondanks de verwoestende burgeroorlog nog wat spaargeld achter de hand hadden, zien dit in hoog tempo verdampen.

Rokers

Rokers in Damascus ondervonden afgelopen weekeinde dat een pakje sigaretten binnen één etmaal ruim twee keer zo duur was geworden. Eerste levensbehoeften als melk, rijst, suiker en medicijnen zijn inmiddels voor velen onbetaalbaar. Volgens recente schattingen van de VN leeft 80 procent van de bevolking toch al onder de absolute armoedegrens (van 1,90 dollar per dag). Het salaris van sommige Syriërs ligt daar nog ruim onder. Volgens het Wereldvoedselprogramma (WFP) is de voedselvoorziening van 9,3 miljoen Syriërs zeer ongewis.

Het is een veeg teken voor Assad dat nu zelfs in gebieden waar zijn aanhangers domineren mensen de straat opgaan tegen zijn regime. In Sweida zitten veel Druzen, een minderheid die meestal aan de kant van Assad heeft gestaan. Als gebaar van goede wil jegens de bevolking ontsloeg Assad donderdag zijn premier Imad Khamis en verving hem door waterminister Hussein Arnous.

Lees ook: Assad pakt rijke neef keihard aan

Maar de Syrische president, die in het zadel kon blijven zitten dankzij Russische en Iraanse steun, heeft zijn volk op het moment eigenlijk niets te bieden. Zijn regering is platzak, zijn land is verwoest en de wederopbouw komt nauwelijks van de grond, ook omdat noch Rusland, noch Iran in een positie verkeert veel economische en financiële steun te bieden.

Amerikaanse sancties

Een deel van de onrust is ook te wijten aan nieuwe Amerikaanse sancties tegen Syrië, die volgende week woensdag van kracht worden. Die kunnen de situatie nog verergeren. De sancties zijn bedoeld om Assad en andere leidende figuren het leven zuur te maken maar zullen naar verwachting vooral de burgerbevolking raken. Assad spreekt van „economisch terrorisme”.

Tot overmaat van ramp is ook de economie in het buurland Libanon in een diepe crisis beland. Syrië en Libanon zijn vanouds economisch nauw met elkaar verknoopt. In het verleden diende Libanon voor veel Syrische zakenlui als een plek waar ze hun geld veilig konden stallen en waar ze vreemde valuta konden verkrijgen maar door recent ingevoerde beperkingen op het Libanese kapitaalverkeer is die weg nu goeddeels afgesloten. Libanon zelf is al evenzeer in de greep van demonstraties en rellen omdat steeds meer mensen in financiële nood verkeren en amper meer te eten hebben. In Beiroet, Tripoli en Sidon kwam het gisteren tot felle protesten en rellen.