Sprankelende strateeg op een landgoed

De laatste bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Peter Gatacre (1928-2020) werkte over de hele wereld, maar kwam altijd terug naar de Wiersse.

Peter Gatacre in 1970
Peter Gatacre in 1970

Het is halverwege de jaren zestig. In Madame Tussauds te Londen gaat een nieuwe expositie open. Iedereen die er toe doet in swinging London is van de partij, want het museum loopt voorop in alle opwindende ontwikkelingen in die tijd. „Maar de grote afwezige op die opening,” herinnert oud-journalist Peter Brusse zich, „was museumdirecteur Peter Gatacre, die de tentoonstelling had ingericht.” Brusse, in die tijd correspondent in Londen voor NOS en de Volkskrant, kan zich het rumoer dat over die afwezigheid ontstond nog goed voor de geest halen. „Men reageerde in eerste instantie ontstemd. Waar kon hij nu toch wezen? Totdat iemand ineens zei: ‘Ach ja, hij is altijd een beetje excentriek geweest. is het geen prachtvent?’ Men besloot vervolgens maar het glas op Peter te heffen. Hij was daar echt de grote man en kon bij niemand iets verkeerd doen.”

De wieg van die grote man stond in 1928 niet in een metropool, maar op de Wiersse, een landgoed van driehonderd hectare tussen Vorden en Ruurlo in de Nederlandse Achterhoek. Als lid van een vooraanstaande militaire Engelse familie trouwde zijn vader in de familie de Stuers, die in de eeuwen daarvoor in afwisseling met enkele adellijke families uit de Achterhoek zorg droeg voor het landgoed. Zijn grootvader Victor de Stuers geldt als de grondlegger van de Nederlandse monumentenzorg. Hij vormde voor Gatacre een grote inspiratiebron.

„Hier op het landgoed roeide Peter als kind over de slootjes,” vertelt zijn vrouw Laura, die samen met hun jongste kind Mary aan de thee met Engelse cake op het terras van Huize de Wiersse herinneringen ophaalt. Mary – Gatracre’s negende kind – is met haar jonge gezin de huidige bewoner van het landgoed. Ze zag haar vader op 3 mei dit jaar „in het harnas” overlijden: de avond ervoor was hij nog aan werk – in de weer met allerhande correspondentie over het landgoed. Zijn dood kwam als een verrassing, voor zijn naasten.

Zijn geboortegrond bleef roepen, ook tijdens zijn studies architectuur en geschiedenis in Oxford en nadat hij Madame Tussauds in Londen en Amsterdam naar grote successen had geleid. In Lagos, waar hij vanuit een voorloper van Unilever supermarkten opzette, maakte hij veel vrienden die zich inspanden voor de onafhankelijkheid van Biafra. Nadien, tijdens de Biafra-oorlog, bleef hij vanuit Londen aandacht vragen voor deze zaak. En toch, vertelt zijn vrouw Laura: „Waar hij ook was, hij heeft altijd geweten dat hij naar de Wiersse zou terugkeren.”

Peter Gatacre op zijn landgoed de Wiersse in 1988

Foto Peter Blake

Uiteindelijk was de Wiersse gedurende 55 van zijn 93 levensjaren Gatacre’s belangrijkste verblijfplaats. „Hij was een echte rentmeester”, zegt Peter Brusse. „Als de geschiedenis jou een plek als deze toevertrouwt, dan dien je deze te bewaren en zo mogelijk beter door te geven aan de volgende generatie.” Volgens Mary hechtte hij overigens niet aan het bezit. „Hij heeft het landgoed aan een stichting gegeven, waarvan ik werknemer ben.”

„De wereld kwam naar de Wiersse toe,” herinnert Brusse zich. „Peter liet zich eens ontvallen dat de schrijver V.S. Naipaul was komen logeren. Een oude studievriend uit Oxford, zo bleek.” Ook de bekende popschilder Peter Blake was een geziene gast op het landgoed. Hij maakte zijn serie Alice in Wonderland in de tuinen van het landgoed. Brusse: „Een dochter van Gatacre stond model.”

De Wiersse was bepaald geen lustoord voor een landheer die na een vol leven op zijn lauweren kwam rusten. „Er valt hier altijd wel wat te beheren”, zegt weduwe Laura, „en daarin was hij ongelooflijk precies.” Als voorbeeld noemt ze het antieke modelschip dat op het landgoed staat. „Toen dat moest worden gerestaureerd, zocht hij net zo lang tot hij iemand vond die daarvoor geschikt was. Die liet hij zelfs uit Australië komen.”

Alsof het beheer van één landgoed niet genoeg zorgen gaf, raakte Gatacre ook betrokken bij Kasteel het Nijenhuis in het Overijsselse Wijhe, dat in de jaren tachtig onder zijn leiding een museumfunctie kreeg. Oud-medewerker Albert Steenbergen verhaalt in zijn memoires over een innemende directeur, die volgens een systeem dat alleen hij doorgrondde, steeds met stapels papieren bezig was.

Zoals de militairen uit zijn geslacht strijd op het slagveld leverden, ontpopte Gatacre zich tot strateeg in de strijd met de bureaucratie van Gelderland en Overijssel. Dochter Mary: „Hij was vaak veel beter ingevoerd in de materie dan de ambtenaren met wie hij correspondeerde. Ze zullen vast weleens moe van hem geworden zijn. Maar hij hield de relaties tegelijk altijd goed. Zo heeft hij ook bereikt dat hij op landgoed de Wiersse, mocht worden begraven.

Brusse typeert Gatacre als een „ ouderwetse, sprankelende Engelsman. Hij wilde het goede van het verleden bewaren, maar wilde tegelijk altijd vooruit. In zijn standpunten en in zijn interesses, ook qua kunst, was hij dan ook vaak verrassend progressief.” Met hem omgaan, zegt hij, „was eigenlijk alsof je een heerlijke Engelse biografie aan het lezen bent. Vol met leuke en gekke details.”