Opinie

Op vakantie naar Italië?

Dagboek Coronavirus

Het decor van de stad is weer gevuld met figuranten. Op het eerste gezicht wemelt er van alles. Men is druk doende dingen te verplaatsen en met dingen op andere dingen te slaan, hetgeen de kern is waartoe zo goed als alle economische activiteiten zijn te herleiden. Men gaat zijn weg met een doel voor ogen, zoals vóór de quarantaine. De stad lijkt zelfs ijveriger dan vroeger, omdat de ledigheid van de toeristen ontbreekt.

Maar niets is wat het lijkt. Het lijkt op herstel, opluchting en het doorbreken van een zonnestraal na maanden van regen, maar dat is het dus niet. Het is wanhoop. Winkels, restaurants en bars hebben hun deuren heropend in de hoop op een wonder dat uitblijft. Ze proberen tegen beter weten in hun faillissement uit te stellen. Tot augustus is het bij wet verboden om werknemers te ontslaan, dus wie nu nog werk heeft, heeft dat niet omdat het goed gaat met de zaak of omdat er een toekomst is.

Vandaag zag ik de eerste toeristen. Een braaf, blond gezinnetje drentelde beduusd met gloednieuwe mondkapjes voorgebonden in de richting van het selfie-point op Piazza De Ferrari. Ondanks de ijsjes in hun hand keken ze ongemakkelijk, alsof ze zelf ook wel doorhadden dat er iets niet klopte.

Vrienden uit Nederland en België beloven mij vol enthousiasme dat ze snel naar Italië zullen komen. Ze denken dat alles weer normaal is, gelukkig net vóór de vakantie. Ik weet dat een spoedreanimatie van het toerisme regeringsbeleid is, maar toch: wat denken jullie hier te komen doen? Dit is rampgebied. Bijna iedereen die je hier in Noord-Italië zult tegenkomen tijdens je heerlijke, welverdiende vakantie, heeft onlangs een dierbare verloren, waarschijnlijk zonder die te hebben kunnen begraven. Iedereen is bang voor de toekomst. Het virus slaapt, maar waart nog rond.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.